Leerdoelen ANA.CO.1;
1. De student beschrijft de relatie tussen de bouw van de schoudergordel en de functionele eisen
die aan hieraan worden gesteld.
2. De student beschrijft de vier verbindingen van de schoudergordel en analyseert aan de hand van
de specifieke bouw wat de functie en bewegingsmogelijkheden zijn.
3. De student beschrijft welke beweegmogelijkheden een totaalbeweging van de schoudergordel
vereist in de verschillende verbindingen van de schoudergordel.
4. De student beschrijft welke functionele systemen (spiergroepen) de schoudergordel besturen en
beschrijft tevens wat de functionele betekenis en de samenhang van elk van de systemen is.
5. De student beschrijft in welke topografische eenheden de spieren van de schoudergordel
ingedeeld kunnen worden.
6. De student beschrijft van elk van de bij 5 genoemde spiergroepen specifieke voorbeelden.
7. De student beschrijft de verschillende latero- en mediorotatiekoppels en van elevatie/depressie
en pro-/retractie slingers.
8. De student analyseert een abductie- en de anteflexie beweging in de schoudergordel, op het
niveau van de behandelde lesstof in het hoorcollege.
SAMENVATTING HOORCOLLEGE;
De schouder bestaat uit de clavicula, de scapula, de humerus en de thorax.
Er zijn dus grofweg 4 verbindingen met de schoudergordel; 1. Art. sternoclavicularis, SC-gewricht
2. Art. scapulothoracale glijvlak
3. Art. acromioclavicularis
4. Art. humeri
Hoe groter oppervlak van de scapula tegen de
thorax ligt, hoe stabieler je schouder is.
Het SC-gewricht; Articulatio Sternoclaviculare
> Dit gewricht heeft een synoviale verbinding, met gewrichtsvloeistof
en heeft een groot bewegingspotentieel.
> Dit gewricht heeft twee gewrichtskamers, het wordt in tweeën gedeeld door de discus
articularis. Dit zorgt voor extra bewegingsmogelijkheid, en dient als schokdemper.
o Deze discus zorgt ervoor dat het van een zadelgewricht richting een kogelgewricht gaat, het
(zet de twee botstukken uit elkaar,) hierdoor is er veel meer bewegingsvrijheid.
> Het SC-gewricht is een art. sellaris (zadelgewricht), het kan 2 kanten op bewegen/schuiven, maar
niet roteren (heel misschien iets door de discus).
> Het SC-gewricht beperkt door het Lig. costaclaviculare.
1
, Bewegingen van clavicula worden benoemd adhv bewegingen van scapula.
- Sagittale as; Elevatie (omhoog) Detractie/Depressie (omlaag
- Longitunale as; Protractie (vooruit) Retractie (achteruit)
- Om eigen as; Dwangrotatie, (volgens mij wanneer je je arm optilt).
Het AC-gewricht; Articulatio Acromioclaviculare
> Dit gewricht heeft ook een synoviale verbinding.
> Het is een zogenoemd art. plana (vlak gewricht), maar dan zou het alleen translaties kunnen
geven. In vivo kan dat niet, de bindweefselbanden zijn veel te stevig om beweging toe te staan.
> Dit gewricht dient om zo veel mogelijk contact te houden tussen de scapula en de thorax.
> Het AC-gewricht beperkt door het Lig. coracoacromiale (conoideum en trapezoideum).
Het Scapulothoracale glijvlak (STG):
> Dit is de grote controlefactor voor het bewegen van de scapula ten opzichte van de thorax.
> Het is een soort fysiologische verbinding tussen spierlagen in. Het gaat hierbij om de spierfascies
van de m. serratus anterior (thorax) en de m. subscapularis (scapula).
Bewegingsmogelijkheden: – Elevatie / Depressie
– Protractie / Retractie
– Mediorotatie / Laterorotatie
Het GH-gewricht; Articulatio humeri / Glenohumerale gewricht
> Het gewrichtsoppervlak is een synoviale verbinding.
> De kop heeft een groot contactoppervlak in tegenstelling tot de kom. De verbinding met de
scapula is het ongeveer 2/5 wat verbinding legt (de glenorit). Dus het is niet zo’n stabiel gewricht,
want het is geen kop/kom verhouding. De kom omsluit het gewricht niet.
> De kop; Caput humeri
> De kom; Cavitas glenoidalis
> Congruentie; Labrum glenoidale (= kraakbeenring, die zorgt dat de kom iets dieper wordt.)
> Dit gewricht is een art. sphaeroidea (kogelgewricht), dus je kunt om alle assen bewegen.
Bewegingsmogelijkheden: – Anteflexie / Retroflexie
– Abductie / Adductie
– Exorotatie / Endorotatie
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _
Wanneer je je schouder beweegt, beweeg je veel meer dan alleen de schouder.
Als je je scapula op je romp vasttimmert kom je niet ver qua bewegingen. Heel snel beweegt je
scapula mee. Deze combinatiebewegingen van de schoudergordel met het schoudergewricht, noemt
men het ‘Scapulohumerale ritme’.
Bewegingen van de schoudergordel in combinatie met het schoudergewricht;
Schoudergewricht Schoudergordel (scapula)
Anteflexie > Elevatie / Laterorotatie
Abductie > Elevatie / Laterorotatie
Horizontale adductie > Protractie
Endorotatie op de rug > Mediorotatie
2