Les 1; week 1.1
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
Hoofdstuk 1 t/m 5.
Wat onderzoekt de economie:
- Consumentengedrag
- Producentengedrag
- Marktwerking
Behoeften zijn groter dan middelen, we hebben veel behoeften maar beperkte
middelen = schaarste (de spanning er tussen) (vraag is groter dan het aanbod)
Economie = keuzes maken tussen schaarse middelen
Doel: Maximale behoeftebevrediging
Probleem: beperkte middelen (schaars en alternatief aanwendbaar)
Gevolg: nutsmaximalisatie
Dit geldt voor zowel gezinshuishoudingen en bedrijfshuishoudingen als de
overheid.
Paragraaf 1.2
Welvaart = de mate waarin je de behoeften kunt bevredigen
Zowel tussen landen als binnen een land.
,Paragraaf 1.3
Wat is een behoefte?
Het menselijk verlangen waaraan voldaan wordt door de beschikking over
schaarse goederen en diensten
Behoeften zijn in principe oneindig
Er kan onderscheid worden gemaakt in verschillende categorieën behoeften:
(Vanuit gezinshuishoudingen)
1. Primaire behoeften (bijv. Voedsel, onderdak, kleding) versus secundaire
behoeften (bijv. Luxegoederen)
2. Stoffelijke behoeften (tastbare goederen bijv. Auto's) versus onstoffelijke
behoeften (niet-tastbare goederen) bijv. Dienstverlening)
3. Individuele behoeften (individueel verschillend per consument waarbij
ook individueel in kan worden voorzien bij. Muziek, mode) versus
collectieve behoeften (behoeften die bij groepen consumenten bestaan,
maar lastig individueel in zijn te voorzien door deze consumenten bij.
Onderwijs, rechtspraak, veiligheid)
De collectieve behoeften worden voldaan door de collectieve sector.
(Overheid)
Wat is inkomen?
Stroom van verworven koopkracht zonder in te teren. (Niet uitgegeven)
, Hoe verwerft een consument inkomen?
Via de vier productiefactoren:
- Kapitaal --> Rente/huur
- Arbeid --> Loon
- Natuur --> Pacht
- Ondernemerschap --> Winst
Dit heet de categorale inkomensverdeling; arbeid is (in de meeste landen zoals
Nederland) verreweg de grootste bron van inkomen
BBP --> bruto binnenlands product) = meet de omvang van de economie, de
overheid produceert niets, alleen de ambtenarensalarissen [--> vraagt om
belasting]
Bij Bruto-inkomen zit belasting en sociale premies (= sociale verzekering)
Kunnen we het netto-inkomen vrij besteden? Nee, want we hebben nog het
gebonden inkomen (vaste lasten)
Blijft: vrij besteedbaar of discretionair inkomen.
Primaire en secundaire inkomen weergegeven in de Lorenzcurve.
Overheid probeert te nivelleren (eerlijk te verdelen)
Modaal inkomen: het meest voorkomende inkomen
Nominaal inkomen: Het inkomen in absolute waarde bijvoorbeeld 2.200 euro
per maand.
Reëel inkomen: Het inkomen uitgedrukt in de hoeveelheid goederen die
hiermee gekocht kunnen worden. Dit is ook wel de koopkracht.