geschilbeslechting
Opmerking vooraf:
Het gaat om 3 bevoegdheden die bestuursrechter heeft om effectief het geschil te beslechten:
1. Vernietigen en in stand houden van de rechtsgevolgen: rechtsgevolgen blijven en de
vernietiging betekent dat je bijv. schadevergoeding kan krijgen.
2. Zelf in de zaak voorzien: de rechter neemt in feite zelf het besluit i.p.v. het bo
3. Bestuurlijke lus: bo krijgt opnieuw de kans om het gebrek te herstellen hangende de
procedure
Formuleer uw antwoorden aan de hand van relevante jurisprudentie. Maak, indien van toepassing,
gebruik van een annotatie die onder een relevante rechterlijke uitspraak is gepubliceerd.
Vraag 1 Het college van burgemeester en wethouders van Culemborg verleent aan Harry Kortekaas
op 27 januari 2015 een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van zijn woning. Het gaat meer in
het bijzonder om de bouw van een berging met een dakkapel op de bestaande garage en op een te
bouwen overkapping aan de Zalenstraat 15 te Culemborg. Het college toetst het bouwplan aan het
bestemmingsplan ‘Lanxmeer’. Bij besluit van 27 januari 2015 wordt een omgevingsvergunning aan
Kortekaas als bedoeld in art. 2.1, aanhef en onder a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
(Wabo) verleend voor de genoemde bouwactiviteiten. Buurvrouw Wilma de Druif dient tijdig een
bezwaarschrift in tegen het besluit. Zij verwacht minder lichtinval en een verslechtering van het
uitzicht vanuit haar woning. Volgens haar zijn de bouwplannen in strijd met het bestemmingsplan. Bij
besluit van 7 juli 2015 heeft het college het door Wilma de Druif daartegen gemaakte bezwaar
ongegrond verklaard. Het college stelt zich in dit besluit op het standpunt dat het bouwplan niet in
strijd is met het op dat moment geldende bestemmingsplan ‘Lanxmeer’. Wilma gaat in beroep bij de
rechtbank Gelderland. Tijdens het vooronderzoek stelt de rechtbank vast dat het college de
omgevingsvergunning heeft verleend, terwijl de hoogte van de in het bouwplan voorziene bebouwing
hoger is dan ingevolge art. 11.2.2 van de planregels van het bestemmingsplan ‘Lanxmeer’ is
toegestaan, ook als rekening wordt gehouden met de in artikel 16 van de planregels opgenomen
afwijkingsmogelijkheid van 10% van de voorgeschreven goot- en bouwhoogten. De rechters die de
zitting zullen doen, overwegen niet alleen het door Wilma ingestelde beroep gegrond te verklaren en
het besluit van 7 juli 2015 te vernietigen, maar ook het besluit van 27 januari 2015 herroepen en de
omgevingsvergunning alsnog te weigeren en te bepalen dat de uitspraak in de plaats treedt van het
vernietigde besluit van 7 juli 2015. Het college had hoe dan ook Kortekaas de aangevraagde
omgevingsvergunning moeten weigeren, zo oordelen de rechters. Ter zitting verklaart de
gemachtigde van het college dat, mocht de rechtbank oordelen dat de omgevingsvergunning voor het
bouwen die aan Kortekaas is verleend in strijd is met het bestemmingsplan, het college in een nieuw
besluit deze omgevingsvergunning zal toch weer verlenen, maar dan met daarnaast een vrijstelling
om af te wijken van het bestemmingsplan als bedoeld in art. 2.12, eerste lid, onder a, aanhef en
onder 3°, Wabo. Over deze bereidheid vraagt de rechtbank de gemachtigde niet door, terwijl de
, rechtbank evenmin eiser (De Druif) en vergunninghouder (Kortekaas) om een standpunt hierover
vraagt.
Mag de rechtbank in dit geval een uitspraak doen met de genoemde dicta: te weten vernietiging
van het besluit op bezwaar, herroepen omgevingsvergunning, alsnog weigeren
omgevingsvergunning en bepalen dat dit besluit in plaats treedt van het vernietigde besluit.
Betrek bij uw antwoord onderstaande bepalingen uit Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
(Wabo), voor zover ze hier zijn weergegeven.
Ingevolge art. 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, Wabo, is het verboden zonder omgevingsvergunning
een project uit te voeren, voor zover dat bestaat uit het bouwen van een bouwwerk.
Ingevolge art. 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, Wabo, is het verboden zonder omgevingsvergunning
een project uit te voeren, voor het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het
bestemmingsplan.
Ingevolge art. 2.10, eerste lid, aanhef en onder c, Wabo, voor zover hier van belang, wordt een
omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk geweigerd, indien de (bouw)activiteit in
strijd is met het bestemmingsplan, tenzij de activiteit niet in strijd is met een omgevingsvergunning
die is verleend met toepassing van art. 2.12 Wabo.
Ingevolge artikel 2.12, eerste lid, onder a, Wabo kan een omgevingsvergunning voor het afwijken van
een bestemmingsplan. slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede
ruimtelijke ordening en: 1°. […], of 2°. […], of 3°. […] indien de motivering van het besluit een goede
ruimtelijke onderbouwing bevat.
Het voorgaande betekent dat een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend voor
bouwen in afwijking van het bestemmingsplan, als tevens een omgevingsvergunning is verleend voor
het afwijken van het bestemmingsplan als bedoeld in art. 2.12 Wabo. Een vergunning om af te wijken
van het bestemmingsplan mag echter niet zomaar worden verleend. Hiervoor gelden criteria, die zijn
opgenomen in art. 2.12 Wabo (zie hierboven).
Bij het zoeken naar relevante jurisprudentie in Rechtsorde kunt u als zoektermen gebruiken: zelf
voorziend weigeren van een bouwvergunning. U kunt van de hits de meest actuele uitspraak
gebruiken (met annotatie).
Zelf in de zaak voorzien staat beschreven in art. 8:72 lid 3 sub b AWB. Volgens dit artikel kan de
bestuursrechter bepalen dat zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit of het
vernietigde gedeelte daarvan. De bestuursrechter mag zelf in de zaak voorzien indien hij ervan
overtuigd is dat er maar één mogelijke correcte uitspraak is in de zaak. Het moet evident zijn dat er
maar één uitspraak mogelijk is. Verder mag de bestuursrechter zelf in de zaak voorzien indien het
bestuursorgaan zijn kansen op het nemen van een rechtmatig besluit heeft verspeeld, hiertoe niet
langer in staat blijkt te zijn, dan wel de grenzen van een tijdige geschilbeslechting in beeld komen of al
zijn overschreden.
Art. 2:12 lid 1 Wabo vrijstellingsbevoegdheid. Er is nu in strijd met het bestemmingsplan een
omgevingsvergunning verleend, die niet verleend mocht worden. Maar let op: het college dacht dat
ze binnen het bestemmingsplan waren gebleven. Indien het college in de gaten zou hebben gehad