Leerdoelen MSA.CO.1;
1. De student kan de bouw en de functie van het cranio-occipitale complex beschrijven en
uitleggen.
2. De student kan de bouw en de functie van de hoogcervicale wervelkolom (botten, spieren,
gewrichten, ligamenten, zenuwen, vaten) beschrijven.
3. De student kan de bouw en de functie van de mid-/ laagcervicale wervelkolom (botten, spieren,
gewrichten (zyapofyseale, uncovertebrale) ligamenten, zenuwen (zenuwwortels), vaten
beschrijven.
4. De student kan de bouw en de functie van de cervicale intervertebrale disci beschrijven.
5. De student begrijpt de functionele koppeling van beweging in de cervicale wervelkolom als
gevolg van de anatomie.
6. De student begrijpt de invloed van vaak voorkomende pathologie op de anatomie, en hiermee
samenhangend het bewegingsverloop en klachtenpatronen.
7. De student kan de organisatie en functie van de cervicale en cranio-cervicale proprioceptie
beschrijven.
SAMENVATTING HOORCOLLEGE;
Het belang van functionele anatomie voor de fysiotherapie;
> Het inzicht in normaal bewegen is noodzakelijk om afwijkende bewegen te kunnen beoordelen.
Functies van de cervicale Wervelkolom;
1. Bieden van bescherming > (Voornamelijk dorsale botstukken.)
2. Bieden van steun / stabiliteit > (Voornamelijk ventrale botstukken.)
3. Bieden van de mogelijkheid tot bewegen > (Voornamelijk de facetgewrichten.)
Indeling van de cervicale wervelkolom:
- Hoog cervicaal C0 - C1, C1 - C2
- Midden cervicaal C2 - C5
- Laag cervicaal C5 - Th1
- CTO = cervicaal thoracale overgang C7-Th4
└> C1; Hier kan je niet de processus spinosi voelen. Wanneer je tussen je kaakbot en je oor voelt,
kan je wel de processus transversi van C1.
└> C2; Het eerste wat je voelt vanuit de protuberantia occipitalis externa, is de processus
spinosi van C2.
└> (C2 is een duimvormig wervellichaam, en C1 hee9 geen wervellichaam).
1
, Bescherming van . . . . . . : (Wat moet er eigenlijk beschermt worden?)
> Het ruggenmerg.
> De hersenstam.
> De bloedvaten (de bloedvaten in nek zorgen voor de bloedtoevoer naar de hersenen).
o Art. vertebralis; Bloedvat wat via zijkant van wervelkolom meeloopt. Ter hoogte van
C1 maakt het een bocht, omdat C1 heel breed is. Bloedvaten komen
bij elkaar in art. basilaris die leiden naar de hersenen.
o Longitudinale arterien; Lopen mee in het ruggenmerg, in het wervelkanaal en komen
dan bij elkaar naar de art. basilaris toe.
Bescherming door . . . . . . : (Waarmee worden deze structuren beschermt?)
> Corpus vertebrae (= Wervellichaam)
> Lamina (= De boog aande achterkant)
> Lig. Flavum (= Dik ligament, aan de binnenkant
van het lamina.)
> Longitudinale ligg. ( = Lopen aan de voorkant v/h
wervelkanaal, achter ‘t corpus.)
> Ruggenmergvliezen (= Duramater, …)
> Filtraat van bloed en liquor (= Zit tussen de wervels
en het duramater.)
Lig. Transversum atlantis
> Dit ligament is vrij speciaal en ligt hoog cervikaal.
> Dit ligament loopt van het arcus anterior naar het arcus anterior.
> Het stabiliseert de dens (tand van C2) bij die arcus anterior.
> Het vormt het horizontale deel van het lig. Cruciforme.
> Beschadiging van dit ligament kan aanleiding geven tot myelumcompressie!
> Symptomen; Tintels die langs de rug naar beneden lopen (bij, na trauma).
Wat biedt de steun / stabiliteit? ;
> Corpus vertebrae;
o Hij is verschillend wanneer je hem vergelijkt met lumbaal.
o Meer rechthoekend, en hij heeft opstaande randen.
De processus uncinati en die zijn van groot belang voor de steun / stabiliteit.
> Discus intervertebralis;
o Ook deze verschild cervikaal van lumbaal, hij is cervikaal veel stugger.
o Naar mate je ouder wordt ontwikkelen er fissuren. > Fissuren; Scheuren in de discus.
> Musculatuur;
o Locale spieren voor de grove stabiliteit en grote bewegingen.
o Globale spieren voor de fijne stabiliteit en kleine bewegingen.
Groot van belang zijn de ‘Preventrale spiertjes’ (hoog, midden en laag cervicaal);
- Hoog, zorgt voor intrekken kin
- Midden en onder, zorgen voor stabiliteit en compressie.
2