Week 1
De student kan aangeven welke type internationale organisatie de EU juridisch gezien
is en meer in het bijzonder de bijbehorende begrippen ‘intergouvernementeel’ en
‘supranationaal’ toelichten
Supranationaal Lidstaten leveren een deel van hun soevereiniteit in bij de EU.
Art. 288 VWEU jo 17 lid 3 jo 19 lid 2 VEU
Intergouvernementeel De organisatie is opgericht door de lidstaten zelf. Dus alle
soevereiniteit blijft bij de lidstaat zelf. art. 4 lid 1 jo 5 lid 1 VEU jo
15 lid 2 VWEU
De student kan aangeven wat de twee oprichtingsverdragen van de EU zijn en wat hun
onderlinge rechtsverhouding is.
VEU Verdrag betreffende de Europese Unie
VWEU Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
VEU gaat over de instellingen, democratische bepalingen en bepalingen over extern
optreden. VWEU gaat over beginselen van de interne markt, bevoegdheden en structuur van
alle Europese instellingen etc.
De verdragen houden verband met elkaar omdat de VEU gaat over de rechten en plichten
en de VWEU gaat over de werking van deze rechten en plichten
De student kan de doelstellingen en de rechtsbeginselen van de EU benoemen en
toelichten.
Doelstellingen:
Artikel 3 VEU
Bevordering welzijn en welvaart EU-burgers (lid 1)
Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht (lid 2)
Interne markt (lid 3) art. 26 lid 3 VWEU
Economische en Monetaire Unie (lid 4)
Rechtsbeginselen:
- De Europese Unie mag niet optreden in de gebieden waar zij haar bevoegdheid
niet heeft op grond van de attributie. Art. 5 lid 2 VEU
- Ook hebben ze subsidiariteit de Europese Unie alleen optreedt wanneer dat
doeltreffender is dan een maatregel op landelijk, provinciaal of gemeentelijk
niveau. art. 5 lid 3 VEU
- Exclusieve bevoegdheden: enkel de EU kan op deze domeinen optreden. De
lidstaten kunnen enkel nog de beslissingen van de EU uitvoeren. art. 3 VWEU
- Gedeelde bevoegdheden: Zowel de EU als de lidstaten kunnen wetgevend
optreden. Indien de EU wetgeving in deze sectoren uitvaardigt hebben de EU-
, regels wel voorrang op de nationale wetten die eventueel al bestonden. De
meeste EU-bevoegdheden zijn van dit type. art. 4 VWEU
- Volgens het evenredigheidsbeginsel dient het optreden van de Unie niet verder te
gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken.
art. 5 lid 4 VEU
De student kan uitleggen welke afzonderlijke taken en bevoegdheden de EU-
instellingen hebben
Art. 13 e.v. VEU
1. Europese Raad (art. 15 VEU)
Geeft nodige impulsen voor de ontwikkelingen van de EU en bepaalt
de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten. Oefent GEEN
wetgevingstaak uit. Bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders
van de lidstaten, zijn voorzitter en de voorzitter van de Commissie.
Wordt 2 keer per jaar bijeengeroepen.
2. Raad (art. 16 VEU)
Oefent samen met het Europees Parlement de wetgevingstaak en de
begrotingstaak uit. Hij bestaat uit een vertegenwoordiger van iedere
lidstaat.
3. Europees Parlement (art. 14 VEU)
Oefent samen met de Raad de wetgevingstaak en de begrotingstaak
uit. Hij bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders ban de
lidstaten, zijn voorzitter en de voorzitter van de Commissie. Wordt 2
keer per jaar bijeengeroepen.
4. Europese Commissie (art. 17 VEU)
Bevorderd het algemeen belang van de EU en neemt daartoe
passende initiatieven. Zij ziet toe op de toepassing van zowel de
verdragen als de maatregelen die genomen moeten worden. Ook
passen zij het recht toe in de EU. Zij voert de begroting uit en beheert
de programma’s.
5. Hof van Justitie (art. 19 VEU)
Bestaat uit één rechter per lidstaat en deze wordt bijgestaan door
advocaten-generaal.
Week 2
De student kan uitleggen wat de betekenis is van de EU als ‘autonome rechtsorde’
EU heeft zijn eigen beleid en regels. EU heeft daarmee zijn eigen rechtsregels en eigen recht.
De vraag is nu hoe houd het EU recht tot het Nederlands recht. In beginsel heeft Europees
recht directe werking in het rechtsorde van de lidstaten en voorrang. Land monistisch of
dualistisch stelsel doet er niet toe.
Van Gend & loos-arrest directe werking
Costa/ENEL-arrest voorrang
GEBRUIK VAN DE TWEE ARRESTEN, NIET VAN ART. 93 JO 94 GW
De student kan de bronnen van het Europees recht benoemen en toelichten