KENNISMAKING MET ONDERZOEKSMETHODEN EN STATISTIEK
HC1
Zelf wetenschappelijk onderzoek uitvoeren: producent
Sociaal wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen lezen, evalueren, interpreteren om
ze te kunnen benutten voor hun werk: consument
‘Eenzaamheid is net zo gevaarlijk als roken’
Bronnen van info wat kan leiden tot je manier van interpreteren:
- Intuïtie
- Ervaring
- Autoriteit verteld dit, bv Willem Alexander. Je kan je dan afvragen of hij de juiste
autoriteit is om deze opmerking te maken.
Wetenschap is een andere bron van info, er is dan bv systematisch geobserveerd.
Kenmerken van wetenschappelijk onderzoek
• Empirisch: gebaseerd op systematische waarnemingen
• Controleerbaar: peer review, een andere wetenschapper heeft er naar gekeken en het
gecontroleerd.
• Probabilistisch: ‘het is bewezen dat’ is niet wetenschappelijk. Je kan iets niet bewijzen,
je vindt ondersteuning voor een idee. Je snapt slechts een stukje van de puzzel, je kan
nooit alles zeker weten.
Theorie in sociale wetenschappen
‘Een theorie is een geheel van denkbeelden, hypothesen en verklaringen die in onderlinge
samenhang worden beschreven. In de wetenschap is een theorie een getoetst model ter
verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid’
Een voorbeeld van theorie:
- Integratie stress-theoretisch model van Hosman
- Positieve en negatieve persoonlijke en omgevingsfactoren worden in verband gebracht
met hoe een persoon situaties ervaart tav sociale contacten, inhoud van de
ontmoetingen, frequentie van ontmoetingen.
, De
Theorie data cyclus
Kenmerken van een goede wetenschappelijke theorie
• Ondersteund door data
- data uit wetenschappelijk onderzoek
• Falsi eerbaar
- een theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand van verzamelde gegevens
• Spaarzaam (parsimonious)
- als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig om deze complexer te maken
Onderzoeksvragen
- fundamenteel (basic) ‘is er een relatie tussen eenzaamheid en gezondheid?’
- toegepast (applied)
fi
, Onderzoeksontwerp
- wat voor soort empirische gegevens worden verzameld?
- Kwal of kwant?
- Hoe worden de gegevens verzameld?
- Bij wie gaan we het onderzoek doen?
Waarom kwalitatief onderzoek?
- sociale fenomenen te begrijpen vanuit hun natuurlijke context
- Empirische patronen vinden
- Startpunt voor theorievorming, ontwikkeling nieuwe theorie, aanpassing of uitbreiding
van bestaande theorie
Patronen in:
- gesproken of geschreven teksten
- Observaties van gedrag en interacties
- Beeldmateriaal etc
Kenmerken kwalitatief onderzoek
1. De onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de respondent
2. De onderzoeker heeft een contextuele benadering
3. Het perspectief van de respondenten staat centraal
4. Via speci eke observaties probeert de onderzoeker; de sociale werkelijkheid te
omschrijven in al haar diversiteit, naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën
vormen of bestaande theorieën aanpassen
Inductief onderzoek: theorie vorming dmv bestaande data
Deductief: welke theorieën liggen er en vinden we ondersteuning in de data?
Een onderzoek van een kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de volgende
elementen:
SPI(C)E
- Setting ; waar, in welke context?
- Perspective/population; wie
- Interest: wat?
- (Comparison: vergeleken met wie/wat?)
- Evaluation: met welk resultaat?
fi
, HC 2: DATAVERZAMELINGSMETHODEN IN KWALITATIEF ONDERZOEK
Inductief: kijken vanuit de data om een theorie te ontwikkelen
Deductief: we beginnen met een theorie en gaan kijken of data er bij past
Fundamentele onderzoeksvraag: je bent nog op zoek naar hoe het precies zit,
basisvragen beantwoorden
Toegepaste onderzoeksvraag: als een bedrijf bv al een bepaalde behandeling heeft
ontworpen kan er gekeken worden of dat allemaal wel werkt.
Het kwalitatief interview
- 1 op 1 gesprek
- Vragen over ideeen, motieven, ervaringen, gedragingen met betrekking tot een sociaal
fenomeen
De geïnterviewde is informant (weet veel over het onderwerp, specialist, arts) , of
respondent
De nitie interview:
‘… a form of conversation in which one person - the interviewer - restricts oneself to
posing questions concerning behaviors, ideas, attitudes, and experiences with regard to
social phenoma, to one or more others, the participants or interviewees…’
De onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling, durft iemand dan wel
alles te zeggen?
In hoeverre liggen inhoud, volgorde en formulering van vragen en antwoordopties vooraf
vast?
fi
HC1
Zelf wetenschappelijk onderzoek uitvoeren: producent
Sociaal wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen lezen, evalueren, interpreteren om
ze te kunnen benutten voor hun werk: consument
‘Eenzaamheid is net zo gevaarlijk als roken’
Bronnen van info wat kan leiden tot je manier van interpreteren:
- Intuïtie
- Ervaring
- Autoriteit verteld dit, bv Willem Alexander. Je kan je dan afvragen of hij de juiste
autoriteit is om deze opmerking te maken.
Wetenschap is een andere bron van info, er is dan bv systematisch geobserveerd.
Kenmerken van wetenschappelijk onderzoek
• Empirisch: gebaseerd op systematische waarnemingen
• Controleerbaar: peer review, een andere wetenschapper heeft er naar gekeken en het
gecontroleerd.
• Probabilistisch: ‘het is bewezen dat’ is niet wetenschappelijk. Je kan iets niet bewijzen,
je vindt ondersteuning voor een idee. Je snapt slechts een stukje van de puzzel, je kan
nooit alles zeker weten.
Theorie in sociale wetenschappen
‘Een theorie is een geheel van denkbeelden, hypothesen en verklaringen die in onderlinge
samenhang worden beschreven. In de wetenschap is een theorie een getoetst model ter
verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid’
Een voorbeeld van theorie:
- Integratie stress-theoretisch model van Hosman
- Positieve en negatieve persoonlijke en omgevingsfactoren worden in verband gebracht
met hoe een persoon situaties ervaart tav sociale contacten, inhoud van de
ontmoetingen, frequentie van ontmoetingen.
, De
Theorie data cyclus
Kenmerken van een goede wetenschappelijke theorie
• Ondersteund door data
- data uit wetenschappelijk onderzoek
• Falsi eerbaar
- een theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand van verzamelde gegevens
• Spaarzaam (parsimonious)
- als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig om deze complexer te maken
Onderzoeksvragen
- fundamenteel (basic) ‘is er een relatie tussen eenzaamheid en gezondheid?’
- toegepast (applied)
fi
, Onderzoeksontwerp
- wat voor soort empirische gegevens worden verzameld?
- Kwal of kwant?
- Hoe worden de gegevens verzameld?
- Bij wie gaan we het onderzoek doen?
Waarom kwalitatief onderzoek?
- sociale fenomenen te begrijpen vanuit hun natuurlijke context
- Empirische patronen vinden
- Startpunt voor theorievorming, ontwikkeling nieuwe theorie, aanpassing of uitbreiding
van bestaande theorie
Patronen in:
- gesproken of geschreven teksten
- Observaties van gedrag en interacties
- Beeldmateriaal etc
Kenmerken kwalitatief onderzoek
1. De onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de respondent
2. De onderzoeker heeft een contextuele benadering
3. Het perspectief van de respondenten staat centraal
4. Via speci eke observaties probeert de onderzoeker; de sociale werkelijkheid te
omschrijven in al haar diversiteit, naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën
vormen of bestaande theorieën aanpassen
Inductief onderzoek: theorie vorming dmv bestaande data
Deductief: welke theorieën liggen er en vinden we ondersteuning in de data?
Een onderzoek van een kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de volgende
elementen:
SPI(C)E
- Setting ; waar, in welke context?
- Perspective/population; wie
- Interest: wat?
- (Comparison: vergeleken met wie/wat?)
- Evaluation: met welk resultaat?
fi
, HC 2: DATAVERZAMELINGSMETHODEN IN KWALITATIEF ONDERZOEK
Inductief: kijken vanuit de data om een theorie te ontwikkelen
Deductief: we beginnen met een theorie en gaan kijken of data er bij past
Fundamentele onderzoeksvraag: je bent nog op zoek naar hoe het precies zit,
basisvragen beantwoorden
Toegepaste onderzoeksvraag: als een bedrijf bv al een bepaalde behandeling heeft
ontworpen kan er gekeken worden of dat allemaal wel werkt.
Het kwalitatief interview
- 1 op 1 gesprek
- Vragen over ideeen, motieven, ervaringen, gedragingen met betrekking tot een sociaal
fenomeen
De geïnterviewde is informant (weet veel over het onderwerp, specialist, arts) , of
respondent
De nitie interview:
‘… a form of conversation in which one person - the interviewer - restricts oneself to
posing questions concerning behaviors, ideas, attitudes, and experiences with regard to
social phenoma, to one or more others, the participants or interviewees…’
De onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling, durft iemand dan wel
alles te zeggen?
In hoeverre liggen inhoud, volgorde en formulering van vragen en antwoordopties vooraf
vast?
fi