Wat is medische kennis:
- anatomie (hoe ziet het lichaam eruit)
- fysiologie (hoe werkt het lichaam)
- pathologie = ziekteleer (wat gaat er mis en hoe)
- farmacologie = geneesmiddelenleer (Hoe kunnen geneesmiddelen helpen met pathologie)
Anatomie (hoe ziet het eruit):
- Grieks woord voor ontleden (dissectie) = uit elkaar snijden.
- Uit elkaar gesneden is een preparaat
- 2 soorten van ontleden:
1. Topografisch (wat zit erin) 2. Functioneel (systemisch) Hoe werkt er wat met elkaar
- Onderverdeling:
- Macroscopische anatomie
- Microscopische anatomie: microscopische anatomie (weefsel) Histologie (weefsels) Cytologie
(cellen)
- Embryologie ( van cel naar mens)
Fysiologie (hoe werkt het):
- Studie van het functioneren van het organische met betrekking van natuurwetenschappelijke
methoden.
- Je ziet het niet, gaat over het functioneren. Als iemand dood is en je snijdt hem open
functioneert het lichaam niet meer.
- Fysica (natuurkunde)
- Biofysica (hoe werken dingen)
- Biochemie( welke enzymen komen erbij)
- Homeostase: constant houden van het milieu interieur (situatie die in het lichaam heerst)
(temperatuur, zuurgraad, zuurstof)
Pathologie (ziekteleer= wat gaat er mis):
- Algemene ziekteleer
- Wat is ziekte
- Oorzaak (etiologie)
- Ontstaanswijze (pathogenese)
- Verschijnselen (symptomen)
- Beloop
- Epidemiologie (Hoe verspreid de ziekte zich door de populatie)
Vaktermen:
- Vagotendinitis:
- Mediane laparotomie: operatie waarmee je in het midden van de buik snijdt
Tomie (snijden), Laparo (buik), Mediaan (in het midden)
- Voorkant, waar de neus op wijst (anterior)
- Bovenkant, kant van je kruin (superior)
, Medische kennis hoorcollege 1.2:
Orgaansysteem > orgaan > weefsel (tissue) > Cel > Organelle > macromolecule > Molecul > atom
Moleculen in ons lichaam:
- Koolhydraten
- Eiwitten
- Vetten
- Hormonen
- Enzymen
- ATP/ADP (komt energie bij vrij)
- Zouten/ionen
- DNA
De cel:
Neemt de stofwisseling functie geleidelijk af door cellulaire en moleculaire verandering.
(opeenstapeling van foutjes die ons kwetsbaar maken)
Telomeren: Boven en onderkant van het chromosoom beschermen.
Stamcellen kunnen zich zelf delen en hebben nog geen
functie.
, Medische kennis hoorcollege 2.1:
Celmembraan omheen. Celkern erin. Cytoplasma zit in de celkern.
DNA moet heel stabiel zijn. Moet heel lang meegaan.
DNA wordt (transcriptie) gekopieerd en wordt RNA.
Aminozuren zijn eiwitten
Endoplastische reticilum = netwerk in de cel, hier worden basis eiwitten gemaakt, deze worden
daarna gestuurd naar golgistysteem.
Het golgi apparaat verpakt deze eiwitten en transporteert ze, door de cel hierna gaan ze via blaasjes
naar buiten (exocytose)
Mitochondrion = energie in de vorm van ATP(Atrosfine tri fosfaat) (energiedrager van je lichaam)
ATP wordt afgebroken naar ADP + P Zuurstof wordt gebruikt en CO2 wordt als afvalstof gezien.
Zonder celmembraan heb je geen cel. De cel stroomt van leeg. De celmembraan zorgt voor het
sluiten van de cel.
Fosfolipiden mengt olie en water. Door de hydrofiele kop en de hydrofobe staart.
Mitose:
Celdeling wordt gekopieerd, DNA wordt gekopieerd, Kernmembraam lost op, DNA komen samen tot
chromosomen. Gevangen in een net. Chromosomen worden naar links en recht gezet.
Kernmembraam komt eroverheen. Dan heb je 2 nieuwe cellen.