ID: Je driften (voortplantingsdrift, seksualiteit, lustdrift en agressie)
Ego: dat ben jij, je baas over je driften en superego.
Superego: het geweten (je ouders, wat mag wel en wat mag niet)
Als je een zwak superego hebt, kun je last krijgen van een depressie.
Onderbewuste: Alles wat je hebt meegemaakt, vooral vroeger. Bepaald deels je gedrag.
Afweermechanismen / beschermingsmechanismen:
- Je zelf beschermen tegen pijn. Emotie is te groot. Ze kunnen het niet onder ogen zien.
Ontwikkelingsfasen:
Orale fase:
- 0 – 1,5 jaar
- Kinderen: stoppen alles in hun mond. Het liefst de fles of moederborst. Willen ook de wereld
leren kennen.
- Affectie (veiligheid): hechtingen en warmte/geborgenheid van de ouders. Reactie krijgen op
zijn gedrag.
- Het gaat mis als een kind een warmte/geborgenheid niet krijgt. Dan gaat het kind dood.
- Orale fixatie: altijd opzoek naar de moederborst (veiligheid, warmte/geborgenheid).
Anale fase:
- 1,5 – 4 jaar
- Controle over eigen ontlasting én gedrag en lichaam.
- De ‘nee’ fase ontwikkelen. Dealen.
Te streng / te slap opgevoed:
- Anale fixatie: te streng opgevoed. Bang voor afstraffing.
- Problemen met autoriteit, regels en netheid.
Autoriteit: politie etc.
Fallische fase:
- 4 – 6 jaar
- Oedipus/Electra complex: jongen wil met moeder trouwen en wil dat vader wegblijft zodat
moeder alleen is. Dochter wil met vader trouwen en wil dat moeder wegblijft zodat vader
alleen is.
- Kan zich voor het eerst schuldig vinden.
- Kan fout gaan: als er niet een moeder en een vader is. Je moet allebei hebben om je te
ontwikkelen.
De latentie fase:
- 6 – 12 jaar
De genitale fase:
- 12 – 23 jaar
Aantekeningen les 3:
Behaviorisme: kijkt naar gedrag, dit is allemaal aangeleerd.
Klassieke conditionering: iets ongeconditioneerd wordt iets geconditioneerd. Hond gaat
kwijlen bij een belletje.!!!!!
Iets neutraal krijgt door toeval (trauma/situatie) een betekenis.
Operante conditionering: Straffen en belonen.
Model- leren: Nadoen van gedrag.
,
, Aantekeningen les 3:
Behaviorisme: kijkt naar gedrag, dit is allemaal aangeleerd.
Klassieke conditionering: iets ongeconditioneerd wordt iets geconditioneerd. Hond gaat
kwijlen bij een belletje.!!!!!
Iets neutraal krijgt door toeval (trauma/situatie) een betekenis.
Operante conditionering: Straffen en belonen.
Model- leren: Nadoen van gedrag.