Samenvatting boek
Hoofdstuk 1 – Language
Wat is taal?
- een systeem om te communiceren: hoofddoel is om informatie door te geven van een
persoon naar een ander persoon. Ook sociale doeleinden of grapjes maken. Communicatie
van gedachten en gevoelens door middel van een systeem van arbitraire signalen, zoals
geluiden of gebaren.
- een systeem van woorden en regels en hoe ze te combineren. Woorden zitten in ons
mentale lexicon. Woorden kunnen worden samengevoegd volgens de syntactische regels
van een taal.
- de relatie tussen betekenis en uiterlijk / geluid van woorden is arbitrair. Je kan niet weten
wat een woord betekent door het woord alleen maar te horen, je moet het woord kennen.
Hoe verschillen talen?
- het vocabulair
- de gewenste woordvolgorde
- de syntactische regels
- de inflectie
- de manier waarop grammaticale units gecombineerd worden
- de geluiden die ze gebruiken
- de manier waarop er geschreven wordt
Taalfamilies:
Het Nederlands, Engels, Duits, Fries en de Scandinavische talen (Deens, Noors, Zweeds,
IJslands) zijn Germaanse talen. opgesplitst in West en Noord-Germaanse tak. Oost is
uitgestorven.
Het Frans, Spaans, Catalaans, Italiaans, Portugees, Roemeens en Retoromaans zijn
Romaanse talen.
Het Russisch, Pools en Tsjechisch zijn Slavische talen.
Het Lets en Litouws zijn Baltische talen. ALLEMAAL INDO-EUROPESE TALEN.
Het Baskisch, Fins, Hongaars en Estisch zijn geen Indo-Europese talen.
We kunnen ontdekken wanneer talen zich gingen splitsen door te kijken naar de woorden
die ze delen. Alle Indo-Europese talen hebben woorden voor ‘paard’ en ‘schaap’, maar geen
woorden voor ‘palmen’ of ‘wijngaard’. de originele sprekers van het Indo-Europees
kwamen uit noord/centraal Europa.
Waar komt taal vandaan?
Kijken naar de organen die spraak mogelijk maken. Wanneer ontstonden die?
Hoofdstuk 1 – Language
Wat is taal?
- een systeem om te communiceren: hoofddoel is om informatie door te geven van een
persoon naar een ander persoon. Ook sociale doeleinden of grapjes maken. Communicatie
van gedachten en gevoelens door middel van een systeem van arbitraire signalen, zoals
geluiden of gebaren.
- een systeem van woorden en regels en hoe ze te combineren. Woorden zitten in ons
mentale lexicon. Woorden kunnen worden samengevoegd volgens de syntactische regels
van een taal.
- de relatie tussen betekenis en uiterlijk / geluid van woorden is arbitrair. Je kan niet weten
wat een woord betekent door het woord alleen maar te horen, je moet het woord kennen.
Hoe verschillen talen?
- het vocabulair
- de gewenste woordvolgorde
- de syntactische regels
- de inflectie
- de manier waarop grammaticale units gecombineerd worden
- de geluiden die ze gebruiken
- de manier waarop er geschreven wordt
Taalfamilies:
Het Nederlands, Engels, Duits, Fries en de Scandinavische talen (Deens, Noors, Zweeds,
IJslands) zijn Germaanse talen. opgesplitst in West en Noord-Germaanse tak. Oost is
uitgestorven.
Het Frans, Spaans, Catalaans, Italiaans, Portugees, Roemeens en Retoromaans zijn
Romaanse talen.
Het Russisch, Pools en Tsjechisch zijn Slavische talen.
Het Lets en Litouws zijn Baltische talen. ALLEMAAL INDO-EUROPESE TALEN.
Het Baskisch, Fins, Hongaars en Estisch zijn geen Indo-Europese talen.
We kunnen ontdekken wanneer talen zich gingen splitsen door te kijken naar de woorden
die ze delen. Alle Indo-Europese talen hebben woorden voor ‘paard’ en ‘schaap’, maar geen
woorden voor ‘palmen’ of ‘wijngaard’. de originele sprekers van het Indo-Europees
kwamen uit noord/centraal Europa.
Waar komt taal vandaan?
Kijken naar de organen die spraak mogelijk maken. Wanneer ontstonden die?