Zwaartepunten van het vermogensrecht – Brahn/Reehuis
voor deeltentamen A
Hoofdstuk 13
Een verbintenis is een recht van de één op een prestatie waartoe de ander verplicht is. Voor
een verbintenis is kenmerkend dat een persoon een recht op een prestatie door een andere
persoon heeft, terwijl die ander tegenover de eerste tot het verrichten van die prestatie is
verplicht. De bij een verbintenis betrokken subjecten heten schuldeiser en schuldenaar. Een
tweede kenmerk van een verbintenis is dat zij vermogensrechtelijk van aard is.
Een verbintenis kent drie elementen:
- Vorderingsrecht aan de actieve zijde en een schuld aan de passieve zijde.
- Rechtsvordering aan de actieve zijde en aansprakelijkheid aan de passieve zijde.
- Executierecht aan de actieve zijde en uitwinbaarheid aan de passieve zijde.
Het verbintenissenrecht omvat de regels betreffende verbintenissen. Het deel van het
objectieve recht dat de verbintenissen, en daarmee de vorderingsrechten, regelt, heet het
verbintenissenrecht.
Hoofdstuk 14
Een overeenkomst in de zin van de wet is een ‘meerzijdige rechtshandeling’ waarbij een of
meer partijen tegenover een of meer anderen een verbintenis aangaan. Een
verbintenisscheppende overeenkomst, een overeenkomst waar een of meerdere partijen een
verplichting jegens de ander aangaan, wordt ook wel een obligatoire overeenkomst
genoemd.
De verhouding tussen rechtsregel, rechtsfeit en rechtsgevolg is telkens die van oorzaak en
gevolg. De rechtsregel maakt een bepaalde gebeurtenis tot rechtsfeit, tengevolge waarvan
het voordoen van die rechtsfeit een concreet rechtsgevolg tot stand komt.
Een rechtshandeling is erop gericht om een rechtsgevolg tot stand te brengen. Het algemene
deel van een rechtshandeling is terug te vinden in titel 3.2. Artikel 3:33 BW zegt dat voor een
rechtshandeling een wil en een verklaring nodig is.
- Meerzijdige rechtshandeling: vereist samenwerking van meerdere personen, bijv. de
overeenkomst.
- Eenzijdige rechtshandeling: wordt door één persoon tot stand gebracht, bijv. het
opmaken van een testament.
o Gerichte rechtshandeling: een rechtshandeling die is gericht tot een of meer
bepaalde personen.
o Ongerichte rechtshandeling: een eenzijdige rechtshandeling die niet is gericht
tot een bepaalde persoon
Wederkerige overeenkomst: er zijn over en weer verbintenissen, bijv. bij koop of huur.
Eenzijdige overeenkomst: er ontstaan alleen voor een partij een of meer verbintenissen, bijv.
een schenking.
voor deeltentamen A
Hoofdstuk 13
Een verbintenis is een recht van de één op een prestatie waartoe de ander verplicht is. Voor
een verbintenis is kenmerkend dat een persoon een recht op een prestatie door een andere
persoon heeft, terwijl die ander tegenover de eerste tot het verrichten van die prestatie is
verplicht. De bij een verbintenis betrokken subjecten heten schuldeiser en schuldenaar. Een
tweede kenmerk van een verbintenis is dat zij vermogensrechtelijk van aard is.
Een verbintenis kent drie elementen:
- Vorderingsrecht aan de actieve zijde en een schuld aan de passieve zijde.
- Rechtsvordering aan de actieve zijde en aansprakelijkheid aan de passieve zijde.
- Executierecht aan de actieve zijde en uitwinbaarheid aan de passieve zijde.
Het verbintenissenrecht omvat de regels betreffende verbintenissen. Het deel van het
objectieve recht dat de verbintenissen, en daarmee de vorderingsrechten, regelt, heet het
verbintenissenrecht.
Hoofdstuk 14
Een overeenkomst in de zin van de wet is een ‘meerzijdige rechtshandeling’ waarbij een of
meer partijen tegenover een of meer anderen een verbintenis aangaan. Een
verbintenisscheppende overeenkomst, een overeenkomst waar een of meerdere partijen een
verplichting jegens de ander aangaan, wordt ook wel een obligatoire overeenkomst
genoemd.
De verhouding tussen rechtsregel, rechtsfeit en rechtsgevolg is telkens die van oorzaak en
gevolg. De rechtsregel maakt een bepaalde gebeurtenis tot rechtsfeit, tengevolge waarvan
het voordoen van die rechtsfeit een concreet rechtsgevolg tot stand komt.
Een rechtshandeling is erop gericht om een rechtsgevolg tot stand te brengen. Het algemene
deel van een rechtshandeling is terug te vinden in titel 3.2. Artikel 3:33 BW zegt dat voor een
rechtshandeling een wil en een verklaring nodig is.
- Meerzijdige rechtshandeling: vereist samenwerking van meerdere personen, bijv. de
overeenkomst.
- Eenzijdige rechtshandeling: wordt door één persoon tot stand gebracht, bijv. het
opmaken van een testament.
o Gerichte rechtshandeling: een rechtshandeling die is gericht tot een of meer
bepaalde personen.
o Ongerichte rechtshandeling: een eenzijdige rechtshandeling die niet is gericht
tot een bepaalde persoon
Wederkerige overeenkomst: er zijn over en weer verbintenissen, bijv. bij koop of huur.
Eenzijdige overeenkomst: er ontstaan alleen voor een partij een of meer verbintenissen, bijv.
een schenking.