Hoofdstuk 17: stedelijke ecosystemen
Atomen moleculen celorganellen cel orgaan organisme populatie ecosysteem
Autotrofe organismen kunnen energie opnemen en daarmee uit anorganische stoffen
organische stoffen maken (koolstofassimilatie)
Foto-autotrofe organismen: Gebruiken (zon) licht als energiebron (foto-synthese)
Chemo-autotrofe organismen (altijd bacteriën): Gebruiken de energie die vrijkomt bij
chemische reacties als energiebron (chemosynthese)
Binnen een ecosysteem hebben soorten hun eigen leefruimte/leefomgeving = habitat
De omgevingsfactoren (biotische en abiotische factoren) bepalen of een organisme ergens
voor kan komen of niet.
De meest beperkende factor bepaalt dan de overlevingskansen van een organisme/populatie
Populaties met een
gevarieerde genetische samenstelling (= gevarieerde genenpool) hebben een grote fitness.
Wat is
het gevaar van kleine, genetisch weinig gevarieerde populaties?
Bij zich wijzigende milieuomstandigheden is de kans groter dat er geen individuen zijn
met geschikte eigenschappen
De kans op inteelt wordt groter
Eilandtheorie: Binas 93C
Groter eiland: meer niches, minder snel vol grootste diversiteit
Kleiner eiland: minder niches, sneller vol
Eiland veraf: minder soorten zijn in staat het eiland te bereiken
Eiland dichtbij: meer soorten zijn in staat het eiland te bereiken grootste diversiteit
Atomen moleculen celorganellen cel orgaan organisme populatie ecosysteem
Autotrofe organismen kunnen energie opnemen en daarmee uit anorganische stoffen
organische stoffen maken (koolstofassimilatie)
Foto-autotrofe organismen: Gebruiken (zon) licht als energiebron (foto-synthese)
Chemo-autotrofe organismen (altijd bacteriën): Gebruiken de energie die vrijkomt bij
chemische reacties als energiebron (chemosynthese)
Binnen een ecosysteem hebben soorten hun eigen leefruimte/leefomgeving = habitat
De omgevingsfactoren (biotische en abiotische factoren) bepalen of een organisme ergens
voor kan komen of niet.
De meest beperkende factor bepaalt dan de overlevingskansen van een organisme/populatie
Populaties met een
gevarieerde genetische samenstelling (= gevarieerde genenpool) hebben een grote fitness.
Wat is
het gevaar van kleine, genetisch weinig gevarieerde populaties?
Bij zich wijzigende milieuomstandigheden is de kans groter dat er geen individuen zijn
met geschikte eigenschappen
De kans op inteelt wordt groter
Eilandtheorie: Binas 93C
Groter eiland: meer niches, minder snel vol grootste diversiteit
Kleiner eiland: minder niches, sneller vol
Eiland veraf: minder soorten zijn in staat het eiland te bereiken
Eiland dichtbij: meer soorten zijn in staat het eiland te bereiken grootste diversiteit