Beginbalans
Hoofdstuk 1 Ondernemingen en hun functie
Belangrijke tabel: 1.2 blz. 36
Aansprakelijkheid, financiering, belasting
Aansprakelijkheid schulden:
Eenmanszaak: eigenaar/exploitant (volledig aansprakelijk)
VOF: beherende vennoten (hoofdelijk aansprakelijk) & commanditaire vennoten (geen
aansprakelijkheid)
Maatschap: maten (gelijke delen aansprakelijk)
Kapitaalvennootschap: aandeelhouders (geen aansprakelijkheid)
Coöperatie: leden
Ondernemingsplan:
Ondernemen wil geld verdienen - hij neemt risico - investeringen zijn nodig - hij maakt een
ondernemingsplan
Bevat: strategie, marketing, organisatie en finance. Op basis van dit plan kunnen investeerder bepalen
of een bedrijf levensvatbaar is en/of interessant is om in te investeren.
Hoofdstuk 3 Financiële overzichten
Debetzijde: investeringsplan
Vaste activa (inventaris, machines, computers, gebouwen) minst liquide = minst makkelijk om
te zetten in geld
Vlottende activa (voorraden, debiteuren (verzonden maar nog niet betaalde facturen),
kas/bank tegoeden, liquide middelen, vooruitbetaalde kosten, aanloop kosten) meest liquide
Creditzijde: financieringsplan
Eigen vermogen: financiële middelen die voor onbepaalde tijd ter beschikking worden
gesteld door de eigenaar van een onderneming (permanent vermogen)
Vreemd vermogen: schulden aan derden, waarbij het geld vaak binnen een afgesproken
termijn moet worden terug betaald. LVV (hypothecaire lening, voorzieningen: een pot voor
toekomstige (onderhouds)kosten. Je weet dat ze komen, alleen niet precies wanneer. Voor deze
verwachte uitgaven wordt nu al bedrag gereserveerd. ) & KVV (crediteuren (=leveranciers van
goederen of diensten aan de onderneming, waarbij de betalingen van de rekening nog niet
heeft plaatsgevonden), rekening courant krediet (=schuld bank, wat je nog extra nodig hebt om
je investeringsplan compleet te maken)
, Resultatenrekening
Een realistische inschatting van de begrote winst over bepaalde periode.
Zeer belangrijk voor investeerder/geldverstrekkers.
Vooraf is een resultatenbegroting, achteraf een resultatenrekening.
Vaste kosten:
afschrijvingskosten
Huurkosten
Loonkosten
Variabel kosten:
Inkoopwaarde van de omzet
Energiekosten
Loonkosten (tijdelijk personeel)
Opbrengsten (omzet)
Opbrengsten uit gewonde bedrijfsvoering = omzet = (gem) prijs x afzet
Opbrengsten worden geboekt als transactie tot stand komt
Opbrengsten buiten de gewonde bedrijfsvoering zijn buitengewone opbrengsten/baten (niks te
maken met wat je bedrijf verkoopt):
Opbrengsten uit een spaarrekening
Opbrengsten uit verhuur
Verkoop van een productiemachine
Inkoopwaarde van de omzet
Bedrag waartegen de verkochten producten zijn ingekocht
Inkoopwaarde van de omzet = inkoopprijs x afzet
Inkoopwaarde van de omzet wordt regelmatig uitgedrukt in een percentage van de omzet
Het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs heet brutowinstmarge
Afschrijvingskosten
Het afboeken van de waarde van een vaste activum heet afschrijven.
De waardedaling van de vaste activa leidt tot afschrijvingskosten.
Deze waardedaling ontstaan door onder andere de technische slijtage of door het verstrijken van de
economische levensduur.
Overige kosten
Hieronder vallen onder andere energiekosten, transpostkosten, verzekeringen en zijn afhankelijk van
de aard van het bedrijf.
Een apart onderdeel vormt de post voorzieningen. Deze kosten mogen over meerdere jaren gaan.
Rentekosten
De rentekosten zijn de kosten die volgen uit de aangegane leningen.
Deze kosten kunnen in de loop van de tijd veranderen als de grootte van het totaal geleende bedrag
door bv tussentijdse aflossingen of nieuw aangegane lening verandert.
Rentekosten vallen onder de buitengewone lasten en worden niet meegerekend tot kosten die
behoren bij de normale bedrijfsvoering.
Eigen vermogen
Bij verkoop bepaalt 'de markt' de prijs van een onderneming, de zogenaamde marktwaarde van de
onderneming.