Introducing Communication research - by Donald Treadwell
Hoofdstuk 1
Onderzoeksmethode:
Observaties – experiment
Interviews – inhoudsanalyse
Surveys – Multi methode
Rhetoricus (rederijker) = zij die het gebruik van taal en communicatie bestuderen
Veronderstellingen die ten grondslag liggen aan communicatieonderzoek:
1. dingen waar we kiezen om naar te kijken, bijvoorbeeld een jurk, vertellen on siets over
de dingen die we niet kunnen zien, zoals macht of een houding/postuur.
2. Theorieën over menselijk gedrag worden vaak gegeneraliseerd, bijvoorbeeld: ‘oudere
mensen hebben meestal een linked-in account, en jongeren hebben facebook.
3. De mate van betrokkenheid van onderzoekers. Hoe minder de onderzoeker betrokken
is, hoe neutraler het onderzoek zal zijn.
4. Het type doe van de studie. De onderzoeker heeft misschien roem, sponsering of iets
persoonlijks nodig.
5. Sommige aspecten van het onderzoek zijn belangrijker dan andere aspecten.
Empirie = observatie
kwantitatieve resultaten: resultaten in cijfers (survey, inhoudsanalyse)
kwalitatieve resultaten: resultaten in antwoorden (observatie, interviews)
Logos: logica Ethos: karakter pathos: emotie
Action research (actie onderzoek) = wanneer de onderzoeker persoonlijk betrokken is bij
het onderzoek
Appeal: de basis van overtuigingskracht, bijvoorbeeld seks appeal of fear appeal in
advertenties/reclame.
Objectief: feiten subjectief: meningen
Onderzoek benaderingen:
- etnomethodologie: de studie over hoe mensen hun cultuur zinvol/logisch maken en dit
begrip communiceren aan anderen. het verklaart en beschrijft culturele inzichten op
het gebied van de eigen taal en concepten van de cultuur.
- Fenomenologie: een onderzoek aanpak die probeert het menselijk gedrag en
bewustzijn van het individu vanaf het subjectieve gezichtspunt te begrijpen.
- Q-methodologie: onderzoek aanpak die gebruikt is om het subjectieve begrip van
personen/individuen te boordelen. Participanten ordenen een serie statements over een
onderwerp. Kwantitatieve analyses van deze geordende statements laten de
subjectiviteit in de participantengroep zien.