Het lichaam heeft een eerste barrière, gevormd door onder andere de huid en slijmlagen, die ons
bescherming biedt tegen infectie door pathogenen. Als een pathogeen die eerste barrière weet te
doorbreken, komt het de tweede verdedigingslinie tegen, namelijk neutrofielen en macrofagen. Deze
cellen herkennen bepaalde pathogene moleculaire patronen en zetten een ontstekingsreactie in
gang. Deze ontstekingsreactie zorgt ervoor dat het pathogeen zich niet verder kan verspreiden en
uiteindelijk wordt opgeruimd. Vaak zijn deze twee barrières afdoende om ons te beschermen tegen
infecties van buitenaf. Toch gebeurt het ook regelmatig dat een pathogeen zowel de eerste als de
tweede barrière weet te doorbreken en een infectie langer standhoudt. In zulke gevallen treedt de
derde verdedigingslinie in werking: het adaptieve immuunsysteem.
Aangeboren vs. Adaptief:
Aangeboren immuunsysteem Adaptief immuunsysteem
Reageert meteen op pathogenen Reageert pas na een paar dagen op pathogenen
Complement vormt hier een onderdeel van Antilichamen vormen hier een onderdeel van
Reageert in principe niet op lichaamseigen Maakt een geheugen aan
moleculen (bij adaptief zijn auto-immuunziektes
mogelijk)
Herkent een beperkte variatie van pathogene of Herkent een grote variatie aan antigenen
schade-gerelateerde moleculaire patronen
Bij aangeboren immuunsysteem horen: mestcellen, NK-cellen, neutrofyllen, monocyten, basofielen,
macrofagen, dendritische cellen en eosinofielen.
Bij adaptieve immuunsysteem horen: B-cellen en T-cellen.
Het adaptieve immuunsysteem bestaat uit 2 verschillende onderdelen:
Humorale immuniteit Cel-gemedieerde immuniteit
Welke celtypen spelen de B-lymfocyten T-lymfocyten
hoofdrol in dit systeem?
Welke receptor is B-cell receptor (BCR): T-cell receptor (TCR): herkent
verantwoordelijk voor membraangebonden vorm van fragmenten van antigenen als
herkenning van het antigeen? een anti-lichaam met unieke eiwitten gebonden aan major
antigeen specificiteit. histocompatibility complex (MHC).
Wat is de belangrijkste Humorale immuniteit is het Cellulaire immuniteit verdedigt tegen
functie van het genoemde verdedigingsmechanisme tegen infecties door microben die de
celtype? extracellulaire microben, oftewel fagocytose overleven, alsnog te
microben die zich buiten de cellen vernietigen en geïnfecteerde cellen
bevinden (in het lumen van GI- op te ruimen. De microben die zich in
tract, ademhalingsstelsel en het fagociet bevinden zijn namelijk
bloed). onbereikbaar voor de circulerende
antilichamen die geproduceerd
worden door B-cellen van de
humorale immuniteit.
Op welk type antigeen Antigeen dat vrij zit in de □ Antigeen dat vrij zit in de extra-
reageert dit celtype? extra-cellulaire vloeistof cellulaire vloeistof
□ Cel-gebonden peptide Cel-gebonden peptide