Observeren en meten
Meetniveaus
Observeren (via waarneming individuen/hun gedrag categoriseren)
Meten (getallen toekennen aan categorieën, zodat er mee te rekenen is)
Verzameling waarden/categorieën
1. Uitputtend (iedere observatie minimaal één waarde, iedereen moet kunnen
antwoorden)
2. Wederzijds uitsluitend (iedere observatie maximaal één waarde, maximaal 1
antw mogelijk)
Meetniveau 1 (nominaal)
VB: woonsituatie/bloedgroep
De getallen zijn enkel labels om groepen te onderscheiden
Meetniveau 2 (ordinaal)
VB: hoeveelste kind/uitslag hardloopwedstrijd
Er zit een ordening/volgorde in de scores
de stappen zijn NIET steeds even groot
Meetniveau 3 (interval)
VB: tijdstip opstaan/temperatuur in graden Celcius
Er zit een ordening/volgorde in de scores
de stappen zijn even groot
er is GEEN nulpunt (nulpunt=arbirtrair)
Meetniveau 4 (ratio)
VB: prijs van een brood
Er zit een ordening/volgorde in de scores
Statistiek hc 2 1