Samenvatting Hoofdstuk 5 = Het bestuur
Het bestuursrecht heeft de bestuursactiviteiten van de overheid tot onderwerp. Het bepaalt welke
bevoegdheden en plichten het bestuur heeft ter uitvoering van zijn taken en bevat dus normen voor
het bestuurshandelen. Daarmee is het bestuursrecht dat deel van het recht dat de relatie tussen
bestuur en burger beheerst.
Het algemeen deel van het bestuursrecht is neergelegd in de Algemene Wet bestuursrecht. De Awb
bevat regels die voor het hele bestuursrecht van toepassing zijn. Het gaat dan om voorschriften
waaraan bestuursorganen zich moeten houden bij de uitoefening van bevoegdheden waarmee zij in
de deelterreinen van het bestuursrecht zijn toegerust.
Onder bestuursorgaan wordt verstaan:
A organen = een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld.
Staat/rijksoverheid: minister
Provincie: Comissaris van de Koning, Provinciale Staten & Gedeputeerde Staten
Gemeente: Burgemeester, Gemeenteraad & College van Burgemeester en Wethouders
B organen = een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed (De Nederlandse Bank
NV, de OV-studentenkaart BV, garage die de apk keuring doet.
Handelingen van de overheid
Feitelijke handelingen Rechtshandelingen
Privaatrechtelijk Privaat- Publiek-
rechtelijk rechtelijk
Onrechtmatige Rechtmatige
overheidsdaad overheidsdaad Awb- Andere
besluiten besluiten
Feitelijke handelingen = zijn handelingen met een rechtsgevolg, ongeacht de wil van het
bestuursorgaan. Voorbeeld: het door de gemeente laten opbreken van een straat in verband met de
aanleg van een glasvezelkabel
Publiekrechtelijke rechtshandelingen = is sprake als het overheidsorgaan een rechtshandeling
verricht met het oogmerk om een publiekrechtelijk rechtsgevolg in het leven te roepen. We spreken
dan van een beoogd rechtsgevolg: het bestuursorgaan wenst dat een bepaald rechtgevolg ontstaat.
Het bestuursrecht heeft de bestuursactiviteiten van de overheid tot onderwerp. Het bepaalt welke
bevoegdheden en plichten het bestuur heeft ter uitvoering van zijn taken en bevat dus normen voor
het bestuurshandelen. Daarmee is het bestuursrecht dat deel van het recht dat de relatie tussen
bestuur en burger beheerst.
Het algemeen deel van het bestuursrecht is neergelegd in de Algemene Wet bestuursrecht. De Awb
bevat regels die voor het hele bestuursrecht van toepassing zijn. Het gaat dan om voorschriften
waaraan bestuursorganen zich moeten houden bij de uitoefening van bevoegdheden waarmee zij in
de deelterreinen van het bestuursrecht zijn toegerust.
Onder bestuursorgaan wordt verstaan:
A organen = een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld.
Staat/rijksoverheid: minister
Provincie: Comissaris van de Koning, Provinciale Staten & Gedeputeerde Staten
Gemeente: Burgemeester, Gemeenteraad & College van Burgemeester en Wethouders
B organen = een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed (De Nederlandse Bank
NV, de OV-studentenkaart BV, garage die de apk keuring doet.
Handelingen van de overheid
Feitelijke handelingen Rechtshandelingen
Privaatrechtelijk Privaat- Publiek-
rechtelijk rechtelijk
Onrechtmatige Rechtmatige
overheidsdaad overheidsdaad Awb- Andere
besluiten besluiten
Feitelijke handelingen = zijn handelingen met een rechtsgevolg, ongeacht de wil van het
bestuursorgaan. Voorbeeld: het door de gemeente laten opbreken van een straat in verband met de
aanleg van een glasvezelkabel
Publiekrechtelijke rechtshandelingen = is sprake als het overheidsorgaan een rechtshandeling
verricht met het oogmerk om een publiekrechtelijk rechtsgevolg in het leven te roepen. We spreken
dan van een beoogd rechtsgevolg: het bestuursorgaan wenst dat een bepaald rechtgevolg ontstaat.