8.2 Toedieningsvormen
Welke toedieningsvorm op de huid gebruikt wordt is afhankelijk van het doel waarvoor het middel is
voorgeschreven.
8.2.1 Halfvaste preparaten
- CRÈMES
waterfase en vetfase;
+ 20% vaseline;
geschikt voor behaarde huidgedeelten;
afwasbaar;
gemakkelijk inwrijven op de huid.
- ZALVEN
steviger dan een crème;
geschikt voor een droge, schilferende huid;
huid blijft soepel;
Zalven zijn onder te verdelen in:
o Vette zalven:
watervrij.
o Emulgerende zalven:
kunnen water opnemen;
hechten goed op een vochtige huid;
gemakkelijk afwasbaar.
o Hydrofiele zalven:
wateropnemend.
- GELS
vloeistof;
verdikt tot een halfvaste massa.
- PASTA’S
Pasta’s zijn onder te verdelen in:
o Stijve pasta’s:
bevatten minimaal 50% vaste stof;
bijv. Zinkoxidepasta FNA
o Weke pasta’s:
vaste stof & een vloeistof;
bijv. Zinkoxidewaterzalf (ZOK-zalf) FNA.
1
, Samenvatting: Farmacotherapie in de Apotheek H8. Huidmiddelen
8.2.2 Vloeibare preparaten
- OPLOSSINGEN
depvloeistof;
alcoholische vloeistof om de huid te reinigen;
oplosmiddel: water, alcohol of propyleenglycol.
- SCHUDSELS
vaste stof (waaronder Zinkoxide);
vloeistof (zinkoxideschudsel FNA);
verkoelende werking door verdamping van het water na aanbrengen op de huid.
- SMEERSELS
vloeibare emulsies;
gemakkelijk op de behaarde huid beter dan crèmes;
bijv. Lanettesmeersel of Cetomacrogolsmeersel FNA.
8.2.3 Vaste preparaten
- STROOIPOEDERS
grootste gedeelte is talk;
bijv. Aluinstrooipoeder FNA bij overmatig zweten.
2