Leerdoelen:
- Wat is de invloed van homo-ouderschap op de ontwikkeling van het kind?
- Wat is het verschil tussen homo-ouderschap en normaal ouderschap?
Bronnen:
- Warmerdam (2010) – H6 Autrique et. Al.
- Bos, Van Gelderen en Gartrell (2012) – H9 Van Leeuwen en Van Crombrugge.
- Green (2012) – H8 Walsh.
- Artikel Bos en Vonk (2012).
- Artikel Bos (2013).
Leestips:
- Alle landen zijn belangrijk.
- Niet juridisch wel ontwikkelingsperspectief.
- NLLFS en UVA onderzoek van Bos met elkaar vergelijken
- Bos en Vonk (2012) richt je op de ontwikkelingspsychologische kant van duo
moederschap.
Bos, Van Gelderen en Gartrell (2012) – H9 Van Leeuwen en Van Crombrugge
Planned lesbian families’
Planned lesbian families: lesbische vrouwen die door middel van een spermadonatie in het
ziekenhuis zwanger worden, kinderen krijgen en dan samen met een vrouwelijke partner een
gezin stichten. Planned leasbian families onderscheiden zich van gezinnen waarin kinderen
worden opgeboed door lesbische moeders maar waarbij de kinderen geboren waren in een
eerdere heteroseksuele relatie van de moeder.
Demografische ontwikkelingen:
- In 2009 25.000 samenwonende vrouwelijke koppels.
- Het aantal samenwonende vrouwen paren is in Nederland in de afgelopen jaren geleidelijk
toegenomen.
- In de huishoudens van 20% van de vrouwelijke paren zijn er kinderen onder de 18 jaar
aanwezig.
- Verwacht wordt dat het aantal kinderen dat wordt ogpevoed door twee moeders in
Nederland zal toenemen.
De National Longitudinal Lesbian Family Study (NLLFS) is een van de eerste onderzoeken
naar de psychosociale ontwikkeling en probleemgedragingen van kinderen in plannen lesbian
families. De studie werd in 1986 opgezet en is longitudinaal.
- Vrouwen die meededen waren of zwanger of ze zaten midden in het traject van
geïnsemineerd worden. Sindsdien zijn ze verschillende keren ondervraagd over allerlei
aspecten van hun leven en dat van hun kinderen. Dit gebeurde toen hun nageslacht 2 jaar,
4 jaar, 10 jaar en 17 jaar oud was.
- Vanaf het moment dat de kinderen zelf ook in staat waren om geïnterviewd te worden, zijn
zij ook meegenomen in het verzamelen van gegevens. Er komt ook nog een meting als de
kinderen 25 jaar oud zijn.
- Doel van de studie is rapporteren over opvoedwijze van lesbisdche moeders, te kijken wat
voor soorten homonegativiteit de lesbische moeders en hun kinderen meemaken, wat de
1
, gevolgen hiervan zijn voor welzijn van moeders en kinderen en hoe dit welzijn van de
kinderen beschermd kan worden tegen mogelijke negatieve effecten van homonegativiteit.
Ook aan de Universiteit van Amsterdam (Bos & Sandfort) wordt er sinds 2000 een groep
gezinnen gevolgd. 100 gezinnen met twee moeders en kinderen tussen 4 en 8 jaar oud en 100
heterogezinnen. Tussen de 8 en 12 jaar zijn er nieuwe gegevens verzameld. De gezinnen zijn
gematched op: sociaal-demografische factoren en SES beide longitudinaal: ontwikkeling
kinderen in beeld, theorievorming verder ontwikkelen en door nieuwe ontwikkelingen nieuw
onderzoeksperspectief.
Resultaten van de bovengenoemde twee onderzoeken zie kopje ‘attitudes ten aanzien
van lesbisch ouderschap, ervaringen van moeders en kinderen’.
Attitudes ten aanzien van lesbisch ouderschap, ervaringen van moeders en kinderen
Ondanks dat uit onderzoek is gebleken dat (jonge) kinderen die geboren zijn en opgroeien in
een gezin met twee lesbische moeders zich op een zelfde wijze ontwikkelen als kinderen in
een traditioneel vader-moeder gezin, is de publieke opinie nog steeds in het nadeel van hen
in de VS is dit terug te vinden in de wetgeving: een huwelijk tussen twee mensen van
hetzelfde geslacht is alleen mogelijk in beperkt aantal staten. Dit geldt ook voor
pleegouderschap en adoptie door twee mensen van hetzelfde geslacht.
- NLLFS: hieruit kwam naar voren dat op een leeftijd van 10 jaar, bijna 50% van de
kinderen wel eens vervelende en negatieve reacties hadden gehad op hun lesbische
moeders. Ook als tolerantie t.o.v. homo’s groter is (NL), vaak negatief t.o.v. ouderschap.
- UvA: op het moment dat de kinderen tussen 4 en 8 jaar waren werd hen gevraagd of er
negatieve opmerkingen werden gemaakt of dat zij op een negatieve manier benaderd zijn:
o 72-86% nieuwsgierige vragen over de gezinssituatie, 27-33% andere mensen roddelen
over ons gezin, 12-13% afkeurende opmerkingen over gezinssituatie en 9-12%
buitengesloten worden.
o Daarna werden ook soortgelijke vragen gesteld toen de kinderen tussen de 8 en 12
jaar oud waren:
61% andere maken grapjes over 2 lesbische moeders, 57% nieuwsgierige vragen
over mijn moeders en het feit dat zij lesbisch zijn, 45% negatieve opmerkingen
over seksuele voorkeur , 31% geroddeld over de thuissituatie, 26% gevoel
buitengesloten te worden door gezinssituatie, 21% afkeurende opmerkingen over
thuissituatie. Geen verschillen jongens en meisjes, alleen meisjes vaker dat er
geroddeld wordt.
Psychosociale ontwikkeling van kinderen en adolescenten in ‘planned lesbian families’
- Kinderen in ‘planned lesbian families’:
De kwaliteit van de ouder- kindrelatie bepaalt voor een belangrijk deel van het
psychosociale welzijn van kinderen. Deze ouder-kindrelatie is ingebed in de sociale en
maatschappelijke context waarin kinderen opgroeien. Voor kinderen die opgroeien met
twee ouders van hetzelfde geslacht in samenleving met veel homonegativiteit grotere
kans op confrontatie met kinderen die hen pesten of vervelende vragen stellen.
Pesten heeft een negatief effect op het welbevinden van kinderen. Vooral bij kinderen uit
minderheidsgroep die te maken krijgen met negatieve bejegeningen die zich richten op
hun minderheden situatie wordt ook wel stigmatisering of ervaringen met
homonegativiteit genoemd en de spanning die hierbij gepaard kan gaan, noemd men
minderheden stress.
Kinderen die opgroeien bij lesbische moeders hebben meer te maken met stigmatisering,
maar niet met meer probleemgedrag in vergelijking met peers uit traditionele gezinnen.
2