First line of defense
Als een pathogeen een lichaam binnendringt, komt het een aantal
barrières tegen, ook wel de eerste verdedigingslinie genoemd:
- Huid: gespecialiseerde epitheelcellen. De buitenste laag van
keratine gaat dood, waardoor microbiële penetratie in diepere
lagen van het epidermis voorkomen wordt.
- Longen (mucus en cilia): mucus is taaie uitscheiding die
glycoproteïnen bevatten (mucinen) en geproduceerd wordt
door het ademhalingsstelsel. Dit beperkt microbiële invasie. Dit
wordt versterkt door de cilia (in de bronchiën en
darmperistaltiek) die eliminatie van microben faciliteert.
- GI-tract: produceren ook mucusmicrobiële invasie beperkt.
- Urogenitale wegen (=m.b.t. genitale en urinaire organen): produceren ook
mucusmicrobiële invasie beperkt.
Epitheelcellen en sommige leukocyten produceren peptiden met antimicrobiële eigenschappen.
Twee families:
- Defensins: geproduceerd door epitheelcellen van mucosale oppervlakken en bepaalde
leukocyten. Deze doden microben door verschillende mechanismen.
- Cathelicidin: geproduceerd door neutrofielen en barrière epitheelcellen in de huid, GI-tract
en ademhalingsstelsel. Deze beschermen door verschillende mechanismen tegen infectie.
Barrière epitheel bevat ook bepaalde typen lymfocyten, die veelvoorkomende microben herkennen
en erop reageren.
Second line of defense
Zodra een pathogeen een lichaam is binnengedrongen (voorbij de first line of defense), zal het onder
andere fagocyten tegenkomen. Deze cellen vormen een onderdeel van de second line of defense.
De drie celtypen hieronder zijn in staat tot fagocytose:
Neutrofiel Macrofaag Dendritische cel
Neutrofiel Macrofaag Dendritische cel
eerste herkenning van X X X
pathogenen en/of
weefselschade