Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

GZC 3 tentamen 2006

Beoordeling
2.0
(1)
Verkocht
7
Pagina's
10
Geüpload op
29-04-2013
Geschreven in
2011/2012

Tentamen van 10 pagina's voor het vak Gezonde en zieke cellen III aan de UU (GZC 3 Tentamen 2006)

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

HEMATO-ONCOLOGIE

1. Het diffuus grootcellig B-cel lymfoom en het folliculair lymfoom kunnen de
volgende merkers gemeenschappelijk hebben, behalve
A. CD2
B. BCL2
C. CID 19
D. CD20

2. Welke bewering over chronisch lymfatische leukemie is juist ?
A. Het gaat over in een acute lymfatische leukemie
B. Het gaat over in een lymfocytair lymfoom
C. Beide beweringen zijn juist
D. Beide beweringen zijn onjuist

3. Welke bewering geldt niet voor diffuus grootcellig B-cel lymfoom ?
A. Het ontstaat als regel primair (de novo)
B. Het kan ontstaan uit een folliculair lymfoom
C. Het is als primaire tumor meer maligne dan als secundaire tumor
D. Het kan ontstaan uit een chronisch lymfatische leukemie

4. Welke bewering over het marginale zone lymfoom is onjuist?
A. Het is een B-cel lymfoom
A. Het MALT lymfoom behoort tot deze groep
B. Het is geen aggressieve ziekte
C. Er is cycline D1 expressie 4

5. Welke bewering over het Hodgkin lymfoom is onjuist ?
A. Het is vaker een gelocaliseerd proces dan het non-Hodgkin lymfoom
B. Het mediastinum vaak bij het proces betrokken
C. Het beenmerg even vaak aangetast als bij het non-Hodgkin lymfoom
D. Maligne cellen bij nodulaire sclerose zijn CD 15+ en CD20+

6. Welk histologische vorm van het Hodgkin lymfoom behoort niet tot de z.g klassieke
vormen ?
A. Lymphocyte predominance
B. Nodular sclerosis
C. Lymphocyte depletion
D. Mixed cellularity

7.Bij een 23 jarige vrouw zonder lichamelijke klachten worden multipele lymfomen
gevonden axillair, cervicaal en mediastinaal. Na een biopsie wordt de diagnose
Hodgkin Lymfoom gesteld. Welke bewering is juist?
A. Het betreft een Ann Arbor stadium II
B. 13. De curatiekans is meer clan 80 %
C.Beide beweringen zijn juist
D.Beide beweringen zijn onjuist

,8. Welke van de volgende tumoren onderscheidt zich het meest van de andere ?
A. Mantelcel lymfoom
B. Malt lymfoom
C. Burkitt lymfoom
D . Mycosis Fungoides

9. Welke bewering is juist ?
A. ALL en lymfoblastair lymfoom zijn een en dezelfde ziekte
B. ALL en lymfoblastair lymfoom kunnen van B-cel of T-cel origine zijn
C. Beide beweringen zijn juist
D. Beide beweringen zijn onjuist

10. Welke van de volgende lymfomen komt het meest voor?
A. Kleincellig lymfocytair lymfoom
B.Folliculair lymfoom
C.Malt lymfoom
D. Burkitt lymfoom

11. Welke transformatie past niet bij chronisch myeloide leukemie ?
A. naar AML
A. naar ALL
C. naar Diffuus grootcellig B-cel lymfoom
D. naar secundaire myelofibrosis

12. Welke bewering is juist voor acute myeloide leukemie ?
A. Er is sprake van stapeling van onrijpe cellen
B. Er is sprake van differentiatieblokkade
C. Beide beweringen zijn onjuist
D. Beide beweringen zijn juist

13. Welke bewering past bij het myelodysplastisch syndroom. Er is sprake van:
A. ineffectievc hematopoiese
B. differentiatie blokkade
C. hoge delingscapaciteit van myeloblasten
D. gunstige prognose

14. Een 70 jarige man heeft hinder van een vol gevoel in de linker bovenbuik, hij voelt
zich niet ziek. Bij bloedonderzoek wordt een leucocytosis gevonden, het
leucocytenaantal is 6 maal verhoogd. Welke aandoening is het minst waarschijnlijk?
A. Chronisch myeloide leukemie
B. Polycytemia vera
C. Lymfoblasten leukemic
D. Chronisch lymfatische leukemie

15. Welk monoclonal eiwit (M proteine) verwacht u niet bij multipel myeloom?
A. IgA kappa
B. IgG lambda
C. IgA lambda
D . IgM lambda

, 16. Wat past niet bij multipel myeloom?
A. Splenomegalie
B. Hypercalciemie
C. Bence Jones proteinurie
D. Spontaan fractuur

17. Welk eiwit speelt een belangrijke rol bij de pathofysiologie van het folliculair lymfoom?
A. BCL2 eiwit
B. BCR-ABL eiwit
C. Amyloid
D. M proteine

18. Welke cytogenetische kenmerken bij AML zijn prognostisch gunstiger ?
A. Multipele chromosoom afwijkingen
B. Deletie van een stuk van een chromosoom
C. Deletie van een geheel chromosoom
D. Translocatie

ANEMIE EN STOLLINGSSTOORNISSEN

19. Puntvormige huidbloedinkjes genaamd petechien, zijn kenmerkend voor:
A. beta-thalassemie
B. antithrombine deficientie
C. thrombocytopenie
D. proteine C tekort

20. Een macrocytaire anemie kan veroorzaakt worden door:
A. autoimmuungemedieerde atrofische gastritis
B. ijzerdeficientie
C. vitamine K deficientie
D. heterozygote beta-thalassemie

21. De genetische kans, dat een zoon van een (mannelijke) haemofilie patient
dezelfde aandoening heeft, is:
A. < 1 %
B. 25%
C. 50%
D. 100%

22. Kenmerken van haemolyse kunnen bij laboratorium onderzoek zijn:
A. verlaagd bilirubine
B verlaagd haptoglobine
C. verlaagd ferritine
D. verlaagd LDH

23. Een ernstige haemofilie A wordt klinisch vooral gekenmerkt door:
A. overvloedige menstruaties
B. hersenbloeding
C. gewrichtsbloedingen
D. puntvormige huidbloedinkjes (petechien)

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
29 april 2013
Aantal pagina's
10
Geschreven in
2011/2012
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Onbekend
$4.17
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
4 jaar geleden

-

2.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
1
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
rania Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
68
Lid sinds
13 jaar
Aantal volgers
22
Documenten
13
Laatst verkocht
7 maanden geleden

3.4

7 beoordelingen

5
0
4
4
3
2
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen