Leerdoelen:
- Wat betekent vroeg en laat ouderschap voor de ontwikkeling van het kind?
- Wat betekent dit voor de moeder?
Bronnen:
- Taal en Kok (2010) – H5 in Autrique et al.
- Artikel Coyne en Onofrio (2012)
- Artikel Tavecchio (2007)
- Artikel Boivin et al. (2009)
- Artikel Bornstein en Putnick (2007)
- CBS.nl
- NJI
Leestips:
- Drie groepen vergelijken heel vroeg, heel laat en gemiddeld moederschap.
- Het gaat over laat moederschap, maar niet over extreem laat moederschap.
Artikel Tavecchio (2007)
Kinderen van tienermoeders: een risicogroep?
Levine, Emery en Pollack (2007) deden onderzoek waarbij ze een vergelijking maakten tussen
tienermoeders en ‘gewone’ moeders. Ze maakten gebruik van de gegevens uit een grootschalig
longitudinaal nationaal onderzoek in de Verenigde Staten (National Longitudinal Survey of
Youth; NLSY79). De oorspronkelijke onderzoeksgroep bestond uit meer dan 12.500
respondenten die in 1979 tussen 14 en 22 jaar oud waren.
- Zowel moeders als kinderen (van 14 jaar en ouder) werden, vanaf 1994, geïnterviewd over
seksueel gedrag, druggebruik, zwangerschap, school en crimineel gedrag. Kinderen die aan
het eind van een onderzoeksjaar nog geen 15 jaar waren, werden aangeduid als jongere
kinderen, degenen van 15 jaar en ouder als jongvolwassenen.
- In 1998 werden ruim 7000 personen geïnterviewd, waarvan 70% bestond uit jongere
kinderen die gestandaardiseerde testen maakten op het gebied van rekenen, lezen en taal.
De jongvolwassenen werden gevolgd op zittenblijven, vroege seksuele activiteit, spijbelen,
druggebruik, vechten etc. zelfrapportage.
- Voor de uiteindelijke analyse is gebruik gemaakt van 2908 jonge kinderen (hierbij
rapporteerde de moeder) en 1736 jongvolwassenen (zelfrapportage, testen en interview).
Resultaten:
- Tienerzwangerschap, c.q. moederschap lijkt geen causale rol (van betekenis) te spelen in
de scores van jonge kinderen op diverse gestandaardiseerde tests voor taal, lezen en
rekenen.
- Bij de onderzochte adolescenten blijkt dat kinderen van jonge tienermoeders ook niet meer
en vaker gebruik maken van drugs als marihuana dan kinderen van ‘oudere’ moeders.
- Na statistische controle voor een groot aantal factoren blijken deze adolescenten ook niet
tot nauwelijks een groter risico te lopen op zittenblijven, vroege seksuele activiteit (voor
het 16e jaar) spijbelen of vechten, dit in tegenstelling tot analyses van dezelfde gegevens
met simpele (regressie)analysemodellen, waarin deze ongunstige effecten wél leken op te
treden.
Conclusie:
1
, - Naarmate er meer rekening wordt gehouden met allerlei potentieel relevante kenmerken van
de tienermoeder (zoals haar ouderlijk gezin en andere belangrijke achtergrondvariabelen)
kan tienerzwangerschap, c.q. –moederschap steeds minder duidelijk als (primaire) oorzaak
van allerlei negatieve effecten worden aangemerkt.
Artikel Boivin et al. (2009)
Introductie
Cijfers: in 1968 was de gemiddelde leeftijd van moeders tijdens de geboorte van hun eerste
kind 23 jaar, terwijl die leeftijd nu ligt tussen de 30 en 31 jaar.
Doel van de huidige studie: het doel van de huidige studie is om een vergelijking te maken
tussen jonge moeders (< 31 jaar hun eerste kind) en oudere moeders (>38 jaar hun eerste
kind) en om daarbij te kijken wat de effecten zijn op familiemileu en het welzijn van de ouders
en het kind. Alle kinderen (4-11 jarige leeftijd) waren het eerste kind van de ouders en zijn
verwekt via kunstmatige voortplantingstechnieken (ART = assisted reproductive techniques).
Uit vorig onderzoek blijken er veel problemen te zijn met het definiëren van de leeftijd van
oudere moeders. Definities variëren per jaartal waarin de onderzoeken zijn gepresenteerd,
per doelgroep en per onderzochte uitkomst.
- In 1987 en 1997 werden moeders van 35 jaar gedefiniëerd als oude moeders, terwijl deze
groep in 2007 wordt gezien als jonge moeders.
- Ook in onderzoek naar tienermoeders, worden niet-tienermoeders vaak beschreven als
‘oudere’ moeder terwijl ze eigenlijk in de normale leeftijdscategorie vallen.
Andere resultaten uit eerder onderzoek:
- Bij vergelijking tussen jongere (on-time) moeders en oudere moeders meestal positieve
uitkomsten voor de oudere moeders. Zo zijn oudere moeders meer sensitief (warmte en
emotionele connectie), hebben meer structuur in hun leven en hebben meer cognitieve
ervaringen dan jongere moeders, zelfs na het controleren van socio-economische factoren.
- Maternal maturity hypothese: oudere moeders hebben betere ouderschapsvaardigheden,
omdat zij meer levenservaring hebben, meer wijsheid hebben, meer financiële en sociale
bronnen tot hun beschikking hebben en omdat zij een meer gevarieerd coping repertoire
hebben dat voor een positieve familie-omgeving zorgt.
- Nadelen oudere moeders: reproductie problemen, langere tijd om zwanger te worden,
grotere kans op miskraam en andere zwangerschapscomplicaties, hebben vaker
gedoneerde eicellen nodig om zwanger te worden, zijn eerder onvruchtbaar.
Eerdere studies hebben ook niet veel aandacht besteed aan de input van de andere ouder,
terwijl uit heel veel onderzoek blijkt dat de vader (of co-ouder) een belangrijke bijdrage levert
aan de familiekwaliteit van het leven.
- Oudere moeders hebben vaak een oudere partner (vader) en oudere vaders zijn meer
betrokken bij hun kind dan on-time vaders. Daarnaast delen oudere moeders de
ouderschapstaken meer dan jongere on-time moeders.
- Deze resultaten suggereren dat sommige voordelen van oudere moeders kunnen worden
toegeschreven aan hun partner en aan relationele karakteristieken dan dat het een vooral is
dat ze een oudere leeftijd hebben.
Persoonlijke factoren hebben invloed op leeftijd van ouders worden:
- Oudere moeders: universitaire opleiding, hogere status baan, vinden werk belangrijk, zijn
autonoom, niet afhankelijk van anderen, zijn veerkrachtig en sterk.
2