Mens en recht 1,2,3,6 en 16
Rechten en plichten komen voort uit onze normen en waarden die algemeen gelden in de
maatschappij. Recht geeft spelregels voor gedragingen en stuurt het gedrag van burgers.
Recht komt uit rechtsbronnen, dit zijn er 4:
De wet en regelgeving (overheid)
De jurisprudentie, rechtersrecht (rechter)
De gewoonte
Verdrag
Koninklijk besluit: een regeling die afkomstig is uit de regering (dus zonder 1e en 2e kamer).
Verordening: een regeling die per provincie bepaald word.
Gemeenschapsverordeningen en -richtlijnen: regels waar de hele EU zich aan houd, hoger dan de nl
grondwet.
Ongeschreven recht: regelingen die niet in het wetboek staan maar wel als recht worden gezien.
Verdragen: afspraken die tussen staten is vastgelegd in schrift
Dwingend recht: er mag niet van de regelgeving worden afgeweken
Semidwingend recht: geeft de mogelijkheid om zelf dingen te regelen.
Aanvullend recht: regels die alleen gelden als er specifieke afspraken ontbreken.
Welke recht is het hoogst (hoogste bovenaan)
Verdragen
Gemeenschapsverordeningen en -richtlijnen
Grondwet
Overige wetten
Algemene maatregelingen van bestuur
Ministeriele richtlijnen
Provinciale verordeningen
Gemeentelijke verordeningen.
objectief recht: alle geldende regels
Subjectief recht: een persoonlijk recht
Subjectieve plichten: persoonlijke plichten
Rechtmatig: in overeenstemming met het recht
, Wat heeft recht te maken met sociaal werk,
• Het recht vormt het kader voor de hulp en dienstverlening.
• Het bepaalt het juridische verhouden tussen dienstverlening en client
• Het recht bepaald de mogelijkheden van de client
Publiekrecht: regels voor het uitoefenen van gezag, overheid macht uitoefen op burger. Het word
onderverdeeld in 3 rechten:
• Staatsrecht, word geregeld hoe de wetgeving tot stand komt.
• Bestuursrecht, bevat de regels voor de organen van de overheid.
• Strafrecht
beschikkingen: besluiten die individuele gevallen recht verlenen, DUO
deze beschikkingen hebben vaak veel gevolgen, daarom is er het ABBB, (algemene beginselen van
behoorlijk bestuur. Deze regels zijn er zodat de bestuursorganen zich behoorlijk gedragen ten
opzichte van de burger. De belangrijkste hiervan zijn:
• Zorgvuldigheidsbeginsel, een besluit goed voorbereiden.
• Rechtzekerheidsbeginsel, de rechten van burgers mogen niet zomaar veranderen.
• Gelijkheidsbeginsel, iedereen gelijk behandelen.
• Verbod van misbruik van bevoegdheid, geen misbruik maken van zijn of haar positie.
• Motiveringsbeginsel, een duidelijke reden geven van een besluit.
Privaatrecht: de verhouding tussen persoon en rechtspersoon. (de huisjeshuurder en de huisbaas)
Personen: mensen van vlees en bloed.
Rechtspersonen: organisaties die rechten en plichten hebben.
Materiele recht : de inhoud van rechten en plichten
Formeel recht (procesrecht) : de manier waarop recht word gebruikt.
Arrondissement: is het gebeid dat bij een bepaalde rechtbank hoort.
De onderste laag bestaat uit rechtbanken. Nederland is verdeeld in 10 arrondissementen en 11
rechtbanken.
De tweede laag is het gerechtshof, hier kunnen mensen heen als ze niet mee eens zijn met de
uitspraak van de rechter. Hier zijn er 4 van in Nederland.
De derde en hoogste laag is de hoge raad. Als mensen het niet eens zijn met het vonnis en ook niet
eens zijn met de tweede uitspraak dan kunnen ze naar de hoge raad. Deze beoordeeld alleen of de
voorgaande rechters goed gehandeld hebben en maakt dan een conclusie.
Absolute competentie: de vraag naar welke rechter er word gegaan. Dit is als volgt geregeld.
1e aanleg = privaatrechtelijke geschillen, strafrechtelijke schillen en bestuursrechtelijke schillen. Tot $
25.00 en huur en arbeidsgeschillen.
2e aanleg = civiele zaken en strafzaken, bestuursrechtelijke geschillen.
Cassatie = de absolute competentie van de hoge raad als cassatierechter.
Meditation: makkelijkere en goedkopere manier om geschillen op te lossen met een mentor
Rechten en plichten komen voort uit onze normen en waarden die algemeen gelden in de
maatschappij. Recht geeft spelregels voor gedragingen en stuurt het gedrag van burgers.
Recht komt uit rechtsbronnen, dit zijn er 4:
De wet en regelgeving (overheid)
De jurisprudentie, rechtersrecht (rechter)
De gewoonte
Verdrag
Koninklijk besluit: een regeling die afkomstig is uit de regering (dus zonder 1e en 2e kamer).
Verordening: een regeling die per provincie bepaald word.
Gemeenschapsverordeningen en -richtlijnen: regels waar de hele EU zich aan houd, hoger dan de nl
grondwet.
Ongeschreven recht: regelingen die niet in het wetboek staan maar wel als recht worden gezien.
Verdragen: afspraken die tussen staten is vastgelegd in schrift
Dwingend recht: er mag niet van de regelgeving worden afgeweken
Semidwingend recht: geeft de mogelijkheid om zelf dingen te regelen.
Aanvullend recht: regels die alleen gelden als er specifieke afspraken ontbreken.
Welke recht is het hoogst (hoogste bovenaan)
Verdragen
Gemeenschapsverordeningen en -richtlijnen
Grondwet
Overige wetten
Algemene maatregelingen van bestuur
Ministeriele richtlijnen
Provinciale verordeningen
Gemeentelijke verordeningen.
objectief recht: alle geldende regels
Subjectief recht: een persoonlijk recht
Subjectieve plichten: persoonlijke plichten
Rechtmatig: in overeenstemming met het recht
, Wat heeft recht te maken met sociaal werk,
• Het recht vormt het kader voor de hulp en dienstverlening.
• Het bepaalt het juridische verhouden tussen dienstverlening en client
• Het recht bepaald de mogelijkheden van de client
Publiekrecht: regels voor het uitoefenen van gezag, overheid macht uitoefen op burger. Het word
onderverdeeld in 3 rechten:
• Staatsrecht, word geregeld hoe de wetgeving tot stand komt.
• Bestuursrecht, bevat de regels voor de organen van de overheid.
• Strafrecht
beschikkingen: besluiten die individuele gevallen recht verlenen, DUO
deze beschikkingen hebben vaak veel gevolgen, daarom is er het ABBB, (algemene beginselen van
behoorlijk bestuur. Deze regels zijn er zodat de bestuursorganen zich behoorlijk gedragen ten
opzichte van de burger. De belangrijkste hiervan zijn:
• Zorgvuldigheidsbeginsel, een besluit goed voorbereiden.
• Rechtzekerheidsbeginsel, de rechten van burgers mogen niet zomaar veranderen.
• Gelijkheidsbeginsel, iedereen gelijk behandelen.
• Verbod van misbruik van bevoegdheid, geen misbruik maken van zijn of haar positie.
• Motiveringsbeginsel, een duidelijke reden geven van een besluit.
Privaatrecht: de verhouding tussen persoon en rechtspersoon. (de huisjeshuurder en de huisbaas)
Personen: mensen van vlees en bloed.
Rechtspersonen: organisaties die rechten en plichten hebben.
Materiele recht : de inhoud van rechten en plichten
Formeel recht (procesrecht) : de manier waarop recht word gebruikt.
Arrondissement: is het gebeid dat bij een bepaalde rechtbank hoort.
De onderste laag bestaat uit rechtbanken. Nederland is verdeeld in 10 arrondissementen en 11
rechtbanken.
De tweede laag is het gerechtshof, hier kunnen mensen heen als ze niet mee eens zijn met de
uitspraak van de rechter. Hier zijn er 4 van in Nederland.
De derde en hoogste laag is de hoge raad. Als mensen het niet eens zijn met het vonnis en ook niet
eens zijn met de tweede uitspraak dan kunnen ze naar de hoge raad. Deze beoordeeld alleen of de
voorgaande rechters goed gehandeld hebben en maakt dan een conclusie.
Absolute competentie: de vraag naar welke rechter er word gegaan. Dit is als volgt geregeld.
1e aanleg = privaatrechtelijke geschillen, strafrechtelijke schillen en bestuursrechtelijke schillen. Tot $
25.00 en huur en arbeidsgeschillen.
2e aanleg = civiele zaken en strafzaken, bestuursrechtelijke geschillen.
Cassatie = de absolute competentie van de hoge raad als cassatierechter.
Meditation: makkelijkere en goedkopere manier om geschillen op te lossen met een mentor