Tentamen
Hoofdstuk 1, 2, 8 en 10
Hoorcolleges en werkcolleges
,Inhoud
Hoofdstuk 1............................................................................................................................................ 3
Belastingrecht in Nederland................................................................................................................ 3
Waarom belastingen........................................................................................................................ 3
Soorten belastingen......................................................................................................................... 3
Vindplaatsen.................................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 2............................................................................................................................................ 6
Formeel belastingrecht........................................................................................................................ 6
Materieel en formeel belastingrecht................................................................................................. 6
Woon- en vestigingsplaats, partner.................................................................................................6
Aangiftes en aanslagen................................................................................................................... 6
Bezwaar en beroep....................................................................................................................... 10
Verplichtingen en sancties............................................................................................................. 12
Hoofdstuk 10......................................................................................................................................... 14
Omzetbelasting................................................................................................................................. 14
Wet omzetbelasting....................................................................................................................... 14
Ondernemer.................................................................................................................................. 14
Levering van goederen en diensten.............................................................................................. 15
Vrijstellingen en tarieven................................................................................................................ 16
Voorbelasting................................................................................................................................. 18
In Nederland of niet?..................................................................................................................... 18
De aangifte.................................................................................................................................... 20
Hoofdstuk 8.......................................................................................................................................... 21
Loonbelasting.................................................................................................................................... 21
Werknemer.................................................................................................................................... 21
Loon.............................................................................................................................................. 22
Vrijstellingen, nihil waardering of lagere waardering......................................................................23
Tarief en kortingen......................................................................................................................... 24
Voorheffing en eindheffing............................................................................................................. 25
,Hoofdstuk 1
Belastingrecht in Nederland
Waarom belastingen
De overheid verzorgt verschillende voorzieningen. Om deze voorzieningen te kunnen betalen, heeft
de overheid inkomsten nodig. Overheidsinkomsten bestaan uit belastingen, inkomsten uit aardgas,
winstuitkeringen van bedrijven waar de overheid (gedeeltelijk) eigenaar van is en premies sociale
verzekeringen.
Er zijn drie belangrijke principes in het Nederlandse belastingstelsel:
Profijtbeginsel: alleen degenen die profijt hebben van een bepaalde voorziening hoeven er
belasting voor te betalen. Bijvoorbeeld wegenbelasting;
Draagkrachtbeginsel: de sterkste schouders kunnen de zwaarste lasten dragen. Hoe meer
iemand verdient, hoe meer belasting diegene moet betalen;
De vervuiler betaalt: degene die het milieu vervuilt, moet daarvoor betalen.
Soorten belastingen
Er zijn een heleboel verschillende soorten belasting. Allereerst de inkomstenbelasting (IB). Deze wordt
betaald door natuurlijke personen over hun inkomen. Onder inkomsten vallen het loon, de winst uit
een onderneming en het vermogen van een natuurlijk persoon. De inkomstenbelasting is geregeld in
de Wet op de inkomstenbelasting. Daarnaast de vennootschapsbelasting (VPB). Deze belasting wordt
betaald door rechtspersonen over hun winst en is geregeld in de Wet op de vennootschapsbelasting.
Loonbelasting (LB) wordt door de werkgever in mindering gebracht op het brutoloon van zijn
werknemers. De werkgever draagt de ingehouden belasting af aan de Belastingdienst. Het is een
voorheffing op de inkomstenbelasting. De te betalen inkomstenbelasting mag dus verminderd worden
met de al betaalde loonbelasting. Als een natuurlijk persoon alleen looninkomsten heeft, hoeft deze
vaak geen inkomstenbelasting meer te betalen. De loonbelasting is te vinden in de Wet loonbelasting.
Een andere soort belasting is de omzetbelasting (OB). Een ander woord voor omzetbelasting is btw.
Btw wordt in rekening gebracht door ondernemers aan klanten. De ondernemer betaalt vervolgens de
omzetbelasting aan de Belastingdienst. Dit is geregeld in de Wet op de omzetbelasting.
Dividendbelasting (Div) wordt door aandeelhouders betaald over hun ontvangen winstuitkering. Ook
dividendbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Als een aandeelhouder
dividendbelasting heeft betaald, kan dat bedrag in mindering worden gebracht op de te betalen
inkomstenbelasting. Bovengenoemde soorten belastingen zijn weergegeven in tabel 1.
Betaald door Berekend over Geregeld in
Inkomstenbelasting Natuurlijke personen Inkomen Wet op de inkomstenbelasting
Vennootschapsbelasting Rechtspersonen Winst Wet op de vennootschapsbelasting
Loonbelasting Werknemers Inkomen Wet loonbelasting
Omzetbelasting Klanten Productprijzen Wet op de omzetbelasting
Dividendbelasting Aandeelhouders Winstuitkering Wet op de dividendbelasting
Tabel 1
Naast deze belastingen, kan er nog onderscheid gemaakt worden in:
Erfbelasting: belasting die betaald wordt over de ontvangen erfenis. Dit is geregeld in de
Successiewet;
Schenkbelasting: belasting die betaald wordt over een ontvangen schenking. Dit is geregeld in
de Successiewet;
Kansspelbelasting: belasting die betaald wordt over gewonnen prijzen(geld);
Overdrachtsbelasting (OVB): belasting die betaald wordt over het verkrijgen van onroerend
goed. Dit is geregeld in de Wet op belastingen van rechtsverkeer;
Motorrijtuigenbelasting: belasting die betaald wordt voor het bezitten van een auto of
motorrijwiel;
, Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM): belasting die betaald wordt bij het
registreren van een auto of motorrijwiel;
Accijnzen: belasting die betaald wordt over onder andere alcohol en tabak;
Milieuheffingen: belasting die betaald wordt vanwege het milieu. Bijvoorbeeld waterbelasting
en energiebelasting;
Provinciale belastingen en gemeentelijke belastingen: belasting die betaald wordt aan
provincies en gemeenten:
- Rijksbelastingen: loonbelasting, inkomstenbelasting, omzetbelasting en
vennootschapsbelasting;
- Gemeentelijke belastingen: onroerende zaakbelasting en hondenbelasting;
- Provinciale belastingen: milieuheffingen;
- Waterschapsbelastingen: verontreinigingsheffingen.
Vindplaatsen
Een vindplaats is een bron van het belastingrecht. Het belastingrecht kent verschillende bronnen:
Belastingwetgeving: regels die door de wetgevende macht zijn opgesteld en opgenomen zijn
in de wet. Wetten worden op het ministerie gemaakt en voorgesteld. Vervolgens worden ze
door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen;
Uitvoeringsregelingen en uitvoeringsbesluiten: regels die door de minister van Financiën
worden gemaakt. Een uitvoeringsbesluit wordt mede gemaakt door de ministerraad en Raad
van State. Een uitvoeringsregeling alleen door de minister van Financiën. Deze regelingen en
besluiten hoeven niet goedgekeurd te worden door de Tweede en Eerste Kamer. Met een
algemene maatregel van bestuur wordt een uitvoeringsbesluit bedoeld en met een ministeriële
regeling wordt een uitvoeringsregeling bedoeld;
Richtlijnen: afspraken die binnen de hele Europese Unie gelden;
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur: gedragsregels die stellen dat de overheid zich
als behoorlijk bestuurder moet gedragen;
Jurisprudentie: er wordt een uitspraak door een rechter gedaan wanneer een
belastingplichtige en de Belastingdienst het niet eens zijn. Al deze uitspraken samen vormen
jurisprudentie;
Resoluties: in resoluties kan extra uitleg aan een wetsartikel worden gegeven. Resoluties
geven aan hoe in bepaalde situaties het wetsartikel uitgelegd moet worden. Een resolutie is
een besluit gemaakt door de staatssecretaris. De Belastingdienst moet zich houden aan
resoluties en ook aan vraag-en-antwoordbesluiten.
Er zijn twee soorten belastingwetgeving:
Materiële belastingwetgeving: wetgeving die bepaalt waarover en hoeveel belasting er betaald
moet worden. Materiële belastingwetgeving heeft te maken met hoe de te betalen belasting
moet worden bepaald. Het materieel belastingrecht is alles wat te maken heeft met het
ontstaan van de belastingschuld. De belastingschuld ontstaat als gevolg van belastbare feiten
die zijn opgenomen in de wet;
Formele belastingwetgeving: wetgeving die regelt hoe de belasting bij de overheid
terechtkomt. Formele belastingwetgeving regelt zowel de taken van de burger als de taken
van de overheid. Het formeel belastingrecht is alles wat te maken heeft met de vaststelling en
betaling van de belastingschuld.
Een materiële belastingschuld ontstaat rechtstreeks uit de heffingswet, maar dat is niet voldoende om
ervoor te zorgen dat de belastingschuld ook betaald moet worden. Een materiële belastingschuld is er
wel, maar is niet afdwingbaar. Het is vergelijkbaar met een natuurlijke verbintenis. Een natuurlijke
verbintenis is een niet-afdwingbare verplichting om iets te betalen. Op een materiële belastingschuld
volgt een formele belastingschuld. De formele belastingschuld ontstaat door een beschikking van de
inspecteur of door een aangifte en afdracht. Het tijdstip van het ontstaan van de formele
belastingschuld is de dagtekening van de aanslag volgens art. 5 AWR. Dat is de datum die op de
aanslag staat. De dagtekening mag nooit eerder zijn dan het moment van vaststelling. De belasting
wordt vervolgens geheven middels de Invorderingswet. Materiële belastingwetgeving is onder andere
te vinden in de Wet op de inkomstenbelasting, Wet op de omzetbelasting, Wet loonbelasting en Wet
op de vennootschapsbelasting. Formele belastingwetgeving is onder andere te vinden in de Algemene
wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
,Twee belangrijke algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn:
Vertrouwensbeginsel: een belastingplichtige mag er vanuit gaan dat het gedrag van de
overheid te vertrouwen is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een toezegging door een
medewerker van de Belastingdienst;
Gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen worden gelijk behandeld.
, Hoofdstuk 2
Formeel belastingrecht
Materieel en formeel belastingrecht
Het materieel belastingrecht legt vast hoe de te betalen belasting wordt bepaald. Dit recht bevat onder
andere wie er belastingplichtig is, waarover belasting betaald moet worden en hoeveel belasting er
betaald moet worden. Het formeel belastingrecht bevat wetten over de manier waarop aanslagen
worden vastgesteld. Ook bevat het wetten over wanneer er aangifte gedaan moet worden en wanneer
er betaald moet worden. Daarnaast bevat het formeel belastingrecht de verplichtingen van de
belastingbetaler. Het onderscheid tussen het materieel en het formeel belastingrecht is ook te zien in
onderstaande tabel.
Materieel belastingrecht Formeel belastingrecht
Wie is belastingplichtig Hoe worden aanslagen vastgesteld
Waar wordt belasting over betaald Wanneer wordt er aangifte gedaan
Hoeveel belasting wordt er betaald Wanneer wordt er betaald
Tabel 2
Het belastingrecht is onderdeel van het bestuursrecht. Daarom is het formele recht te vinden in het
Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast is het formele recht vastgelegd in de Algemene wet inzake
rijksbelastingen. De Wet OB, IB, VPB en LB zijn namelijk rijksbelastingen. Als regels over een bepaald
onderwerp zowel in de Algemene wet bestuursrecht als in de Algemene wet inzake rijksbelastingen te
vinden zijn, gaat de AWR vóór op de regels uit de Awb.
Woon- en vestigingsplaats, partner
Voor de Wet op de inkomstenbelasting zijn alle natuurlijke personen die in Nederland wonen
belastingplichtig. Ook natuurlijke personen die niet in Nederland wonen, maar wel hun inkomen in
Nederland verdienen zijn belastingplichtig voor de Wet op de inkomstenbelasting. Dit geldt overigens
ook voor de Wet op de vennootschapsbelasting.
De begrippen woonplaats en partner
De woonplaats van een natuurlijk persoon en de vestiging van een lichaam worden volgens art. 4 lid 1
AWR naar de omstandigheden beoordeeld. Tot de omstandigheden behoren onder andere de
inschrijving in het bevolkingsregister, de woonplaats van de familie en de plaats waar de sociale
activiteiten worden verricht. De woonplaats van een natuurlijk persoon wordt dus beoordeeld op basis
van jurisprudentie. Bij bedrijven is de vestigingsplaats de plaats waar het bestuur de beslissingen
maakt. Ook het begrip partner is niet volledig duidelijk. Dit begrip is te vinden in art. 5a AWR en wordt
in hoofdstuk 3 van dit boek behandeld.
Aangiftes en aanslagen
Aangiftes
De inspecteur kan iedereen die vermoedelijk belastingplichtig is uitnodigen tot het doen van aangifte.
In de aangifte worden gegevens gevraagd die nodig zijn voor het vaststellen van de te betalen
belasting. Als iemand wordt uitgenodigd aangifte te doen, is diegene verplicht tot het doen van
aangifte. Een aangifte is pas geldig als wordt voldaan aan de volgende eisen:
Alle gegevens zijn duidelijk ingevuld;
Alle gegevens zijn stellig ingevuld;
Alle gegevens zijn zonder voorbehoud ingevuld;
De aangifte is ondertekend;
De aangifte is naar de Belastingdienst verzonden.