Samenvatting college Blok 2 Bovenste extremiteit
Orthos Recht
Paedos kind
1. Humerus 2. Radius 3. Ulna
De gezamenlijke functie van het schouder- en ellebooggewricht
positionering van de hand in de ruimte
Schoudergordel heeft de volgende botten
- Sternum
- Acromion
- Cavitas gelonidalis (gewrichtskom)
- (Spina) Scapula Rand aan de achterkant, aanhechtingplaats voor veel spieren
- Clavicula
- Humerus
3 gewrichten
- Articulatio gleno-humerale Kogelgewricht
- Articulatie arcromio-claviculair
- Articulatie sterno-claviculair
Articulatio synovilis synoviaal gewricht, waarin de botten door
een gewrichtsholte van elkaar gescheiden worden.
- Schokdemping
- Flexibiliteit
Clavicula houdt de schouders naar achteren, zit een bocht in!
Als die breekt komt die niet in de A. subclavia.
1. Botvlies,periosteum
2. Ligamen
3. Joint cavity (holte)
4. Articular (hyaline) cartilage. Kraakbeen bindweefsel
5. Fibrous capsel, stevig
6. Synoviale membrane
Microscopie van synoviale gewricht.
De gewrichtsholte is geel, door het vocht. (vet)
Synoviale membrane heeft 1,2 cellagen dik.
Synovia gewrichtsvloeistof, helder maar door ontsteking soms bruin.
Functie
- Smeermiddel, het is een gel met eiwitten dat stroperig is.
- Schokken opvangen
Viscositeit
Grote molecullen, het lijkt wel een duizendppot.
Ook wel proteoglycan aggregate.
Bouwstenen zijn GAG, dit maakt het stroperig.
Vlak onder membranen synoviale zitten bloedvaten, die dienen als soort filter voor de holte, Het
synoviale membraan voegt de proteoglycan aggregate toe.
Kraakbeen. Cartilage, stootkussen.
, Heeft heel veel zenuwen in het bot, dit geeft dus veel pijn.
Kraakbeen zit om het bot heen is voor het beschermen & schokdemper
Het bestaat uit sponsachtig bot die bestaan uit collageen vezels, raamwerk van het kraakbeen.
Kraakbeen is niet door bloed, bot wel.
Alleen hebt het kraakbeen wel veel eilandjes van cellen (chondrocyten). Via het synoviale vloeistof
voedt het kraakbeen (Nog uitzoeken)
Spiergordel
Romp-schoudergordel Schoudergordel-arm Romp-arm
Postionering en fixatie van Stabiliteit en beweging van de Beweging bovenarm.
scapula en clavicula bovenarm
Abductor
- Deltoideus
Origo clavicula, spina scapula
Insertie op de humerus en diepe fascie bovenarm
- Supraspinatus
Je hebt 2 tuberculum, grote en kleine. (zie afbeelding)
Tussen door ligt de pees van de biceps brachi
Kapsel (blauwe). Flexibel maar niet stabiel
Slijmbeurs. Stevigheid en zorgt voor stijfheid (bursa subarcominalus)
Op de afbeelding is dit het roze. Zit meestal tussen twee botten en verhelpt dat die niet tegen elkaar
aan zitten.
Rotatur Cuff spieren.
Cuff banden Het geeft stabiliteit door spannen van spieren.
Het schoudergewricht kan hierdoor roteren bij relatief grote spierkracht
- Stabiliteit
- Rotatie exorotatie 90, endorotatie 50 door de cuffs
- Grote kracht opvangen (hangen steunen luinen)
- Subscapularis (ventraal van de scapula)
- Supraspinaus
- Infraspinatus (distaal (laterale) scapula)
- Teres minor
Impingement, inklemming Abductie 60 tot 120
Tussen arcromion en de humerus
De rotator cuff is niet meer sterk genoeg, kleine scheertjes in de pezen
Die verslapt hierdoor. wrijving geeft irritatie.
Oefenen
• De capsula van een synoviaal gewricht wordt aan de binnenkant
bekleed door de membrana synovialis.
• De m. supraspinatus adduceert de bovenarm.
• Proteoglycanen zijn belangrijk voor de viscositeit van synovia.
• Kraakbeen is matig doorbloed.
• De rotator cuff is van belang voor stabilisatie van de art. sternoclaviculare.
• De m. teres minor is van belang bij de stabilisatie van de art. glenohumerale.
Orthos Recht
Paedos kind
1. Humerus 2. Radius 3. Ulna
De gezamenlijke functie van het schouder- en ellebooggewricht
positionering van de hand in de ruimte
Schoudergordel heeft de volgende botten
- Sternum
- Acromion
- Cavitas gelonidalis (gewrichtskom)
- (Spina) Scapula Rand aan de achterkant, aanhechtingplaats voor veel spieren
- Clavicula
- Humerus
3 gewrichten
- Articulatio gleno-humerale Kogelgewricht
- Articulatie arcromio-claviculair
- Articulatie sterno-claviculair
Articulatio synovilis synoviaal gewricht, waarin de botten door
een gewrichtsholte van elkaar gescheiden worden.
- Schokdemping
- Flexibiliteit
Clavicula houdt de schouders naar achteren, zit een bocht in!
Als die breekt komt die niet in de A. subclavia.
1. Botvlies,periosteum
2. Ligamen
3. Joint cavity (holte)
4. Articular (hyaline) cartilage. Kraakbeen bindweefsel
5. Fibrous capsel, stevig
6. Synoviale membrane
Microscopie van synoviale gewricht.
De gewrichtsholte is geel, door het vocht. (vet)
Synoviale membrane heeft 1,2 cellagen dik.
Synovia gewrichtsvloeistof, helder maar door ontsteking soms bruin.
Functie
- Smeermiddel, het is een gel met eiwitten dat stroperig is.
- Schokken opvangen
Viscositeit
Grote molecullen, het lijkt wel een duizendppot.
Ook wel proteoglycan aggregate.
Bouwstenen zijn GAG, dit maakt het stroperig.
Vlak onder membranen synoviale zitten bloedvaten, die dienen als soort filter voor de holte, Het
synoviale membraan voegt de proteoglycan aggregate toe.
Kraakbeen. Cartilage, stootkussen.
, Heeft heel veel zenuwen in het bot, dit geeft dus veel pijn.
Kraakbeen zit om het bot heen is voor het beschermen & schokdemper
Het bestaat uit sponsachtig bot die bestaan uit collageen vezels, raamwerk van het kraakbeen.
Kraakbeen is niet door bloed, bot wel.
Alleen hebt het kraakbeen wel veel eilandjes van cellen (chondrocyten). Via het synoviale vloeistof
voedt het kraakbeen (Nog uitzoeken)
Spiergordel
Romp-schoudergordel Schoudergordel-arm Romp-arm
Postionering en fixatie van Stabiliteit en beweging van de Beweging bovenarm.
scapula en clavicula bovenarm
Abductor
- Deltoideus
Origo clavicula, spina scapula
Insertie op de humerus en diepe fascie bovenarm
- Supraspinatus
Je hebt 2 tuberculum, grote en kleine. (zie afbeelding)
Tussen door ligt de pees van de biceps brachi
Kapsel (blauwe). Flexibel maar niet stabiel
Slijmbeurs. Stevigheid en zorgt voor stijfheid (bursa subarcominalus)
Op de afbeelding is dit het roze. Zit meestal tussen twee botten en verhelpt dat die niet tegen elkaar
aan zitten.
Rotatur Cuff spieren.
Cuff banden Het geeft stabiliteit door spannen van spieren.
Het schoudergewricht kan hierdoor roteren bij relatief grote spierkracht
- Stabiliteit
- Rotatie exorotatie 90, endorotatie 50 door de cuffs
- Grote kracht opvangen (hangen steunen luinen)
- Subscapularis (ventraal van de scapula)
- Supraspinaus
- Infraspinatus (distaal (laterale) scapula)
- Teres minor
Impingement, inklemming Abductie 60 tot 120
Tussen arcromion en de humerus
De rotator cuff is niet meer sterk genoeg, kleine scheertjes in de pezen
Die verslapt hierdoor. wrijving geeft irritatie.
Oefenen
• De capsula van een synoviaal gewricht wordt aan de binnenkant
bekleed door de membrana synovialis.
• De m. supraspinatus adduceert de bovenarm.
• Proteoglycanen zijn belangrijk voor de viscositeit van synovia.
• Kraakbeen is matig doorbloed.
• De rotator cuff is van belang voor stabilisatie van de art. sternoclaviculare.
• De m. teres minor is van belang bij de stabilisatie van de art. glenohumerale.