Psychiatrie een inleiding:
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.4. Biologisch georiënteerde therapieën
4.4.1 Medicatie
Bij de behandeling van een groot aantal psychische stoornissen speelt de
psychofarmacologie een steeds grotere rol. Hierbij wordt gebruik gemaakt van verschillende
soorten psychotrope medicijnen, ook wel psychofarmaca genoemd. Deze medicijnen werken
in op de neurotransmittersystemen in de hersenen, waar ze het kwetsbare chemische
evenwicht beïnvloeden dat verantwoordelijk is voor transport van zenuwimpulsen van het
ene neuron naar het andere.
Angstremmers
Angstremmers (anxiolitica) en slaapmiddelen bestrijden angst verminderen de spierspanning
en induceren slaap. Angstremmers verminderen de activiteit in bepaalde delen van het
centrale zenuwstelsel (CZS). Daarop verminder het CZS de activiteit in het sympathische
zenuwstelsel, waardoor de transpiratie vermindert en de hartslag daalt, wat weer een
gunstig effect heeft op angst en spanning.
Regelmatig gebruik van medicatie kan tot tolerantie leiden, een lichamelijk teken van
afhankelijkheid dat ertoe leidt dat iemand in de loop der tijd steeds hogere doses van het
middel nodig heeft om hetzelfde effect te bereiken.
Onttrekkingsangst is een ander probleem dat voorkomt bij langdurig gebruik van
angstremmers. Veel mensen die regelmatig angstremmers slikken, vertellen dat de angst of
de slapeloosheid in verhevigde vorm terugkomt zodra ze met de medicatie stoppen.
Sommige zijn misschien extra angstig door het idee dat ze niet meer op hun medicijnen
kunnen terugvallen. Andere ervaren onttrekkingsangst als gevolg van veranderingen in
biochemische processen die we nog niet goed begrijpen.
Anti psychotische medicijnen
Anti psychotische medicijnen, ook wel neuroleptica genoemd, worden veel gebruikt om de
symptomen van schizofrenie en andere psychotische stoornissen onder de duim te houden,
zoals hallucinaties, wanen, gedragsproblemen en verwarring.
Er zijn twee verschillen. Typische antipsychotica en atypische antipsychotica. Het verschil zit
erin dat de typische middelen zich meer richten op belangrijke transmittersystemen zoals
serotonine en noradrenaline. Door antipsychotica is het gebruik van dwangbuizen en
isoleercellen in de psychiatrie sterk afgenomen, evenals de behoefte aan langdurige opname.
Het gebruik van antipsychotica heeft echter ook nadelen, waaronder ernstige bijwerkingen
zoals spierstijfheid en tremors. Langdurige gebruik van anti psychotische medicijnen een
mogelijk onomkeerbare en beperkende motorische stoornis veroorzaken die tardieve
dyskinesie wordt genoemd. Deze stoornis kenmerkt zich door onbeheerst knipperen met de
ogen, grimassen, smakken met de lippen en andere onwillekeurige bewegingen met mond,
ogen en ledematen. De atypische antipsychotica hebben die bijwerkingen veel minder, maar
helaas hebben deze wel een andere bijwerking, die bekendstaat als het metabool syndroom.
Patiënten krijgen dan gewichtstoename, kans op diabetes en een hoge bloeddruk.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.4. Biologisch georiënteerde therapieën
4.4.1 Medicatie
Bij de behandeling van een groot aantal psychische stoornissen speelt de
psychofarmacologie een steeds grotere rol. Hierbij wordt gebruik gemaakt van verschillende
soorten psychotrope medicijnen, ook wel psychofarmaca genoemd. Deze medicijnen werken
in op de neurotransmittersystemen in de hersenen, waar ze het kwetsbare chemische
evenwicht beïnvloeden dat verantwoordelijk is voor transport van zenuwimpulsen van het
ene neuron naar het andere.
Angstremmers
Angstremmers (anxiolitica) en slaapmiddelen bestrijden angst verminderen de spierspanning
en induceren slaap. Angstremmers verminderen de activiteit in bepaalde delen van het
centrale zenuwstelsel (CZS). Daarop verminder het CZS de activiteit in het sympathische
zenuwstelsel, waardoor de transpiratie vermindert en de hartslag daalt, wat weer een
gunstig effect heeft op angst en spanning.
Regelmatig gebruik van medicatie kan tot tolerantie leiden, een lichamelijk teken van
afhankelijkheid dat ertoe leidt dat iemand in de loop der tijd steeds hogere doses van het
middel nodig heeft om hetzelfde effect te bereiken.
Onttrekkingsangst is een ander probleem dat voorkomt bij langdurig gebruik van
angstremmers. Veel mensen die regelmatig angstremmers slikken, vertellen dat de angst of
de slapeloosheid in verhevigde vorm terugkomt zodra ze met de medicatie stoppen.
Sommige zijn misschien extra angstig door het idee dat ze niet meer op hun medicijnen
kunnen terugvallen. Andere ervaren onttrekkingsangst als gevolg van veranderingen in
biochemische processen die we nog niet goed begrijpen.
Anti psychotische medicijnen
Anti psychotische medicijnen, ook wel neuroleptica genoemd, worden veel gebruikt om de
symptomen van schizofrenie en andere psychotische stoornissen onder de duim te houden,
zoals hallucinaties, wanen, gedragsproblemen en verwarring.
Er zijn twee verschillen. Typische antipsychotica en atypische antipsychotica. Het verschil zit
erin dat de typische middelen zich meer richten op belangrijke transmittersystemen zoals
serotonine en noradrenaline. Door antipsychotica is het gebruik van dwangbuizen en
isoleercellen in de psychiatrie sterk afgenomen, evenals de behoefte aan langdurige opname.
Het gebruik van antipsychotica heeft echter ook nadelen, waaronder ernstige bijwerkingen
zoals spierstijfheid en tremors. Langdurige gebruik van anti psychotische medicijnen een
mogelijk onomkeerbare en beperkende motorische stoornis veroorzaken die tardieve
dyskinesie wordt genoemd. Deze stoornis kenmerkt zich door onbeheerst knipperen met de
ogen, grimassen, smakken met de lippen en andere onwillekeurige bewegingen met mond,
ogen en ledematen. De atypische antipsychotica hebben die bijwerkingen veel minder, maar
helaas hebben deze wel een andere bijwerking, die bekendstaat als het metabool syndroom.
Patiënten krijgen dan gewichtstoename, kans op diabetes en een hoge bloeddruk.