Oefenvragen PMBIS
De antwoorden staan op de laatste pagina.
Vraag 1:
Wat is de beste omschrijving van een steekproevenverdeling?
A. Het is de verdeling van de eenheden van waaruit we een steekproef trekken, zoals
een willekeurige groep respondenten.
B. Het is de verdeling van populatieparameters, zoals populatieproporties of
populatiegemiddelde.
C. Het is de verdeling van de variatie binnen een bepaalde steekproef, zoals de
standaarddeviaties van de steekproef.
D. Het is de verdeling van een steekproefstatistiek, zoals een steekproefproportie of een
steekproefgemiddelde.
Vraag 2:
In een enquête is aan studenten gevraagd of ze het eens zijn met de stelling dat de lessen na
Corona zoveel mogelijk online moeten blijven. Bovenstaande – fictieve en onvolledige – tabel
toont de antwoorden, uitgesplitst naar mannelijke en vrouwelijke studenten.
Welk percentage vrouwelijke studenten is het helemaal mee oneens met de stelling?
A. 30%
B. 50%
C. 25%
D. 28%
1
, Vraag 3:
Stel dat je geïnteresseerd bent welke beroepen middelbare school studenten later willen
uitoefenen.
Wat is het meetniveau van de variabele "beroepen"?
A. Interval of Ratio.
B. Ordinaal.
C. Nominaal.
D. Dichotoom.
Vraag 4:
Stel dat je geïnteresseerd bent of meer uren studeren per week tot hogere cijfers zou leiden.
Dit wil je onderzoeken onder studenten van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hierbij wil je
studenten selecteren van verschillende opleidingen, zoals wiskunde, Nederlands en
communicatiewetenschappen.
Als je de verdeling (distribution) van het aantal studie-uren wilt weergeven in een figuur, wat
is dan de beste manier om dit te laten zien: een staafdiagram (bar chart) of een histogram?
Waarom?
A. Een staafdiagram (bar chart), omdat het aantal studie-uren een discrete categorische
variabele is.
B. Een staafdiagram (bar chart), omdat het aantal studie-uren een continue
kwantitatieve variabele is.
C. Een histogram, omdat het aantal studie-uren een continue kwantitatieve variabele is.
D. Een histogram, omdat het aantal studie-uren een discrete categorische variabele is.
Vraag 5:
Waarom heeft de standaarddeviatie vaak de voorkeur boven het bereik (range) als maatstaf
voor variabiliteit?
A. Het bereik (range) kijkt alleen naar het midden van de verdeling, en de
standaarddeviatie naar de volledige verdeling.
B. Het bereik (range) kijkt niet naar uiteinden van de verdeling, maar de
standaarddeviatie wel.
C. Het bereik (range) drukt de variabiliteit uit op een niet-gestandaardiseerde manier,
terwijl de standaarddeviatie is gebaseerd op z-scores.
D. Het bereik (range) kijkt alleen naar de uiteinden van de verdeling, en de
standaarddeviatie is gebaseerd op alle observaties.
2
De antwoorden staan op de laatste pagina.
Vraag 1:
Wat is de beste omschrijving van een steekproevenverdeling?
A. Het is de verdeling van de eenheden van waaruit we een steekproef trekken, zoals
een willekeurige groep respondenten.
B. Het is de verdeling van populatieparameters, zoals populatieproporties of
populatiegemiddelde.
C. Het is de verdeling van de variatie binnen een bepaalde steekproef, zoals de
standaarddeviaties van de steekproef.
D. Het is de verdeling van een steekproefstatistiek, zoals een steekproefproportie of een
steekproefgemiddelde.
Vraag 2:
In een enquête is aan studenten gevraagd of ze het eens zijn met de stelling dat de lessen na
Corona zoveel mogelijk online moeten blijven. Bovenstaande – fictieve en onvolledige – tabel
toont de antwoorden, uitgesplitst naar mannelijke en vrouwelijke studenten.
Welk percentage vrouwelijke studenten is het helemaal mee oneens met de stelling?
A. 30%
B. 50%
C. 25%
D. 28%
1
, Vraag 3:
Stel dat je geïnteresseerd bent welke beroepen middelbare school studenten later willen
uitoefenen.
Wat is het meetniveau van de variabele "beroepen"?
A. Interval of Ratio.
B. Ordinaal.
C. Nominaal.
D. Dichotoom.
Vraag 4:
Stel dat je geïnteresseerd bent of meer uren studeren per week tot hogere cijfers zou leiden.
Dit wil je onderzoeken onder studenten van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hierbij wil je
studenten selecteren van verschillende opleidingen, zoals wiskunde, Nederlands en
communicatiewetenschappen.
Als je de verdeling (distribution) van het aantal studie-uren wilt weergeven in een figuur, wat
is dan de beste manier om dit te laten zien: een staafdiagram (bar chart) of een histogram?
Waarom?
A. Een staafdiagram (bar chart), omdat het aantal studie-uren een discrete categorische
variabele is.
B. Een staafdiagram (bar chart), omdat het aantal studie-uren een continue
kwantitatieve variabele is.
C. Een histogram, omdat het aantal studie-uren een continue kwantitatieve variabele is.
D. Een histogram, omdat het aantal studie-uren een discrete categorische variabele is.
Vraag 5:
Waarom heeft de standaarddeviatie vaak de voorkeur boven het bereik (range) als maatstaf
voor variabiliteit?
A. Het bereik (range) kijkt alleen naar het midden van de verdeling, en de
standaarddeviatie naar de volledige verdeling.
B. Het bereik (range) kijkt niet naar uiteinden van de verdeling, maar de
standaarddeviatie wel.
C. Het bereik (range) drukt de variabiliteit uit op een niet-gestandaardiseerde manier,
terwijl de standaarddeviatie is gebaseerd op z-scores.
D. Het bereik (range) kijkt alleen naar de uiteinden van de verdeling, en de
standaarddeviatie is gebaseerd op alle observaties.
2