SNR:
Observeer de gesprekstechnieken van de diagnosticus in beide intakegesprekken. Geef hieronder een
uitgebreid overzicht met concrete citaties en tijdstip uit het gesprek (bv: “hmm, hmm” na 1:43) ter
illustratie van hoe de diagnosticus de gesprekstechnieken toepast. Geef telkens 3 voorbeelden voor elke
gesprekstechniek, met uitzondering van het openen en afsluiten van het gesprek (dan heb je slechts 1
voorbeeld).
Videofragment intake Astrid
Openen van het “We hebben vandaag het intakegesprek… Dan kijken we ook of we een
gesprek vervolgafspraak in kunnen plannen.” 0:22-1:06
Lichaamshouding en 1. Open zithouding, al vanaf 0:22 (het begin);
breder non-verbaal 2. Knikken om te laten zien dat ze luistert, 1:34;
gedrag 3. Oogcontant en gebruik van wenkbrauwen, rond 13:30 bijvoorbeeld;
Verbaal volgen 1. “Hmmm” 7:55
2. “Aha” 10:30
3. “Oke” 11:09
Gebruik van stiltes (en 1. Uitnodiging om toch meer te vertellen, 10:43
wat voor een stilte is 2. Bezinking voor zichzelf en cliënt, 11:40
het?) 3. HV kijkt of cliënt hier nog iets meer over zal vertellen, 16:27
Vragen stellen (open 1. “Je emoties wat meer voelen? Wat bedoel je daar precies mee?” 2:34
en gesloten) 2. “Dat is iets waar je tegen aanloopt? Dat je het moeilijk vindt het contact
met andere mensen?” 2:51
3. “Waar merk je dat dan aan dat het niet zo goed gaat met je?” 7:49
Parafraseren van 1. “Dus je voelt je moe als je opstaat en als je naar huis gaat van je werk ga
inhoud je slapen?” 15:43
2. “Dus dat is dan ook iets waar je over piekert?” 16:10
3. “Oke, dus daar zit veel twijfel over. Beteken ik nou iets voor hen of willen
ze mij erbij om een voordeel mee te doen?” 17:25
Reflecteren van gevoel 1. “En hoe is dat dan voor jou? Want dat is nog maar kort geleden, begrijp
ik.” 3:45
2. “Hoe voel je je daarover? Wat zijn de gevoelens die hier spelen?“ 5:50
3. “En hoe is jouw stemming? Hoe voel jij je gedurende de dag?” 16:30
Concretiseren of 1. “En heb jij de relatie beëindigd of wat is daar gebeurd?” 3:32
verduidelijken 2. “En even voor mijn duidelijkheid, is er onderzocht waar het aan ligt?
Speelt daar mogelijk psychisch iets mee?” 11:20
3. “Twijfel je bij al je vriendinnen zo of heb je ook vriendinnen of vrienden
waarbij dat gevoel er niet is?” 18:15
Samenvatten 1.”En je zegt dus ik wil graag in ieder geval beter alleen kunnen zijn…” 14:39
2. “Astrid, jij vertelt net dat je je vaak niet zo goed voelt, je relatie is net uit,