Leerdoelen:
- Waarom worden kinderen uit huis geplaatst?
- Wat is pleegzorg en welke vormen zijn er?
- Wat zijn de gevolgen voor de ontwikkeling van het kind?
o Wat is het verschil met adoptie?
- Welke factoren beïnvloeden het succes van pleegzorg?
- Wat betekent het voor de pleegouders?
Bronnen:
- Strijker (2010) – H7 in Autrique et al.
- Pleegzorg Nederland (2013). Factsheet Pleegzorg 2013.
- Artikel De Baat en Bartelink (2012).
- Artikel Strijker en Knorth (2009).
- Artikel Oosterman et al. (2007).
Leestips:
- De Nederlandse situatie is verschillend met de situatie in de VS focus je hierbij op de
Nederlandse situatie.
- Therapeutische pleegzorg is niet van belang.
- Ontheffing, ontzetting en onder toezichtstelling niet te uitgebreid.
Boek Strijker Hoofdstuk 7
Inleiding
In gezinsverband opgroeien beste manier van opgroeien, maar wanneer de situatie zo
bedreigend is voor een kind, kan het uit huis geplaatst worden. Het kind gaat dan naar een
pleeggezin.
- In Nederland en Vlaanderen is men van mening dat wanneer er moet worden overgegaan
op uithuisplaatsing dat plaatsing in een pleeggezin de voorkeur heeft boven de plaatsing in
een tehuis. Dit komt omdat in een pleeggezin makkelijker kan worden voldaan aan de
basisvoorwaarden voor een goede opvoeding. Ook zijn pleeggezinnen goedkoper dan
residentiële plaatsen.
Pleegzorg
Positionering en definiëring
- Pleegzorg is een van de vier werksoorten (ambulante hulp (thuishulp), dag- en nachthulp,
residentiële zorg en pleegzorg) binnen de jeugdzorg.
- Pleegzorg is een vorm van geïndiceerde hulpverlening elke aanmelding voor
plaatsing in pleeggezin gaat samen met een hulpverleningsindicatie, geformuleerd op
grond van de problematiek van kind en/of zijn omgeving (‘omgeving’ staat in de praktijk
vaak voor ‘ouders’).
- De hulpvraag bestaat uit een omschrijving van de problemen van het pleegkind en wat het
kind aan leefomgeving nodig heeft om zijn ontwikkeling door te zetten/weer op gang te
brengen.
- Iedereen kan een kind/gezin bij Bureau Jeugdzorg aanmelden, die besluit of pleegzorg
aan de orde is.
- Voor de gehele pleegzorg geldt dat de direct betrokken opvoeders (pleegouders)
vrijwilligers zijn. Dit houdt in dat ze geen betaalde functie binnen een organisatie
1
, vervullen, maar op vrijwillige basis tegen een vergoeding een pleegkind voor kortere of
langere tijd opvoeden.
- Pleegzorg heeft een tijdelijk karakter en de pleegouders hebben geen ouderlijk gezag,
behalve als het de voogdij over het pleegkind krijgt toegewezen. Het verschil hierbij met
adoptieouders is dat adoptieouders wel ouderlijk gezag hebben over het kind.
In de Wet op de Jeugdhulpverlening (1989) wordt pleegzorg omschreven als:
- Hulpverlening bestaande uit het bieden van opneming in een pleeggezin en de daarmee
verband houdende begeleiding van pleegkinderen, pleegouders, ouder en stiefouders.
Een meer inhoudelijke definiëring die beter aansluit bij de praktijk is:
- De opvoeding en verzorging van één of meer minderjarige(n) door één of meer natuurlijke
personen, zijnde niet de ouders, adoptief- of stiefouders van die minderjarige(n), in
regelmatige samenspraak met een begeleidende instantie op basis van een indicatie tot
(psychosociale) hulpverlening aan die minderjarige(n) en veelal zijn/hun ouders
(Tilanus,1999).
Typen pleeggezinnen
In Nederland en Vlaanderen kan men twee soorten pleeggezinnen onderscheiden:
bestandsgezinnen en netwerkgezinnen. In beide typen kunnen kinderen zowel vrijwillig als
met een justitiële maatregel geplaatst worden.
- Bestandsgezinnen: geworven en geselecteerd door de regionale Zorgaanbieders van
Pleegzorg. Aspirant-gezinnen worden na selectieve training en medische en justitiële
screening in het bestand van de zorgaanbieder opgenomen. Hierbij wordt tevens
aangegeven wat de voorkeuren en mogelijkheden van het aspirant-pleeggezin zijn,
bijvoorbeeld de gewenste leeftijd en geslacht van het kind, duur van het verblijf en wel of
geen contact met de biologische ouders.
- Netwerkgezinnen: onder netwerkgezinnen worden verstaan bloedverwanten
(grootouders, ooms en tantes), maar ook vrienden, kennissen of geloofsgenoten.
o Voorstanders voor netwerkgezinnen: Door deze gezinnen kan een zo groot
mogelijke continuering van de leefomgeving en instandhouding van het oorspronkelijke
netwerk plaatsvinden. Het kind hoeft zich niet aan een vreemde familie aan te passen.
Er wordt dan ook bij aanmerking voor pleeggezin altijd eerst naar netwerkgezinnen
gekeken. Netwerkgezinnen zijn ook vaak goedkoper. Als netwerkgezin niet lukt
bestandsgezin.
o Tegenstanders van netwerkgezinnen: de screening, die meestal achteraf
plaatsvindt is minimaal. Het falen van ouders kan ook opgevat worden als het falen van
het familienetwerk.
Er is niet wetenschappelijk bewezen of netwerkgezinnen of bestandsgezinnen beter
zijn.
Typen plaatsing
Er zijn verschillende typen van plaatsing:
- Perspectief zoekend: nog niet duidelijk wat er precies met het kind gaat gebeuren. De
verschillende mogelijkheden, zoals ‘terug naar zijn ouders’, ‘naar een internaat’ of ‘naar
een (ander) pleeggezin’ moeten nog nader worden onderzocht.
- Perspectief biedend: het is duidelijk dat het kind voorlopig niet terug naar zijn ouders kan
en voor langere tijd in een pleeggezin zal verblijven.
Een onderscheid van recenter datum is het onderscheid in (Factsheet pleegzorg):
- Hulpverleningsvariant: bij de hulpverleningsvariant is het doel om de oorspronkelijke
opvoedingssituatie te herstellen. Binnen een vooraf gestelde termijn van maximaal een
half jaar wordt intensief met de ouders van het pleegkind samengewerkt. Als blijkt dat er
2