Duitsland 1871-1945
Waarom jaartallen 1871-1945?
- 1871: Tijdens Frans-Duitse oorlog wordt in Versailles het Duitse Keizerrijk uitgeroepen. De
vorming van deze grote staat verandert het machtsevenwicht in Europa en heeft grote
invloed op het verloop van de geschiedenis in en buiten Europa.
- 1945: de capitulatie van nazi-Duitsland is het einde van het Derde Rijk van Hitler en het einde
van WOII in Europa. De leiders van de ‘Grote Drie’ (VS, SU, GB) samen met Europese
regeringen proberen een stabiel en vreedzaam Europa op te bouwen. Komt weinig van
terecht door de Koude Oorlog.
2 tijdvakken aan de orde:
1. Tijdvak 8: Tijd van burgers en stoommachines, industrialisatietijd, 19 e eeuw (1800-1900).
Moderne tijd.
2. Tijdvak 9: Tijd van de wereldoorlogen (1900-1950).
Deelcontext 1: Duitse keizerrijk (1871-1918)
Waarom jaartallen 1871-1918?
- 1871: in Versailles wordt het Duitse Keizerrijk uitgeroepen.
- 1918: Einde WOI.
Hoofdvraag: Wat betekende de vorming van het Duitse keizerrijk voor het machtsevenwicht tussen
de Europese grootmachten, 1871-1918?
Twee gevolgen:
1. GB is in de 19e eeuw het machtigste land in de wereld. Op het vasteland van Europa is
Frankrijk al eeuwen en van de machtigste landen. Door de vorming en snelle industrialisatie
van het Duitse Rijk na 1871 komen er grote veranderingen in het machtsevenwicht in Europa.
2. Met de troonsbestijging van keizer Wilhelm II in 1888 verandert de buitenlandse politiek van
het Duitse Keizerrijk. Zijn Weltpolitik heeft grote gevolgen voor de politieke verhoudingen
tussen de Europese staten. Er ontstaat een toenemende rivaliteit, een groeiend nationalisme
en meer politieke, militaire en economische spanningen, die leiden tot WOI (1914-1918).
Samenvatting met verwerking aantekeningen en bijbehorende KA
1871: ontstaan Duitse keizerrijk (het verenigde Duitsland o.l.v. een keizer (1871-1914)) als nieuwe
grootmacht EU met als directe aanleiding de overwinning tijdens de Frans-Duitse oorlog (oorlog
tussen Frankrijk en een alliantie van Duitse staten (1870-1871)). Niet onverwachts: nationalisme had
veel aanhang in Duitsland. KA 36: De opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen:
liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.
Eenwordingsproces o.l.v. koninkrijk Pruisen kroning Wilhelm I als keizer in Versailles (symbolisch:
voortaan was niet Frankrijk, maar Duitsland de sterkste staat van Europa op het vasteland). Pruisische
politicus Otto von Bismarck als eerste regeringsleider (‘rijkskanselier’).
Wilhelm I (1797-1888):
, - Koning van Pruisen (1861-1888).
- Keizer van het Duitse keizerrijk (1871-1888).
- Conservatief ingesteld monarch met grote afkeer van liberale idealen.
- Werkt nauw samen met Bismarck en steunt diens beleid meestal.
Otto von Bismarck (1815-1898)
- Minister-president van Pruisen (1862-1890).
- Bondskanselier van de Noord-Duitse Bond (1867-1871).
- Rijkskanselier van het Duitse keizerrijk (1871-1890).
- Pruisisch edelman/politicus.
- Geestelijk vader van keizerrijk en drukte zijn stempel op de eerste 20 jaar. Slaagde erin
keizerrijk te vrijwaren van agressie van Europese rivalen.
- Geen dictator, daarvoor te afhankelijk van de medewerking van de Rijksdag (het parlement
van het Duitse Rijk).
Beleid van keizer Wilhelm I en rijkskanselier Bismarck
Doel binnenlandse politiek: versterking van de politieke en economische eenheid tussen de
verschillende Duitse staten. Het Duitse Rijk maakt een snelle economische en industriële groei
door.
Doel buitenlandse politiek:
- Nieuwe Duitse grenzen en machtsevenwicht in Europa handhaven.
- Voorkomen dat Frankrijk sterke bondgenoten krijgt die zich tegen Duitsland kunnen keren.
- Bescheiden rol voor Duitsland bij kolonisatie om vooral Groot-Brittannië te vriend te houden.
Middel: Bismarck sluit allianties met verschillende Europese staten. Periode van vrede voor het
Duitse Rijk.
Het keizerrijk was sterk:
Economisch opzicht industrialisatie
KA 31: De Industriële Revolutie die in de westerse wereld de basis legt voor een industriële
samenleving.
Belangrijke voorwaarden die de industriële revolutie in de westerse wereld mogelijk maken:
- Dankzij de Verlichting veel wetenschappelijke belangstelling voor experimenten en
uitvindingen.
- Veel koopman-ondernemers, die willen investeren en commercialiseren.
- Voldoende kapitaal.
- Groeiende bevolking, dus voldoende aanbod van personeel.
Kenmerkende veranderingen:
Voor de industriële revolutie Na de industriële revolutie
Handwerk Machinearbeid
Thuiswerk Fabrieksarbeid
Nijverheid Industrie
Kleinschalig Grootschalig
Productie voor lokale markt Productie voor (inter)nationale markt
Kolonialisme Modern imperialisme