HOOFSTUK 17 – HYPOTHESE TOETSEN
PARAGRAAF 1 – HYPOTHESES
Met een nulhypothese H0 is een bewering over een populatie. Het aannemen of
verwerpen van H0 doe je op grond van het resultaat van een steekproef. Als de bewering
niet juist is zal H0 worden verworpen en zal de alternatieve hypothese H1 worden
aangenomen. Het geldt dat H0 waar is totdat het tegendeel wordt bewezen.
De toetsingsgrootheid is wat in de steekproef gemeten of geteld wordt.
Voorbeeld:
PARAGRAAF 2 – FOUTEN VAN DE EERSTE EN TWEEDE SOORT
Fout van de eerste soort: Ho wordt ten onrechte verworpen
Fout van de tweede soort: H0 wordt ten onrechte aangenomen
Hoe weet je of H0 aangenomen moet worden?
Grafische rekenmachine:
Y1 = binomcdf(n,p,X) -> tabel
p=H0 , X=X (op toetsenbord) , n=toetsingsgrootheid
Bij tabel -> zoek de grens
Voorbeeld:
PARAGRAAF 1 – HYPOTHESES
Met een nulhypothese H0 is een bewering over een populatie. Het aannemen of
verwerpen van H0 doe je op grond van het resultaat van een steekproef. Als de bewering
niet juist is zal H0 worden verworpen en zal de alternatieve hypothese H1 worden
aangenomen. Het geldt dat H0 waar is totdat het tegendeel wordt bewezen.
De toetsingsgrootheid is wat in de steekproef gemeten of geteld wordt.
Voorbeeld:
PARAGRAAF 2 – FOUTEN VAN DE EERSTE EN TWEEDE SOORT
Fout van de eerste soort: Ho wordt ten onrechte verworpen
Fout van de tweede soort: H0 wordt ten onrechte aangenomen
Hoe weet je of H0 aangenomen moet worden?
Grafische rekenmachine:
Y1 = binomcdf(n,p,X) -> tabel
p=H0 , X=X (op toetsenbord) , n=toetsingsgrootheid
Bij tabel -> zoek de grens
Voorbeeld: