In dit hoofdstuk gaat het over de meest interessante spreidingsmaat: De standaardafwijking of ook
wel de standaarddeviatie genoemd. Je kunt de standaardafwijking stapsgewijs berekenen:
1. Berekenen het rekenkundig gemiddelde
2. Bepaal de absolute afwijkingen
3. Bereken het kwadraat van de gevonden absolute afwijkingen
4. Tel alle kwadraten bij elkaar op
5. Deel de som door het aantal waarnemingen; dit noem je de variantie
6. Als je van de variantie de wortel trekt, heb je de standaarddeviatie. De standaarddeviatie van
een massa geef je weer als: σ , bij een steekproef met de letter S
Om te bepalen of de standaarddeviatie in verhouding groot of klein is heb je het begrip:
variatiecoëfficiënt: Standaarddeviatie/rekenkundig gemiddelde.
De normaalverdeling: