H.1. Taalverandering en de geschiedenis van het Nederlands
1.1 Talen veranderen. Bijv. de behoefte aan nieuwe woorden.
1.2 Verandering op verschillende taalniveaus. de veranderingen vinden plaats op
verschillende niveaus van taal:
- lexicale veranderingen (opkomst van nieuwe woorden en verdwijnen van woorden)
- semantische veranderingen (woorden veranderen van betekenis)
- syntactische veranderingen (woordvolgorde wordt anders, constructie
verdwijnt/verschijnt)
- morfologische veranderingen
- fonologische veranderingen
1.3 Illustratie
1.4 Taalverandering en taalwetenschap
1.5 Interne en externe taalgeschiedenis
Interne taalgeschiedenis = de kenmerken van het Nederlands in de verschillende perioden,
de taalveranderingen die plaatsvinden en de samenhang tussen bepaalde eigenschappen
van een taal en de optredende veranderingen beschrijven.
Bijv. het afslijten van uitgangen zoals in ‘heb’ (MNL: ‘hebbe’), en het feit dat in een
voorstadium van het Nederlands het accent in het algemeen op de eerste lettergreep viel.
Externe taalgeschiedenis = taal wordt van de buitenkant beschouwd, in de context waarin
ze in verschillende tijden functioneert. Dat betekent dat historische gebeurtenissen,
politieke ontwikkelingen, contacten met andere talen en culturen als externe factoren van
belang zijn.
De splitsing van NL in de 16e eeuw in noord en zuid is een historisch en politiek gebeuren en
bepalend geweest voor de ontwikkeling van de Nederlandse standaardtaal. Bij de
verbreiding van die standaardtaal hebben externe factoren als het onderwijs en
voorschriften van grammatici een rol gespeeld.
1.6 Korte begripsbepaling van het Nederlands
Nederlands = Standaardnederlands, ABN. Ook de Nederlandse dialecten behoren tot het
Nederlands.
Onder Hollands verstaan we de dialecten zoals die gesproken werden en nog wel worden in
het oude gewest Holland, de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland.