Wat kan er Lichamelijk kunnen gebeuren?
Lichamelijke beperkingen
Bijwerkingen medicijnen
Pijn bestrijding
Verandering van het uiterlijk
Wondverzorging
Prothese controle
Voedingsadviezen
Voedingstoestand.
Infecties.
Ect.
Wat kan er Psychisch gebeuren?
Isolement (conditioneel inleveren of geen zin meer hebben)
Paniek
Woedend
Onzeker Angst
Coping (aanpassen aan de negatieve veranderende omstandigheden, hoe ga je met gedrag om)
Verlieservaringen
Toekomst perspectief (één wens, beter worden!)
Prognose
(Door stress meer suikers nodig)
Wat kan er Sociaal gebeuren?
Afhankelijkheid (van een arts, medicijnen, hulp. Je verliest je autonomie, de kracht om zelf keuzes
te maken)
Omgaan met veranderingen en andere leefgewoontes. (je rol wordt anders)
Omgaan met verlies van werk en de financiële gevolgen.
Omgaan met de eigen rol in relatie tot de omgeving.
Draaglast
Het geheel aan gebeurtenissen en omstandigheden die een belasting in het leven van een patiënt vormen.
Draagkracht
Het vermogen van de patiënt of individu om zich aan de belastende omstandigheden aan te
passen.
- De een kan meer aan dan de ander
Bepalende factoren:
Persoonlijkheid
Belangrijke levensgebeurtenissen
Levensfase
Sociale steunsystemen (hoe ben je opgegroeid? Levensgebeurtenissen)
Cultuur
Reacties: Als de draagkracht wordt overschreden
Draagkracht is overschreden
Suïcide pogingen
Non compliance (niet meer kunnen aanpassen)
Verzet
, Rusteloosheid
Extreme dieetoverschrijdingen
Geagiteerdheid (prikkelbaar: vooral mannen, vrouwen reageren emotioneel)
Negatieve invulling
Relatieproblemen
Depressie
Allemaal reacties op ziektes
!!Tentamenstof!! (een aantal kunnen benoemen!!!)
Defensiemechanismen (reactie op een ziekte, verdedigingssysteem om harde feiten rusten te laten
landen).
Werkt psychisch. De psychen die jou beschermt tegen inbrengen van slechte boodschappen(negatief)
Ontkenning (optimisme die niet reëel is)
Regressie (terugvallen in een vorige fase, bijvoorbeeld bij volwassenen: passiviteit) (in het ziekenhuis
noem je dat: hospitalisatie)
Reactie(de)formatie (tegenovergesteld reageren. Bijvoorbeeld overdreven aardig doen tegen iemand
die je haat. Of ongewoon goede medewerking.)
Isolatie: jezelf afschermen. (Niet over gevoelens praten. Opvallend tevreden zijn.)
Projectie (de schuld bij een ander leggen)
Verschuiving (probleem bij een ander leggen, belangrijke dingen achter plaatst)
Identificatie (na doen van personen of overnemen van gedrag)
Sublimatie (toevoegen, Rot voelen?eten! Roken! Elementen toevoegen om jezelf goed te laten
voelen.
Affect isolatie (waarneming is correct, maar wordt niet gevolgd door een emotie of betrokkenheid)
Intellectualiseren (emotioneel proces verstandig benaderen)
Rationaliseren (helder nadenken)
Externaliseren (alle oorzaken buiten jezelf zoeken, oorzaken van misverstanden totaal aan de ander
wijten)
Dislocatie (de schuld geven aan een minder bedreigend persoon)
Falend defensie mechanismen
Te heftig -- DF(defensiemechanisme) verstarring
Angst Slapeloosheid
Depressie
DEPRESSIE
Licht depressief normale reactie
Sombere stemming
Verlies van plezier
Langer dan 2 weken> depressieve stoornis
Soms manisch depressief (in periodes heel blij, heel zelfverzekerd)
Classificatie depressie
Meerderen van de onderstaande klachten of symptomen:
Schuldgevoelens/ gevoel waardeloos te zijn
Slaapstoornissen / concentratie problemen
Verminderde eetlust of juist toegenomen eetlust