Verlichti ngsideeën en de democrati sche revoluti es 1650-1848
Waarom jaartallen 1650-1848?
- 1650: halverwege de 17e eeuw ontstaat in delen van (West-)Europa het verlichte denken.
Traditie en (bij)geloof maken plaats voor verstand en rede. Discussie over rol natuur en God
in het leven. Verlichte denkers keren zich ook tegen intolerantie en misbruik van macht door
kerk en staat.
- 1848: mislukte aardappeloogsten en hongersnoden zorgen voor ontevredenheid bij het
Europese volk over de machthebbers. Begin van de opstanden: in Frankrijk wordt de koning
afgezet, in andere grote steden gaat men de straat op. Men wil meer inspraak voor burgers
op het bestuur van het land en beter bestaan. In Nederland met resultaat: grondwet van
Thorbecke, waarin de parlementaire monarchie wordt vastgelegd.
3 tijdvakken aan de orde:
1. Tijdvak 6: Tijd van regenten en vorsten, Gouden Eeuw, 17 e eeuw (1600-1700). Vroegmoderne
tijd. KA: 23-26.
2. Tijdvak 7: Tijd van pruiken en revoluties, eeuw van de Verlichting, 18 e eeuw (1700-1800).
Vroegmoderne tijd.
3. Tijdvak 8: Tijd van burgers en stoommachines, industrialisatietijd, 19 e eeuw (1800-1900).
Moderne tijd.
Deelcontext 1: De Verlichting (1650-1789)
Waarom jaartallen 1650-1789?
- 1650: halverwege de 17e eeuw ontstaat in delen van (West-)Europa het verlichte denken.
Traditie en (bij)geloof maken plaats voor verstand en rede. Discussie over rol natuur en God
in het leven. Verlichte denkers keren zich ook tegen intolerantie en misbruik van macht door
kerk en staat.
- 1789: Begin Franse Revolutie.
Hoofdvraag: Welke ideeën ontstonden tijdens de Verlichting over de ideale samenleving, 1650-
1789?
Verlichte ideeën in vogelvlucht:
1. Verlichte denkers publiceren ideeën over soevereiniteit, de relatie tussen vorst en
onderdanen, staat en burgers, vrijheid en gelijkheid. De inrichting van de samenleving moet
op de rede gebaseerd zijn. Voorbeelden: John Locke en Jean-Jacques Rousseau.
2. De ontdekking en publicatie van natuurwetten stimuleren de discussie over de invloed van
God op het dagelijks leven. Hierbij worden ideeën geformuleerd over religieuze tolerantie en
scheiding van kerk en staat. Voorbeelden: Baruch Spinoza en Voltaire.
Samenvatting met verwerking aantekeningen en bijbehorende KA
Wetenschappelijke revolutie:
- Empirisme: de overtuiging dat je de werkelijkheid het beste leert kennen door waarneming
via de zintuigen en door experimenteren.
, - Rationalisme: de overtuiging dat logisch en verstandelijk redeneren de zuiverste bron van
kennis is.
KA 26: de wetenschappelijke revolutie.
- Klassiek-religieuze ideeën maken plaats voor modern-wetenschappelijke ideeën.
- 17e eeuw: kennis uit de Oudheid en de Bijbel wordt in twijfel getrokken. men vertrouwt op
eigen waarneming en logisch denken ingrijpende veranderingen er ontstaat een
compleet nieuw (wetenschappelijk) wereldbeeld.
De kritische en wetenschappelijke houding van de wetenschappelijke revolutie leidt tot de Verlichting
(rond 1650): periode waarin denkers allerlei aspecten van de samenleving er discussie stelden.
Vooruitgangsgedachte: een groot vertrouwen in de mogelijkheden van de mens om de wereld
rationeel te doorgronden en te verbeteren. ideale samenleving ontstaat als traditie en (bij)geloof
plaatsmaken voor verstand en rede.
KA 27: rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
- Filosofen menen in de 17e eeuw dat mensen met hun gezonde verstand alles kunnen
beredeneren. Dit heeft invloed op alle onderdelen van de samenleving.
Kant (1724-1804) over de definitie van Verlichting en de gevaren van het rationalisme
- Immanuel Kant: ‘sapere audere’ (durf te denken), zijn typering voor de Verlichting (eind 18 e
eeuw).
- Beperking van Verlichting: langzaam proces, volk leert langzaam kritisch te denken. Revolutie
brengt daarom geen vrijheid, maar een nieuwe tirannie.
- Beperking aan vrijheid van individu: in samenleving moeten mensen gehoorzamen, denk aan
soldaten in leger.
- We kunnen niet alles weten.
- “Gedraag je naar regels waarvan je zelf zou willen dat ze algemeen geldig zouden zijn”.
Behandel een ander niet anders dan je zelf behandeld zou willen worden.
- Moraal en godsdienst twee verschillende dingen: iedereen kan rationeel nadenken over
morele vraagstukken, daarom is de moraal universeel.
Verlichte denkers denken na over:
1. Het geloof. (Godsdienst)
- Veel verlichte denkers mechanistische wereldbeeld: het idee dat de wereld, na Gods
schepping, zelfstandig functioneert volgens natuurwetten. Niet langer greep God direct in.
- Spinoza: het goddelijke openbaart zich alleen in de natuur zelf en niet via menselijke
openbaring zoals de Bijbel. machthebbers vrezen zijn ideeën, bang voor ondermijning
geloof en orde van de samenleving.
Verlichte denkers:
- Twijfelen of ongeletterde mensen in staat zijn kritisch te denken, net als Voltaire.
- Twijfelen vaak niet aan bestaan van God, maar bekritiseren de orthodoxie (vasthouden aan
de Bijbel als enige bron van kennis) en de rol van de geestelijkheid.
- Vervolging andersdenkenden is onrechtvaardig.
Ze pleitten voor religieuze tolerantie en scheiding van kerk en staat.
Tolerantie: verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden, met name tegenover mensen
met een ander geloof.