Hoorcollege 6 groepen en organisatie
Tot wat voor groepen/netwerken/categorieën jij hoort, maakt jouw sociaal kapitaal.
Sociale groep = sterke sociale verbanden: wij-gevoel en waardevolle sociale interactie. Primaire en
secundaire groepen.
- Primaire groep = kleine sociale groep, persoonlijk, persoonsgericht, samenzijn als doel
- Secundaire groep = grote sociale groep, onpersoonlijk, doelgericht, samenzijn als middel
Sociaal netwerk = zwakke sociale verbanden (sociale interactie: oppervlakkig en/of weinig intensief).
Welgestelde mensen hebben een uitgebreider netwerk, jongeren ook. Sociaal kapitaal:
sociale connecties. Sociale media als netwerk. Mannen meer collega’s en vrouwen meer
familieleden.
Categorie = mensen die gemeenschappelijke kenmerken hebben, maar er is (vrijwel) geen sprake
sociale interactie.
Sociale groep Sociaal netwerk Categorie
Familie Kennissenkring Alzheimer patiënten
Vriendenkring Kerkgenootschap Linked-In
Katholieken
Vrouwen
Functies van groeperingen: stabiliteit voor de samenleving, socialisatie en sociale controle.
Togetherness situation -> sociale categorie > sociaal netwerk -> secundaire groep -> primaire groep
Leiderschap
Expressief: op welzijn van de groep
Inspireren, spanningen verminderen, humor, affectie
Instrumenteel: op doel gericht
Formele en zakelijke relaties, planmatig, organiseren, belonen en straffen, hiërarchie, respect
Groepsconformiteit: je wil graag bij een groep horen.
Hangt af van de situatie- en persoonskenmerken
Autoriteit -> personen die boven je staan kunnen je beïnvloeden om er bij te willen horen
Janis: tunnelvisie door groepsdenken
Experiment van Asch: erbij willen horen, groepsdruk, confrontatie met de groep vermijden.
Tot wat voor groepen/netwerken/categorieën jij hoort, maakt jouw sociaal kapitaal.
Sociale groep = sterke sociale verbanden: wij-gevoel en waardevolle sociale interactie. Primaire en
secundaire groepen.
- Primaire groep = kleine sociale groep, persoonlijk, persoonsgericht, samenzijn als doel
- Secundaire groep = grote sociale groep, onpersoonlijk, doelgericht, samenzijn als middel
Sociaal netwerk = zwakke sociale verbanden (sociale interactie: oppervlakkig en/of weinig intensief).
Welgestelde mensen hebben een uitgebreider netwerk, jongeren ook. Sociaal kapitaal:
sociale connecties. Sociale media als netwerk. Mannen meer collega’s en vrouwen meer
familieleden.
Categorie = mensen die gemeenschappelijke kenmerken hebben, maar er is (vrijwel) geen sprake
sociale interactie.
Sociale groep Sociaal netwerk Categorie
Familie Kennissenkring Alzheimer patiënten
Vriendenkring Kerkgenootschap Linked-In
Katholieken
Vrouwen
Functies van groeperingen: stabiliteit voor de samenleving, socialisatie en sociale controle.
Togetherness situation -> sociale categorie > sociaal netwerk -> secundaire groep -> primaire groep
Leiderschap
Expressief: op welzijn van de groep
Inspireren, spanningen verminderen, humor, affectie
Instrumenteel: op doel gericht
Formele en zakelijke relaties, planmatig, organiseren, belonen en straffen, hiërarchie, respect
Groepsconformiteit: je wil graag bij een groep horen.
Hangt af van de situatie- en persoonskenmerken
Autoriteit -> personen die boven je staan kunnen je beïnvloeden om er bij te willen horen
Janis: tunnelvisie door groepsdenken
Experiment van Asch: erbij willen horen, groepsdruk, confrontatie met de groep vermijden.