privaatrecht;
Materieel privaatrecht: gaat over de inhoudelijke regels van het privaatrecht.
Formeel privaatrecht: geeft regels over handhaving van de materiële regels
De rol en functie van het burgerlijk procesrecht uitleggen en beschrijven;
Het betreft:
Het handhaven en beïnvloeden van materiële burgerlijke rechten en plichten;
Het voorkomen van een gerechtelijke procedure;
Het voorkomen van eigenrichting.
De rol van het burgerlijk procesrecht:
De beginselen van en begrippen uit het burgerlijk procesrecht
benoemen, uitleggen en verklaren;
Recht op rechtspraak en rechtsbijstand
Het recht op rechtspraak en rechtsbijstand houdt in dat door iedereen een geschil moet
kunnen worden voorgelegd aan een overheidsrechter en dat een ieder recht heeft op
juridische bijstand in een procedure (17-18). Een belangrijk gevolg van deze
beginselen is het toegangsprincipe: iedereen moet toegang hebben tot de rechter en
een rechtsbijstandsverlener, zoals een advocaat. Als gevolg hiervan hebben minder
draagkrachtigen in beginsel recht op ‘gesubsidieerde rechtsbijstand’: van
overheidswege wordt hen een advocaat toegevoegd die hen zal bijstaan. De minder
draagkrachtige burger hoeft slechts een eigen bijdrage te betalen; de Staat betaalt de
advocaat. In hoofdstuk 11 wordt dieper ingegaan op de gesubsidieerde rechtsbijstand.
Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn
De behandeling van en beslissing over de zaak dienen binnen een redelijke termijn te
geschieden. De rechter en partijen waken tegen onredelijke vertraging van de
procedure: art. 20 lid 1 en 2 Rv. In de landelijke procesreglementen wordt concrete
invulling gegeven aan art. 20 Rv. Zo gelden er vastgestelde termijnen voor het indienen
van processtukken. Op deze termijnen en de procesreglementen wordt in de volgende
hoofdstukken nog teruggekomen. De wens om gerechtelijke procedures waar mogelijk
sneller te laten verlopen, is overigens een actueel onderwerp dat in de herziening van
het burgerlijkprocesrecht een rol speelt.
Geen rechtsweigering en volledige beslissing
De rechter moet altijd een beslissing geven over het geschil dat aan hem is voorgelegd.
Hij mag niet weigeren om een uitspraak te doen: art. 26 Rv en art. 13 Wet Algemene
Bepalingen. Bovendien moet de eindbeslissing van de rechter volledig zijn: de
eindbeslissing moet alle geschilpunten betreffen. (art 23 Rv) Deze uitgangspunten
houden verband met het recht op rechtspraak: elke procespartij heeft het recht om zijn
zaak volledig aan een overheidsrechter voor te leggen en (als gevolg) een uitspraak te
verkrijgen.
Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden
Van het lijdelijkheidsbeginsel moet worden onderscheiden de verplichting van de
rechter om de rechtsgronden aan te vullen: art. 25 Rv. Indien een procespartij zijn
vordering of verweer baseert op een onjuiste rechtsgrondslag, moet de rechter de
procespartij te hulp schieten door de juiste rechtsgrond aan te vullen. Voorwaarde is
wel dat de procespartij voldoende feiten en omstandigheden aanvoert om de juiste