Antigeenpresentatie
T-cellen reageren niet op antigenen in oplossing. Om een T-cel te activeren moet een antigeen aan
deze cel gepresenteerd worden door een antigeen-presenterende cel (APC).
Celtypen die antigenen kunnen presenteren:
- Dendritische cellen: naïeve T-cel activatie celdeling en differentiatie in effector T-cellen
(activeren macrofagen en B-cellen door productie van cytokines)
- Macrofagen: activeren effector T-cellen meer macrofagen geactiveerd (cel-gemedieerde
immuniteit)
- B-cellen: effector T-cellen geactiveerd B-cellen activatie en antilichaamproductie
(humorale immuniteit)
- Vasculaire endotheelcellen
- Verschillende epitheelcellen en mesenchymale cellen
Van alle APC’s zijn dendritische cellen (DC’s) het vaakst betrokken bij activatie van naïeve T-cellen.
Deze zijn zo geschikt omdat:
- DC’s hebben een strategische ligging liggen op vaak voorkomende plekken waar microben
het lichaam binnen willen komen (epitheel) en weefsels die gekoloniseerd worden door
microben.
- DC’s uiten receptoren die microben kunnen vangen en erop kunnen reageren.
- DC’s migreren vanuit epitheel en weefsels via lymfevaten (vooral in de T-celzones van
lymfeknopen) en naïeve T-cellen circuleren ook door deze gebieden van lymfeknopen.
- Volwassen DC’s uiten grote hoeveelheden van peptide-MHC complexen, costimulators en
cytokines. Deze zijn allemaal nodig om naïeve T-cellen te activeren.
Functie van de andere antigeen-presenterende cellen:
1