Week 1.
Les 1
Anamnese:
Goed doorvragen, wat voor werk, hoeveel, hoe vaak etc. ook kijken naar de thuis situatie.
Anamnese:
Functionele inspectie: vragen naar het werk.
- Duidelijk maken, situatie van de werknemer en bijvoorbeeld met voorbeelden uit het
werkveld.
Algemene inspectie: Kijk naar het hele lichaam. Functioneel ontkleden.
- Kijken naar het hele lichaam hoe het lichaam de schouder ondersteunt.
Lokale inspectie: Kijken naar de specifieke pijnklacht. Ook de huid en omgeving etc.
Luchtfiguren.
Week 1.
Les 2
Totale inspectie.
Vooraanzicht.
- Als je je rug naar voren houdt, dan komt er een andere hoek van de clavicula dan als je je
rug recht heeft. Ook als iemand rechts of links is.
Achterkant.
- Scapula, kijken naar de hoek van het schouderblad en hoe het schouderblad staat.
- Schouderlijnen bekijken.
- Kijken hoe het hoofd staat.
- Zichtbaarheid van de spina scapula.
- Acromion ten opzichte van de trapezius pars decenders.
- Margomedialis lijn naar beneden, waar kruisen die lijnen?
Zijaanzicht
- Holle/bolle rug.
- De curvatuur van de wervelkolom. Positie heeft hier invloed op, ook de stand van de
bekken.
- Antropositie: dat het hoofd naar voren staat. (protractie van de nek).
- Positie van de armen ten opzichte van de romp, op je tenen dan komen de armen meer
naar voren en op je hakken dan gaan de armen naar achteren.
Scapula elata: als de scapula los komt van het bot.
Winging: verschijnsel van de scapula.
Iedereen heeft verschillende ruggen en verschillende stand wervelkolom.
Arom/prom
, Glenohumerale gewricht:
- Adductie ( en abductie
- Endorotatie (90 graden) en exorotatie (85-90 graden)
- Anteflexie (180 graden)en retroflexie (80-90 graden)
Goed beschrijven begin positie, bijvoorbeeld de endo en exorotatie meten met de armen boven het
hoofd maar dat wel aangeven.
Neutrale 0 methode: gaat uit van de anatomische stand, handig bij de elleboog en de knie.
Beschrijven welk gewricht, de beweging van … naar.
Probleem met de schouder:
li. sch. (linker schouder) P.b. (passief bewegen)
Ante flex (anteflexie) ret flex (retroflexie)
180/0/50 (van 180 graden anteflexie door de 0 heen en dan naar 50 graden retroflexie)
75/10/0 (van 75 graden anteflexie, komt niet door het 0 punt heen daarom eerst de 10 en dan de 0)
Linker schouder, adductie/abductie. Actief.
(in 90 graden abductie kijken naar adductie)
Week 1.
Les 3
Mobilisatie van de schouder, arm in 60 graden anteflexie, 30 graden endorotatie, 30 graden
abductie. maximum lose pack position (mlpp). Neutrale positie zodat er veel ontspanning zit.
Soms is dit de enige positie die de arm kan aannemen. Dan kun je met tracties de weefsel
mobiliseren.
1e graads tractie: rustig laten trillen van de arm.
2e graads tractie: onderzoekende vorm van de arm.
3e graads tractie: het rekken van de arm.
Als je met je rechterarm bezig bent dan ga je met je linker been voorstaan, en als je met je linkerhand
bezig bent sta je met je rechterbeen voor.
Verschillende frequenties, krachten uitvoeren in de arm met schuddingen.
De grens opzoeken in anteflexie en dan in die grens mobiliseren en dan kun je steeds een stukje
verder.
Bij mobilisatieproblemen kun je hold en relax toepassen, eerst de patiënt kracht laten zetten en dan
weer laten rusten.