Samenvatting H9 – Basisboek Integrale Veiligheid
9.1 Inleiding
Besluitvaardigheid: de veiligheidskundige heeft het vermogen om te komen tot realistische,
onderbouwde en bruikbare conclusies over mogelijke alternatieven, op basis van beschikbare
informatie. De veiligheidskundige kan weloverwogen standpunten innemen en na overleg beslissingen
nemen. Nier alleen in overzichtelijke maar ook in meer diffuse situaties, waarbij niet alle factoren
volledig bekend of inzichtelijk zijn. De veiligheidskundige moet kunnen balanceren tussen het bieden
van voldoende bescherming enerzijds en het accepteren van aanvaardbare risico’s anderzijds. Hij
moet afwegingen kunnen maken bij het nemen van veiligheidsmaatregelen die de persoonlijke
levenssfeer beïnvloeden.
Besluitvaardigheid betekend in de gehele veiligheidsketen telkens een zo goed mogelijke keuze
maken uit de beschikbare interventies, op basis van een zo adequaat mogelijke analyse.
De beleidsfactoren: tijd, budget en context bepalen daarbij voor een groot deel hoeveel ruimte er is
voor het maken van keuzes.
Als veiligheidskundige heb je vaak één hoofdtaak: het beperken van eventuele schade door risico’s te
analyseren en beslissingen te nemen over mogelijke interventies.
In ons brein zijn er twee hersensystemen actief: (1) het snelle intuïtieve emotionele hersensysteem
hiermee worden impulsieve en routinematige taken uitgevoerd en (2) het langzame reflectieve en
cognitieve systeem hiermee worden meer complexe taken uitgevoerd en worden doordachte
beslissingen genomen.
Human error: een menselijke fout is menselijk handelen dat er niet in slaagt een gewenst resultaat te
behalen, met mogelijk ongewenste gevolgen. Menselijke fouten kunnen vele vormen aannemen en
verschillende oorzaken hebben.
Reason (1990) onderscheidt 4 soorten menselijke fouten: (1) een afdwaling, (2) een uitglijder, (3) een
vergissing en (4) een overtreding.
In de praktijk komen afdwalingen het meeste voor, dit is zo’n 40 tot 60% van de menselijke fouten die
gemaakt worden.
9.2 Inzichten uit wetenschap en praktijk
9.1 Inleiding
Besluitvaardigheid: de veiligheidskundige heeft het vermogen om te komen tot realistische,
onderbouwde en bruikbare conclusies over mogelijke alternatieven, op basis van beschikbare
informatie. De veiligheidskundige kan weloverwogen standpunten innemen en na overleg beslissingen
nemen. Nier alleen in overzichtelijke maar ook in meer diffuse situaties, waarbij niet alle factoren
volledig bekend of inzichtelijk zijn. De veiligheidskundige moet kunnen balanceren tussen het bieden
van voldoende bescherming enerzijds en het accepteren van aanvaardbare risico’s anderzijds. Hij
moet afwegingen kunnen maken bij het nemen van veiligheidsmaatregelen die de persoonlijke
levenssfeer beïnvloeden.
Besluitvaardigheid betekend in de gehele veiligheidsketen telkens een zo goed mogelijke keuze
maken uit de beschikbare interventies, op basis van een zo adequaat mogelijke analyse.
De beleidsfactoren: tijd, budget en context bepalen daarbij voor een groot deel hoeveel ruimte er is
voor het maken van keuzes.
Als veiligheidskundige heb je vaak één hoofdtaak: het beperken van eventuele schade door risico’s te
analyseren en beslissingen te nemen over mogelijke interventies.
In ons brein zijn er twee hersensystemen actief: (1) het snelle intuïtieve emotionele hersensysteem
hiermee worden impulsieve en routinematige taken uitgevoerd en (2) het langzame reflectieve en
cognitieve systeem hiermee worden meer complexe taken uitgevoerd en worden doordachte
beslissingen genomen.
Human error: een menselijke fout is menselijk handelen dat er niet in slaagt een gewenst resultaat te
behalen, met mogelijk ongewenste gevolgen. Menselijke fouten kunnen vele vormen aannemen en
verschillende oorzaken hebben.
Reason (1990) onderscheidt 4 soorten menselijke fouten: (1) een afdwaling, (2) een uitglijder, (3) een
vergissing en (4) een overtreding.
In de praktijk komen afdwalingen het meeste voor, dit is zo’n 40 tot 60% van de menselijke fouten die
gemaakt worden.
9.2 Inzichten uit wetenschap en praktijk