2.6 Omgaan met verschillen in taalvaardigheid
2.6.1 Verschillende vormen van hulp
Adaptief onderwijs: je onderwijs en didactisch handelen zoveel mogelijk afstemmen op behoeften en
mogelijkheden van de leerlingen. Typerend hiervoor is:
Ontwikkeling is een proces
Drie basisbehoeften: relatie, competentie en autonomie
Kwaliteit naar mate betrokkenheid en zelfstandigheid van het kind
Kind is eigenaar eigen leerproces
Onderwijs is ontmoeting voor mensen
Termen ‘hulp’ en ‘zorg’ kijken te veel naar wat kind niet kan. Binnen denken over meervoudige
intelligentie kijken naar wat wel kan. Talige intelligentie: één goed in spelling, ander in kringgesprek
en de ander op papier. Hulp en zorg in relatie met leerdoelen. Verschillende soorten hulp aanbieden:
1. Preventieve hulp: door bepaalde maatregelen probeer je problemen te voorkomen. Op
lesniveau (microniveau) kan je zorgen dat een gedegen instructie geeft of dat alles duidelijk is
en tips geven voor ze aan het werk gaan. Op taalontwikkelingsniveau (macroniveau) lastiger.
Onderwijs zo inrichten dat je problemen voorkomt.
2. Instructieve hulp: van te voren weten welke kinderen nog aanvullende instructie nodig
hebben.
3. Remediërende hulp: maatregel die een leerkracht neemt om geconstateerde tekorten op te
heffen. Na afloop van diagnose of beoordeling (na toetsen).
2.6.2 Handelingsgericht werken
Manier van onderwijs geven waarbij je rekening houdt met onderwijsbehoeften van kinderen en
systematisch werkt aan betere resultaten. Rekeninghouden met: instructie en verwerking met
verschillende leertempo en niveauverschillen. HGW door leerlingen in drie groepen te delen. HGW
kent 7 stappen:
Stap 1: Verzamelen leerlingengegevens in groepsoverzicht
Vaak gebruik gemaakt van CITO-leerlingevolgsystemen.
Stap 2: Signaleren van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Niet alleen welke beperkingen maar ook welke mogelijkheden en kansen. Wat heeft de leerling
(extra) nodig om deze doelen te bereiken? Je moet erachter komen wat de oorzaken voor het
taalprobleem zijn in het kind zelf, bijvoorbeeld: het is niet voldoende gemotiveerd, het heeft te
weinig leeservaring, het heeft gebrekkige leestechniek, etc.
Stap 3: Benoemen van specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen
Wat heeft het kind nodig om de taaltaak goed of beter uit te kunnen voeren? Bijvoorbeeld: een
instructie waarbij de leerkracht hardop denkend voordoet hoe je vaardigheden toepast of hij heeft
juist minder instructie nodig.
Stap 4: Clusteren van leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften
Indelen in drie subgroepen: instructieonafhankelijk, instructiegevoelige en instructieafhankelijke
leerlingen.
Stap 5: Opstellen van het groepsplan
Beschrijving van het onderwijsaanbod voor je groep voor een bepaalde periode: de aanpak en
interventies die je als leerkracht uitvoert om de doelen te bereiken.