Samenvatting colleges fysiotherapie
Week 1 was introductiecollege over wat we allemaal dit blok kregen, oftewel niet belangrijk om te
weten,
Week 2: de 7-stap
Doel 7-stap:
• Aanzetten tot klinisch redeneren en methodisch handelen
• Op basis van gestructureerd klinisch redeneren komen tot een gefundeerd onderzoeks- en
behandelplan
• Verwerven van fysiotherapeutisch relevante kennis
• Integratie van fysiotherapeutische, G/C en medische kennis
Systeemsoorten:
• SOMS
– Huid, spier, banden, kapsel, bot, kraakbeen.
– Orthopedische patiënten
• NEUS
– Neurogeen systeem.
– Neurologische patiënten
• VIVAS
– Organen en bloed/lymfevaten
– Interne patiënten
• ENDOS (IMMUS)
– Hormonaal, immuunsysteem
– Auto-imuun patiënten (reuma)
beschrijven van (dys)functioneren
-Persoon (o): beschrijven van stoornissen op activiteitenniveau
- Persoon (ps): Persoonsgebonden factoren, cognitieve(betrekking hebbend op het verstandelijke
vermogen) stoornissen, participatieproblemen.
Veronderstelde (dis)functioneren
- Hierin beschrijf je wat je zelf denkt wat voor disfunctioneren uit de stoornis/ klacht kunnen
voortkomen. DIT KUN JE NIET UIT DE CASUS HALEN!!!
ICF-classificatie
– stoornissen
– beperkingen in activiteit
- persoon (o)
- persoon(ps)
– Partcipatieproblemen
Wat voor problemen ervaart de patiënt in het dagelijks leven?
• Stoornissen FG (fysiotherapie gerelateerd)
– Mobiliteits beperking
– Stabiliteitsverlies
– Spierfunctieverlies(4)
– Coordinatie
– Sturing
– Arbeidsvermogen (lokaal, totaal)
– Pijn
, Stoornissen OV
– Niet onder FG, wel behandelbaar
Stoornissen Rest
– Niet onder FG, niet behandelbaar
let op dit is alleen stap 1 t/m 3 de rest hoeft niet voor tentamen.
Week 3: Orthopedic Physical Assessment
Definitie: structureren en besluiten nemen gedurende fysiotherapeutisch assessment van een
patiënt met orthopedische klachten.
Waarom Assessment?
>>> om een behandelplan op te stellen.
>>> voor vaststellen van de einddoelen van de patiënt
Welke weefsels kom je in de fysiotherapie tegen die beschadigd kunnen zijn?
- gewricht
- bot
- kraakbeen
- ligamenten
- spieren
- pezen
- bursa/ muniscus/ discus
Structuur binnen fysiotherapeutisch Assessment
- anamnese
- observatie(lokaal & totaal)
- Palpatie
- AROM & PROM
- Specifieke testen
- Conclusie
- Behandelplan
ICF-Classificatie: Waar is dit voor?
- voor het vaststellen van: > functiestoornissen.
> beperkte activiteiten
> participatieproblemen
stoornissen:
1. Pijn
- beïnvloed door je eigen gevoel en beleving
- wat voor soorten pijn:
* lokale pijn: zit alleen op de plek die beschadigd is
* uitstralende pijn: lastig om de bron van de pijn te lokaliseren
* activiteitsgerelateerd
Belangrijk dat de patiënt aangeeft wat voor soort pijn hij voelt en de intensiteit van pijn( VAS 1-10)
Specifieke test voor pijn
in welke structuren: - Actieve structuren: isometrische weerstandstest
- passieve zachte structuren: rektest
- gewricht/ kraakbeen: tractie 1e graads, compressie
Week 1 was introductiecollege over wat we allemaal dit blok kregen, oftewel niet belangrijk om te
weten,
Week 2: de 7-stap
Doel 7-stap:
• Aanzetten tot klinisch redeneren en methodisch handelen
• Op basis van gestructureerd klinisch redeneren komen tot een gefundeerd onderzoeks- en
behandelplan
• Verwerven van fysiotherapeutisch relevante kennis
• Integratie van fysiotherapeutische, G/C en medische kennis
Systeemsoorten:
• SOMS
– Huid, spier, banden, kapsel, bot, kraakbeen.
– Orthopedische patiënten
• NEUS
– Neurogeen systeem.
– Neurologische patiënten
• VIVAS
– Organen en bloed/lymfevaten
– Interne patiënten
• ENDOS (IMMUS)
– Hormonaal, immuunsysteem
– Auto-imuun patiënten (reuma)
beschrijven van (dys)functioneren
-Persoon (o): beschrijven van stoornissen op activiteitenniveau
- Persoon (ps): Persoonsgebonden factoren, cognitieve(betrekking hebbend op het verstandelijke
vermogen) stoornissen, participatieproblemen.
Veronderstelde (dis)functioneren
- Hierin beschrijf je wat je zelf denkt wat voor disfunctioneren uit de stoornis/ klacht kunnen
voortkomen. DIT KUN JE NIET UIT DE CASUS HALEN!!!
ICF-classificatie
– stoornissen
– beperkingen in activiteit
- persoon (o)
- persoon(ps)
– Partcipatieproblemen
Wat voor problemen ervaart de patiënt in het dagelijks leven?
• Stoornissen FG (fysiotherapie gerelateerd)
– Mobiliteits beperking
– Stabiliteitsverlies
– Spierfunctieverlies(4)
– Coordinatie
– Sturing
– Arbeidsvermogen (lokaal, totaal)
– Pijn
, Stoornissen OV
– Niet onder FG, wel behandelbaar
Stoornissen Rest
– Niet onder FG, niet behandelbaar
let op dit is alleen stap 1 t/m 3 de rest hoeft niet voor tentamen.
Week 3: Orthopedic Physical Assessment
Definitie: structureren en besluiten nemen gedurende fysiotherapeutisch assessment van een
patiënt met orthopedische klachten.
Waarom Assessment?
>>> om een behandelplan op te stellen.
>>> voor vaststellen van de einddoelen van de patiënt
Welke weefsels kom je in de fysiotherapie tegen die beschadigd kunnen zijn?
- gewricht
- bot
- kraakbeen
- ligamenten
- spieren
- pezen
- bursa/ muniscus/ discus
Structuur binnen fysiotherapeutisch Assessment
- anamnese
- observatie(lokaal & totaal)
- Palpatie
- AROM & PROM
- Specifieke testen
- Conclusie
- Behandelplan
ICF-Classificatie: Waar is dit voor?
- voor het vaststellen van: > functiestoornissen.
> beperkte activiteiten
> participatieproblemen
stoornissen:
1. Pijn
- beïnvloed door je eigen gevoel en beleving
- wat voor soorten pijn:
* lokale pijn: zit alleen op de plek die beschadigd is
* uitstralende pijn: lastig om de bron van de pijn te lokaliseren
* activiteitsgerelateerd
Belangrijk dat de patiënt aangeeft wat voor soort pijn hij voelt en de intensiteit van pijn( VAS 1-10)
Specifieke test voor pijn
in welke structuren: - Actieve structuren: isometrische weerstandstest
- passieve zachte structuren: rektest
- gewricht/ kraakbeen: tractie 1e graads, compressie