Leerdoelen:
- Welke opvoedstijlen/normen/waarden heb je bij verschillende culturen en hoe gaat dit
samen met de NL cultuur?
Bronnen:
- Eldering Hoofdstuk 7
- Eldering Hoofdtuk 9
- Artikel Pels (2000)
Leestips:
- 7.2.2 overslaan
- 9.2.4, 9.2.5 en 9.4 overslaan
Elderling Hoofdstuk 7
7 Opvoeding in allochtone gezinnen
7.1 Acculturatie en accommodatie
Acculturatie is een veranderingsproces dat op gang komt wanneer twee autonome culturen
langdurig met elkaar in contact staan. De snelheid waarmee dit proces zich voltrekt en de
reikwijdte hiervan varieren.
- Deze worden vooral bepaald door de culturele kenmerken van de groepen die contact
met elkaar hebben, de houding van immigranten t.a.v. acculturatie en de mate waarin zij
in de nieuwe samenleving en cultuur participeren.
- Acculturatie begint niet per se nadat immigratie heeft plaatsgevonden soms hebben
gezinnen al vóór hun emigratie kennisgemaakt met de cultuur van het land waarheen zij
vertrekken en hiervan zelf elementen overgenomen (bijv. bij immigranten uit koloniën).
7.1.1 Attitude tot acculturatie
De attitude om zich aan te passen aan de cultuur van de nieuwe samenleving wordt bepaald
door verschillende factoren:
- Zien immigranten hun verblijf als tijdelijk of als permanent? Migranten die van plan zijn
naar hun land van herkomst terug te keren, vinden het belangrijk dat hun kinderen de
officiële taal van dit land leren en niet van hun cultuur vervreemd raken. Naarmate het
verblijf in NL langer duurde, werd de kans op terugkeer kleiner.
- Doelstelling van de migratie: zo komen arbeidsmigranten vooral om hier te werken. Na
gyezinshereniging wensen zij dat hun kinderen een betere maatschappelijke positie zullen
bereiken. Veel allochtonen uit Suriname en de Antillen zijn economische immigranten
hechten waarde aan goed onderwijs voor hun kinderen.
- Opvattingen over nieuwe samenleving/cultuur en kansen die zij hierin krijgen:
immigranten die optimistisch zijn over hun kansen in nieuwe samenleving stimuleren hun
kinderen zich aan te passen aan de taal en cultuur op school.
- Culturele afstand tussen de bevolkingsgroepen die met elkaar in contact komen: de
acculturatie-attitude van immigranten kan per cultuurdomein verschillen economische
immigranten uit collectivistische culturen staan positief tegenover acculturatie op het gebied
van taal, onderwijs en maatschappelijke positie. Immigranten uit niet-westerse (islamitische)
samenlevingen hebben echter vaak grote weerstand om hun religieuze waarden op te
geven.
1
, - Machtsverhoudingen in gezinnen en groeperingen: in allochtone groeperingen waarin
vrouwen een ondergeschikte positie hebben, bestaat bij mannen een grotere weerstand
tegen aanpassing aan westerse cultuur dan bij vrouwen. Vrouwen en meisjes hebben vaak
meer te winnen bij acculturatie via het volgen van onderwijs krijgen ze een meer
zelfstandige positie en egalitaire taakverdeling.
7.1.2 Accommodatie na gezinshereniging
Migratie van buitenlanse werknemers naar NL vooral in jaren 50 en 60 van vorige eeuw toen
NL economie snelle groei doormaakte. Vanaf begin jaren 70 ook gezin mee naar NL halen.
- Gezinshereniging kwam volgens Böhning (1972) vooral door economische motieven
gezinshereniging maakte het mogelijk dat zoons en eventueel ook de vrouwen mee zouden
kunnen werken om terugkeer naar het land van herkomst te bespoedigen.
- Andere belangrijke factor voor gezinshereniging = ontwrichting van de achtergebleven
gezinnen als gevolg van langdurige afwezigheid gezinshoofd.
Door de komst van vrouw en kinderen moesten veel gezinnen van buitenlandse werknemers
een nieuw evenwicht zien te vinden vader en moeder moesten weer aan elkaar wennen en
kinderen ook accommodatie: proces van gewenning in nieuwe cultuur.
Het accomodatieproces heeft zich in verschillende richtingen ontwikkeld, met als
uitersten:
- Herstel of continuering van het traditionele rollenpatroon (traditioneel gezinstype):
vader=pater familias en vrouw is ondergeschikt zij mag niet zonder toestemming
contacten buitenshuis hebben en werken.
o Komt vooral voor bij oudere immigranten met een laag opleidingsniveau en culturele
en religieuze kenmerken die sterk verschillen van die in het land van immigratie
islamitisdche groeperingen akomstig uit traditionele plattelandsgebieden.
o Vaders hebben traditionele autoriteit en onderdrukken individualistische tendensen in
gezin.
o Moeders werken nauwelijks buitenshuis en komen weinig met nieuwe samenleving en
cultuur in aanraking spreken nauwelijks NL taal.
o Moeders hebben het gevoel de greep op de opvoeding te verliezen omdat zij hun
kinderen niet kunnen steunen in hun streven naar meer autonomie.
- Ontstaan van een meer egalitaire relatie tussen man en vrouw (egalitair gezinstype):
man en vrouw hebben meer gelijke positie gezamenlijk worden belangrijke beslissingen
genomen en ouders geven hun kinderen meer inspraak en autonomie in hun eigen zaken en
toekomst.
o Komt vooral voor bij immigranten uit Zuid-Europese landen.
o Vrouwen hebben opleiding gevolgd en meer autonomie in het gezin en vrijheid
buitenshuis verworven. Ze leren sneller NL taal en samenleving kennen.
o Ze steunen kinderen en kunnen buitenshuis toezicht houden
Dit zijn twee uitersten, in de praktijk kunnen zich mengvormen voordoen.
De fase van gezinshereniging gaat over in gezinsvorming (huwelijksmigratie). De
accommodatieproblemen na huwelijksmigratie zijn vaak nog groter dan na gezinshereniging.
De partners kennen elkaar nauwelijks en zij hebben verschillende verwachtingen van het
huwelijk.
7.1.3 Acculturatieverschillen in gezinnen
Participatie in de nieuwe samenleving is een belangrijke factor in het acculturatieproces
immigranten die vaak en intensief op meerdere terreinen van de nieuwe samenleving
participeren, zullen sneller en meer cultuurelementen van de nieuwe samenleving opnemen
dan immigranten die weinig participeren.
2