Goederenrecht
Universiteit Maastricht
Rechtsgeleerdheid jaar 3, blokperiode 3.1
Verplichte literatuur en jurisprudentie bijeenkomst 1
Bezit, houderschap, wijzen van levering en rechtsgevolgen
Nummer 227: algemeen constitutum possesorium
Artikel 3:115 sub a BW (constitutum possesorium): voor bezitsoverdracht is een tweezijdige verklaring zonder
feitelijke handeling voldoende, wanneer de vervreemder de zaak bezit en hij haar krachtens een bij de levering
gemaakt beding voor de verkrijger gaat houden. Doordat de vervreemder conform deze houderschapsverklaring
voor de verkrijger gaat houden, draagt hij hem het bezit van de zaak over. Het verkregen bezit is middellijk, omdat
hij het door middel van de vervreemder uitoefent. De ‘verklaring’ kan ook in een aangenomen houding liggen
besloten. De vervreemder gaat houden voor de verkrijger. Een feitelijke handeling is dus niet vereist, omdat het
goed zich niet onmiddellijk onder deze derde zal bevinden.
Nummer 228: minder sterke werking levering cp
Levering cp staat niet volledig op één lijn met een levering door feitelijke overgave, want:
Een houder kan niet buiten de bezitter om door middel van een cp leveren (artikel 3:115 sub a jo. 3:111
BW);
Een geslaagde levering cp werkt krachtens art. 3:90 lid 2 BW niet tegenover een derde met een ouder
recht op de zaak, tenzij deze met de vervreemding heeft ingestemd.
Nummer 229: een houder kan niet buiten de bezitter om door een cp leveren
Krachtens artikel 3:111 BW kan een houder van een zaak zich niet door een eenzijdige wilswijziging tot bezitter
maken en daarmee de bezitter het bezit ontnemen. Dit blijkt ook enigszins uit het feit dat genoemde bepaling
uitgaat van het bezit van de vervreemder en uit de rechtspraak van de Hoge Raad in het Sio-arrest.
Nummer 230: (alsnog) geslaagde levering door houder
Wanneer er na een mislukte levering cp door een houder alsnog feitelijke overgave bezitsverschaffing plaatsvindt,
dan komt er toch nog een levering tot stand. Daarnaast kan een houder met instemming van de bezitter een
levering cp tot stand brengen. In geval de houder in naam van de bezitter handelt, wordt de verklaring aan de
bezitter toegerekend en is het juridisch de bezitter zelf die cp levert.
Nummer 231: levering werkt niet tegenover een ouder gerechtigde
Artikel 3:90 lid 2 BW bepaalt dat wanneer de roerende zaak na de levering in handen van de vervreemder is
gebleven, de levering pas tegenover een derde met een ouder recht op de zaak werkt, nadat de zaak in handen
van de verkrijger is gekomen.
Nummer 232: ouder recht
De zinsnede ‘ouder recht op de zaak’ in artikel 3:90 lid 2 BW ziet op een ouder eigendomsrecht of een ouder
beperkt recht. De verkrijger kan de levering wel tegenwerken aan iemand met een ouder persoonlijke recht met
betrekking tot de zaak.
Nummer 233: de gevolgen van artikel 3:90 lid 2 BW
Op grond van dit artikel werkt een levering niet tegenover een ouder gerechtigde, indien de zaak in handen van
de vervreemder is gebleven. Gevolgen daarvan zijn:
1) De derde-verkrijger kan geen bescherming ontlenen aan artikel 3:86 lid 1 BW indien de ouder
gerechtigde de zaak revindiceert, totdat de zaak in zijn handen komt. Genoemd artikel biedt namelijk
alleen bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid, niet tegen gebreken in de levering.
2) Een derde-verkrijger van een zaak die in handen is gebleven van de vervreemder, geniet geen
bescherming door artikel 3:86 lid 2 BW tegen een op de zaak drukkend beperkt recht.
3) De verkrijger van een zaak die in handen van de vervreemder is gebleven, kan zich tegenover de ouder
gerechtigde beroepen op verkrijgende verjaring.
Nummer 234: (alsnog) volledige werking
Een levering die aanvankelijk op grond van artikel 3:90 lid 2 BW niet werkt tegenover een ouder gerechtigde,
krijgt krachtens lid 2 alsnog ook werking tegenover hem, indien en zodra de zaak in handen van de verkrijger
komt of wanneer de ouder gerechtigde heeft ingestemd met de vervreemding.
Nummer 236: algemeen traditio brevi manu
Artikel 3:115 lid b BW voorziet in de levering traditio brevi manu. Dit betekent letterlijk vertaald: overgave met de
korte hand. Doordat de vervreemder ermee instemt dat de verkrijger de zaak niet meer langer voor hem, maar
voor zichzelf gaat houden, verschaft hij hem het onmiddellijke bezit van de zaak.
1
, Goederenrecht
Universiteit Maastricht
Rechtsgeleerdheid jaar 3, blokperiode 3.1
Nummer 238: algemeen traditio longa manu
Artikel 3:115 lid c BW voorziet in de levering traditio longa man: overgave met de lange hand. Het gevolg van
longa manu is dat de derde-houder de zaak niet langer voor de vervreemder houdt, maar houdt voor de
verkrijger. Het middellijke bezit is van de vervreemder op de verkrijger overgegaan.
Nummer 239: rechten van de derde-houder
In hoeverre dient de verkrijger het recht van de derde-houder te respecteren?
Heeft de derde-houder de zaak krachtens een pandrecht of een recht van vruchtgebruik onder zich, dan
kan hij dit recht ook tegen de verkrijger inroepen;
Heeft de derde-houder de zaak al door de vervreemder onder opschortende voorwaarde overgedragen,
dan verliest de verkrijger bij vervulling van de voorwaarde zijn eigendom aan de derde;
Heeft de derde-houder met betrekking tot de zaak een retentierecht, dan kan hij dit krachtens artikel
3:291 lid 1 BW eveneens inroepen tegen degene die een recht op de zaak heeft verkregen, nadat zijn
vordering is ontstaan en de zaak in zijn macht is gekomen;
Heeft de derde-houder de zaak krachtens een huurovereenkomst onder zich, dan kan de derde zijn
rechten uit de huurovereenkomst aan de verkrijger tegenwerpen.
Nummer 240: ook door een middellijk houder buiten de bezitter om mogelijk
Ook in geval van middellijk houderschap kan de houder een vierde zonder instemming van de bezitter op
vergelijkebare wijze door middel van een traditio longa manu het bezit verschaffen. De Hoge Raad achtte onder
het oude recht de traditio longa manu even volwaardig als een levering door middel van feitelijke overgave, zie
het Berg/De Bary-arrest.
Nummer 242: levering van roerende zaken onder een derde door een cp
Vervreemder en verkrijger kunnen buiten de derde-houder om levering tot stand brengen door middel van een cp.
Voor bezitsoverdracht cp is het immers onverschillig of de zaak zich onder de vervreemder bevindt, of dat een
derde-houder haar voor de vervreemder houdt. De derde-houder blijft, eveneens ander dan bij de longa manu,
houder voor de vervreemder, die op zijn beurt de zaak na levering cp is gaan houden voor de verkrijger.
Nummer 351: machtsuitoefeningen
De macht hebben over een zaak hoeft niet te impliceren dat men van die zaak ook eigenaar is. Men heeft zelfs
nog steeds de macht over een zaak, ook als deze zaak niet letterlijk in handen is van degene die er de macht
over uitoefent.
Nummer 352: houden voor zichzelf
De macht die in beginsel slechts ten eigen bate of voor zichzelf pleegt te worden uitgeoefend, duidt men in het
juridische spraakgebruik aan met bezit. Macht voor zichzelf uitoefenen doet in de eerste plaats degene die
daartoe als gerechtigde tot de zaak bevoegd is. Macht kan tevens worden uitgeoefend door personen die geen
gerechtigden tot de zaak zijn. Beiden categorieën houden echter een goed voor zichzelf.
Eigendom kan worden omschreven als het meest omvattende recht van een persoon op een zaak, dat recht geeft
op bezit van die zaak.
Nummer 353: houden voor een ander
Macht die krachtens een rechtsverhouding tot iemand anders wordt uitgeoefend over andermans zaak, macht ten
behoeve van een ander met een erkend beter recht op die zaak, noemen wij houderschap of detentie. Het bezit
van de zaak blijft echter bij de eigenaar, ook al oefent deze geen feitelijke macht uit.
Bezit betekent: het houden van een goed voor zichzelf, eigenaar of niet.
Nummer 354: bezit mogelijk van ieder goed
Ook vermogensrechten hebben bezitters, het maakt daarbij niet uit of de bezitter ook tevens de eigenaar is.
Nummer 355: betekenis van bezit
Politionele functie van het bezit: degene die bezitsdaden verricht is normaliter ook de gerechtigde. Het bezit wordt
daarom beschermd, zie artikel 3:125 BW. In het verlengde hiervan ligt de zogenaamde processuele functie van
het bezit: de wet beschouwt de bezitter tot bewijs van het tegendeel als rechthebbende, artikel 3:119 BW.
Daarnaast kan bezit een rechtverkrijgende functie hebben: is men geen rechthebbende maar wel bezitter, dan
kan men door middel van verkrijgende verjaring rechthebbende worden. De verjaringstermijn is afhankelijk van
het al dan niet te goeder trouw zijn van de bezitter en de aard van het goed.
De bezitter die geen gerechtigde is en het voorwerp van zijn bezit aan de gerechtigde moet afstaan, heeft
tegenover die gerechtigde bepaalde vergoedingsrechten, zie artikel 3:120 en 3:121 BW.
2
, Goederenrecht
Universiteit Maastricht
Rechtsgeleerdheid jaar 3, blokperiode 3.1
3
, Goederenrecht
Universiteit Maastricht
Rechtsgeleerdheid jaar 3, blokperiode 3.1
Nummer 357: verkeersopvatting en uiterlijke feiten
Of een goed wordt gehouden voor zichzelf wordt beoordeeld naar verkeersopvatting en overigens op grond van
uiterlijke feiten. De feiten moeten worden geïnterpreteerd naar die verkeersopvatting, dat wil zeggen naar
algemeen gangbare maatstaven. Ook de vraag of men voor iemand anders houdt, wordt op grond van de
verkeersopvatting en uiterlijke feiten beoordeeld.
Nummer 358: wettelijke regels
Artikel 3:108 BW verwijst voor de vaststelling van bezit naar de ‘navolgende regels’. Vooral artikel 3:109 BW is
hier van belang. Wie een goed houdt, wordt vermoed voor zichzelf te houden oftewel van dat goed bezitter te zijn.
Het vervolg staat in artikel 3:119 BW: de bezitter wordt vermoed rechthebbende te zijn.
Nummer 363: kan houder bezitter worden?
De wet geeft in beginsel aan dat de houder onder dezelfde titel blijft houden en kan dus niet zomaar tot bezitter
uitgroeien, ook al meent hij rechthebbende te zijn. Hij kan evenmin de grondslag van zijn houderschap wijzigen.
De houder kan slechts wijzigingen aanbrengen in de titel van zijn houderschap indien dit uit de wet voortvloeit.
Artikel 3:111 BW geeft hiervoor twee mogelijkheden:
1) Een handeling van degene voor wie man houdt;
2) Een tegenspraak van diens recht. Deze tegenspraak moet zijn gericht tot de bezitter of tot degene die de
bezitter vertegenwoordigt. De tegenspraak moet zich daadwerkelijk uiten in daden.
Nummer 364: scheiding eigendom en bezit
Men verkrijgt bezit door de verwerving van de door het maatschappelijk verkeer als heerschappij ten eigen
behoeve erkende macht over een goed. Bezitter wordt men door zich als gerechtigde te gedragen. Meestal is de
gerechtigde tevens de bezitter. De bezitsoverdracht door de gerechtigde eigenaar vindt uitsluitend plaats in
samenhang met eigendomsoverdracht; bezit scheiden van de eigendom is dus niet mogelijk, zelfs niet onder
voorbehoud.
Nummer 366: in de wet geregelde wijzen van bezitsverkrijging
In artikel 3:112 BW somt de wet drie wijzen van bezitsverkrijging op. Deze opsomming is echter niet limitatief.
Nummer 367: roerende zaken
Inbezitneming, occupatie, vindt volgens artikel 3:113 BW plaats door zich de feitelijke macht over het goed te
verschaffen. Dit op in principe bij alle goederen mogelijk. De inbezitneming moet zich uiten in een dusdanige
macht over de zaak, dat het naar verkeersopvatting het bezit van de ander teniet doet.
Nummer 368: inbezitneming bij overige goederen
Omdat men een onroerende zaak niet van zijn plaats kan nemen, zal de inbezitneming hier altijd blijken uit
machtsuitoefeningen die voor de vorige bezitter kenbaar zijn.
Ook de inbezitneming van beperkte rechten is mogelijk.
Nummer 369: overdracht
Voor de overdracht zegt artikel 3:114 BW dat de bezitter zijn bezit overdraagt door de verkrijger in staat te stellen
die macht uit te oefenen die hij zelf over het goed kon uitoefenen. De overdracht kan blijken uit een fysieke
handelingen of een gezamenlijke verklaring.
Om bezit daadwerkelijk te kunnen overdragen moet men zelf bezitter zijn, een dief kan daarom dus nooit bezit
overdragen!
Nummer 371: roerende zaken
De bezitsverschaffing bij roerende zaken vindt plaats door in beginsel een feitelijke overgave van die zaken.
Nummer 372: registergoederen
Bij registergoederen valt de overdracht van het bezit door de eigenaar noodzakelijkerwijze samen met het
voltooien van de leveringshandeling oftewel met de inschrijving van de akte in de openbare registers. Of de
feitelijke macht eerder of later wordt verschaft doet er niet toe. Deze regeling geldt ook voor de beperkte rechten.
Nummer 374: alleen bij roerende niet-registerzaken
Artikel 3:115 BW geeft de mogelijkheid het bezit van zaken over te dragen door een enkele tweezijdige verklaring.
Het is niet mogelijk om het bezit van registerzaken via deze verklaring over te dragen, omdat bezitsverkrijging
hier noodzakelijkerwijze samenvalt met de leveringshandeling. De drie varianten van het artikel:
1) Sub a: levering cp. Vervreemder wordt houder voor de verkrijger;
2) Sub b: brevi manu. Verkrijger was houder van de zaak voor de vervreemder;
4
Universiteit Maastricht
Rechtsgeleerdheid jaar 3, blokperiode 3.1
Verplichte literatuur en jurisprudentie bijeenkomst 1
Bezit, houderschap, wijzen van levering en rechtsgevolgen
Nummer 227: algemeen constitutum possesorium
Artikel 3:115 sub a BW (constitutum possesorium): voor bezitsoverdracht is een tweezijdige verklaring zonder
feitelijke handeling voldoende, wanneer de vervreemder de zaak bezit en hij haar krachtens een bij de levering
gemaakt beding voor de verkrijger gaat houden. Doordat de vervreemder conform deze houderschapsverklaring
voor de verkrijger gaat houden, draagt hij hem het bezit van de zaak over. Het verkregen bezit is middellijk, omdat
hij het door middel van de vervreemder uitoefent. De ‘verklaring’ kan ook in een aangenomen houding liggen
besloten. De vervreemder gaat houden voor de verkrijger. Een feitelijke handeling is dus niet vereist, omdat het
goed zich niet onmiddellijk onder deze derde zal bevinden.
Nummer 228: minder sterke werking levering cp
Levering cp staat niet volledig op één lijn met een levering door feitelijke overgave, want:
Een houder kan niet buiten de bezitter om door middel van een cp leveren (artikel 3:115 sub a jo. 3:111
BW);
Een geslaagde levering cp werkt krachtens art. 3:90 lid 2 BW niet tegenover een derde met een ouder
recht op de zaak, tenzij deze met de vervreemding heeft ingestemd.
Nummer 229: een houder kan niet buiten de bezitter om door een cp leveren
Krachtens artikel 3:111 BW kan een houder van een zaak zich niet door een eenzijdige wilswijziging tot bezitter
maken en daarmee de bezitter het bezit ontnemen. Dit blijkt ook enigszins uit het feit dat genoemde bepaling
uitgaat van het bezit van de vervreemder en uit de rechtspraak van de Hoge Raad in het Sio-arrest.
Nummer 230: (alsnog) geslaagde levering door houder
Wanneer er na een mislukte levering cp door een houder alsnog feitelijke overgave bezitsverschaffing plaatsvindt,
dan komt er toch nog een levering tot stand. Daarnaast kan een houder met instemming van de bezitter een
levering cp tot stand brengen. In geval de houder in naam van de bezitter handelt, wordt de verklaring aan de
bezitter toegerekend en is het juridisch de bezitter zelf die cp levert.
Nummer 231: levering werkt niet tegenover een ouder gerechtigde
Artikel 3:90 lid 2 BW bepaalt dat wanneer de roerende zaak na de levering in handen van de vervreemder is
gebleven, de levering pas tegenover een derde met een ouder recht op de zaak werkt, nadat de zaak in handen
van de verkrijger is gekomen.
Nummer 232: ouder recht
De zinsnede ‘ouder recht op de zaak’ in artikel 3:90 lid 2 BW ziet op een ouder eigendomsrecht of een ouder
beperkt recht. De verkrijger kan de levering wel tegenwerken aan iemand met een ouder persoonlijke recht met
betrekking tot de zaak.
Nummer 233: de gevolgen van artikel 3:90 lid 2 BW
Op grond van dit artikel werkt een levering niet tegenover een ouder gerechtigde, indien de zaak in handen van
de vervreemder is gebleven. Gevolgen daarvan zijn:
1) De derde-verkrijger kan geen bescherming ontlenen aan artikel 3:86 lid 1 BW indien de ouder
gerechtigde de zaak revindiceert, totdat de zaak in zijn handen komt. Genoemd artikel biedt namelijk
alleen bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid, niet tegen gebreken in de levering.
2) Een derde-verkrijger van een zaak die in handen is gebleven van de vervreemder, geniet geen
bescherming door artikel 3:86 lid 2 BW tegen een op de zaak drukkend beperkt recht.
3) De verkrijger van een zaak die in handen van de vervreemder is gebleven, kan zich tegenover de ouder
gerechtigde beroepen op verkrijgende verjaring.
Nummer 234: (alsnog) volledige werking
Een levering die aanvankelijk op grond van artikel 3:90 lid 2 BW niet werkt tegenover een ouder gerechtigde,
krijgt krachtens lid 2 alsnog ook werking tegenover hem, indien en zodra de zaak in handen van de verkrijger
komt of wanneer de ouder gerechtigde heeft ingestemd met de vervreemding.
Nummer 236: algemeen traditio brevi manu
Artikel 3:115 lid b BW voorziet in de levering traditio brevi manu. Dit betekent letterlijk vertaald: overgave met de
korte hand. Doordat de vervreemder ermee instemt dat de verkrijger de zaak niet meer langer voor hem, maar
voor zichzelf gaat houden, verschaft hij hem het onmiddellijke bezit van de zaak.
1
, Goederenrecht
Universiteit Maastricht
Rechtsgeleerdheid jaar 3, blokperiode 3.1
Nummer 238: algemeen traditio longa manu
Artikel 3:115 lid c BW voorziet in de levering traditio longa man: overgave met de lange hand. Het gevolg van
longa manu is dat de derde-houder de zaak niet langer voor de vervreemder houdt, maar houdt voor de
verkrijger. Het middellijke bezit is van de vervreemder op de verkrijger overgegaan.
Nummer 239: rechten van de derde-houder
In hoeverre dient de verkrijger het recht van de derde-houder te respecteren?
Heeft de derde-houder de zaak krachtens een pandrecht of een recht van vruchtgebruik onder zich, dan
kan hij dit recht ook tegen de verkrijger inroepen;
Heeft de derde-houder de zaak al door de vervreemder onder opschortende voorwaarde overgedragen,
dan verliest de verkrijger bij vervulling van de voorwaarde zijn eigendom aan de derde;
Heeft de derde-houder met betrekking tot de zaak een retentierecht, dan kan hij dit krachtens artikel
3:291 lid 1 BW eveneens inroepen tegen degene die een recht op de zaak heeft verkregen, nadat zijn
vordering is ontstaan en de zaak in zijn macht is gekomen;
Heeft de derde-houder de zaak krachtens een huurovereenkomst onder zich, dan kan de derde zijn
rechten uit de huurovereenkomst aan de verkrijger tegenwerpen.
Nummer 240: ook door een middellijk houder buiten de bezitter om mogelijk
Ook in geval van middellijk houderschap kan de houder een vierde zonder instemming van de bezitter op
vergelijkebare wijze door middel van een traditio longa manu het bezit verschaffen. De Hoge Raad achtte onder
het oude recht de traditio longa manu even volwaardig als een levering door middel van feitelijke overgave, zie
het Berg/De Bary-arrest.
Nummer 242: levering van roerende zaken onder een derde door een cp
Vervreemder en verkrijger kunnen buiten de derde-houder om levering tot stand brengen door middel van een cp.
Voor bezitsoverdracht cp is het immers onverschillig of de zaak zich onder de vervreemder bevindt, of dat een
derde-houder haar voor de vervreemder houdt. De derde-houder blijft, eveneens ander dan bij de longa manu,
houder voor de vervreemder, die op zijn beurt de zaak na levering cp is gaan houden voor de verkrijger.
Nummer 351: machtsuitoefeningen
De macht hebben over een zaak hoeft niet te impliceren dat men van die zaak ook eigenaar is. Men heeft zelfs
nog steeds de macht over een zaak, ook als deze zaak niet letterlijk in handen is van degene die er de macht
over uitoefent.
Nummer 352: houden voor zichzelf
De macht die in beginsel slechts ten eigen bate of voor zichzelf pleegt te worden uitgeoefend, duidt men in het
juridische spraakgebruik aan met bezit. Macht voor zichzelf uitoefenen doet in de eerste plaats degene die
daartoe als gerechtigde tot de zaak bevoegd is. Macht kan tevens worden uitgeoefend door personen die geen
gerechtigden tot de zaak zijn. Beiden categorieën houden echter een goed voor zichzelf.
Eigendom kan worden omschreven als het meest omvattende recht van een persoon op een zaak, dat recht geeft
op bezit van die zaak.
Nummer 353: houden voor een ander
Macht die krachtens een rechtsverhouding tot iemand anders wordt uitgeoefend over andermans zaak, macht ten
behoeve van een ander met een erkend beter recht op die zaak, noemen wij houderschap of detentie. Het bezit
van de zaak blijft echter bij de eigenaar, ook al oefent deze geen feitelijke macht uit.
Bezit betekent: het houden van een goed voor zichzelf, eigenaar of niet.
Nummer 354: bezit mogelijk van ieder goed
Ook vermogensrechten hebben bezitters, het maakt daarbij niet uit of de bezitter ook tevens de eigenaar is.
Nummer 355: betekenis van bezit
Politionele functie van het bezit: degene die bezitsdaden verricht is normaliter ook de gerechtigde. Het bezit wordt
daarom beschermd, zie artikel 3:125 BW. In het verlengde hiervan ligt de zogenaamde processuele functie van
het bezit: de wet beschouwt de bezitter tot bewijs van het tegendeel als rechthebbende, artikel 3:119 BW.
Daarnaast kan bezit een rechtverkrijgende functie hebben: is men geen rechthebbende maar wel bezitter, dan
kan men door middel van verkrijgende verjaring rechthebbende worden. De verjaringstermijn is afhankelijk van
het al dan niet te goeder trouw zijn van de bezitter en de aard van het goed.
De bezitter die geen gerechtigde is en het voorwerp van zijn bezit aan de gerechtigde moet afstaan, heeft
tegenover die gerechtigde bepaalde vergoedingsrechten, zie artikel 3:120 en 3:121 BW.
2
, Goederenrecht
Universiteit Maastricht
Rechtsgeleerdheid jaar 3, blokperiode 3.1
3
, Goederenrecht
Universiteit Maastricht
Rechtsgeleerdheid jaar 3, blokperiode 3.1
Nummer 357: verkeersopvatting en uiterlijke feiten
Of een goed wordt gehouden voor zichzelf wordt beoordeeld naar verkeersopvatting en overigens op grond van
uiterlijke feiten. De feiten moeten worden geïnterpreteerd naar die verkeersopvatting, dat wil zeggen naar
algemeen gangbare maatstaven. Ook de vraag of men voor iemand anders houdt, wordt op grond van de
verkeersopvatting en uiterlijke feiten beoordeeld.
Nummer 358: wettelijke regels
Artikel 3:108 BW verwijst voor de vaststelling van bezit naar de ‘navolgende regels’. Vooral artikel 3:109 BW is
hier van belang. Wie een goed houdt, wordt vermoed voor zichzelf te houden oftewel van dat goed bezitter te zijn.
Het vervolg staat in artikel 3:119 BW: de bezitter wordt vermoed rechthebbende te zijn.
Nummer 363: kan houder bezitter worden?
De wet geeft in beginsel aan dat de houder onder dezelfde titel blijft houden en kan dus niet zomaar tot bezitter
uitgroeien, ook al meent hij rechthebbende te zijn. Hij kan evenmin de grondslag van zijn houderschap wijzigen.
De houder kan slechts wijzigingen aanbrengen in de titel van zijn houderschap indien dit uit de wet voortvloeit.
Artikel 3:111 BW geeft hiervoor twee mogelijkheden:
1) Een handeling van degene voor wie man houdt;
2) Een tegenspraak van diens recht. Deze tegenspraak moet zijn gericht tot de bezitter of tot degene die de
bezitter vertegenwoordigt. De tegenspraak moet zich daadwerkelijk uiten in daden.
Nummer 364: scheiding eigendom en bezit
Men verkrijgt bezit door de verwerving van de door het maatschappelijk verkeer als heerschappij ten eigen
behoeve erkende macht over een goed. Bezitter wordt men door zich als gerechtigde te gedragen. Meestal is de
gerechtigde tevens de bezitter. De bezitsoverdracht door de gerechtigde eigenaar vindt uitsluitend plaats in
samenhang met eigendomsoverdracht; bezit scheiden van de eigendom is dus niet mogelijk, zelfs niet onder
voorbehoud.
Nummer 366: in de wet geregelde wijzen van bezitsverkrijging
In artikel 3:112 BW somt de wet drie wijzen van bezitsverkrijging op. Deze opsomming is echter niet limitatief.
Nummer 367: roerende zaken
Inbezitneming, occupatie, vindt volgens artikel 3:113 BW plaats door zich de feitelijke macht over het goed te
verschaffen. Dit op in principe bij alle goederen mogelijk. De inbezitneming moet zich uiten in een dusdanige
macht over de zaak, dat het naar verkeersopvatting het bezit van de ander teniet doet.
Nummer 368: inbezitneming bij overige goederen
Omdat men een onroerende zaak niet van zijn plaats kan nemen, zal de inbezitneming hier altijd blijken uit
machtsuitoefeningen die voor de vorige bezitter kenbaar zijn.
Ook de inbezitneming van beperkte rechten is mogelijk.
Nummer 369: overdracht
Voor de overdracht zegt artikel 3:114 BW dat de bezitter zijn bezit overdraagt door de verkrijger in staat te stellen
die macht uit te oefenen die hij zelf over het goed kon uitoefenen. De overdracht kan blijken uit een fysieke
handelingen of een gezamenlijke verklaring.
Om bezit daadwerkelijk te kunnen overdragen moet men zelf bezitter zijn, een dief kan daarom dus nooit bezit
overdragen!
Nummer 371: roerende zaken
De bezitsverschaffing bij roerende zaken vindt plaats door in beginsel een feitelijke overgave van die zaken.
Nummer 372: registergoederen
Bij registergoederen valt de overdracht van het bezit door de eigenaar noodzakelijkerwijze samen met het
voltooien van de leveringshandeling oftewel met de inschrijving van de akte in de openbare registers. Of de
feitelijke macht eerder of later wordt verschaft doet er niet toe. Deze regeling geldt ook voor de beperkte rechten.
Nummer 374: alleen bij roerende niet-registerzaken
Artikel 3:115 BW geeft de mogelijkheid het bezit van zaken over te dragen door een enkele tweezijdige verklaring.
Het is niet mogelijk om het bezit van registerzaken via deze verklaring over te dragen, omdat bezitsverkrijging
hier noodzakelijkerwijze samenvalt met de leveringshandeling. De drie varianten van het artikel:
1) Sub a: levering cp. Vervreemder wordt houder voor de verkrijger;
2) Sub b: brevi manu. Verkrijger was houder van de zaak voor de vervreemder;
4