Van cel tot organisme
Functie van de cel en celorganellen
Anatomie van de cellen
Functie en anatomie van weefsels
De cel
- Plasmamembraan of celmembraan
- Cytosol en cytoplasma
- Celorganellen en celkern
- Celdeling
Alles in de cel-> intercellulair
Alles buiten de cel-> extracellulair
Plasmamembraan
Bestaat uit twee lagen fosfolipiden
Deze lagen bevatten eiwitten en suikermoleculen
Functie van eiwitten
Kanaaleiwitten<> transport van elektrolyten -> geladen deeltjes of ionen zoals natrium-,
kalium-, en chloor ionen.
Inademen en uitademen gaat zonder energie. Cellen hebben energie nodig om hun functies uit te
voeren.
Fosfolipide:
Kop en staart
Kop is hydrofiel -> liefde voor water
Staart is lipofiel of hydrofoob -> lipofiel houdt van vetten.
Cytosol= vloeistof in de cel
Cytoplasma= vloeistof in de cel en celorganellen.
Celorganellen:
Mitochondriën-> Energiecentrales in de cel, ze zorgen ervoor dat glucose omgezet wordt tot energie,
water. Maken cel brandstof. Spelen een rol bij aerobe ademhaling. Aeroob -> in aanwezigheid van
zuurstof wordt glucose verbrand tot brandstof of ATP-> adenosinetrifosfaat (nucleotide)
Veel mitochondriën worden gevonden in het lichaam waar veel energie nodig is.
Ribosomen-> Korrels in het cytosol, hier worden eiwitten gemaakt uit aminozuren.
Eiwitten:
- Enzymen: versnellen biologische en chemische reacties in de cel
- Hormonen
- Signaaleiwitten: neurotransmitters
- Functionele eiwitten
- Transporteiwitten
Essentieel voor het organisme om te functioneren.