Week 1:
Recht op privacy. Ieder heeft, behouders bij of krachtens de wet te stellen beperkingen recht op
eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Is een grondrecht.
2 basissen van beroepsgeheim:
- Individueel belang van de patiënt
- Algemeen belang van vrije toegang tot de gezondheidszorg. Algemeen belang dat
hulpverleners hun mond moeten houden, zodat je weet dat je geholpen wordt in vertrouwen
Hoe is het in de wet geregeld:
- Artikel 7:457 burgerlijk wetboek (civiel recht)
- In het burgerlijke recht, het civiel recht.
- Je hebt het WGBO (wet geneeskundige behandeling overeenkomst). Hierin staat dus wat jij je
verteld aan de hulpverlener blijft tussen de hulpverlener en de patiënt. Als je dit schenkt kun
je schadevergoeding aanvragen.
- Burgerlijk wetboek, vervolg WGBO: de doktersassistent of specialist bij doorsturing die
mogen ook ingelicht worden.
- Bij een minderjarig kind: ouders en voogd moeten toestemming geven ter inzage van de
behandelingsovereenkomst.
- Vertegenwoordiger, curator: als iemand niet meer zelf zaken kan regelen. Bijv. bij dementie.
Die moet dan ook ingelicht worden.
Artikel 88 Wet BIG:
- Bestuursrechtelijk, Wet BIG:
- Verplicht geheimhouding in acht te nemen.
Artikel 272 Wetboek van strafrecht:
- Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van
ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te
bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of
geldboete van de vierde categorie.
- Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slecht vervolgd op diens
klacht.
Verschoningsrecht:
- Een aantal beroepen die als ze worden opgeroepen voor de rechter die mogen beroepen op
hun verschoningsrecht. Ze verschonen om te getuigen. Dit zijn de 8 beroepen uit het artikel 3.
Sorry, dit valt onder beroepsgeheim. En dan is het aan de rechter of je dit terecht doet of
niet.
- Uiteindelijk bepaald de rechter wie zich mogen verschonen.
Geheimhouding heeft 2 aspecten:
- Zwijgplicht ten opzichte van een ieder met uitzondering van de patiënt (therapeutische
exceptie – familielid)
- Verschoningsrecht tegenover de rechter.
,Wat valt onder het geheim:
- Toevertrouwd geheim (uitdrukkelijk is aangegeven dat het geheim is, ook niet communiceren
met collega’s. Tenzij college een waarnemer is of bij doorverwijzing.)
- Medische zaken – gegevens uit amnese.
- Niet-medische zaken (dingen die je ziet, dingen die je waarneemt. Bijv. patiënt is
bewusteloos)
- Mededelingen van derde over de patiënt.
- Overige zaken. (hulpverlener aan bed bij politicus, en die zegt veel. Daar mag je niks over
zeggen)
- Collega’s bij zelfde patiënt mag wel, en anoniem mag ook soms.
Vanaf 16e heb je recht op je privacy, ze mogen dan niks meer vertellen aan je ouders.
Enkele lastige situaties:
- Gezamenlijke verpleging (6 hulpvragers, en je moet dingen toelichten. Zo praten dat ze het
niet horen)
- Partners ( man heeft aids, en vrouw weet dat niet. Moet ik die vrouw nu waarschuwen of
niet. Dit mag niet. Geen andere dan de patiënt)
- Familieleden. (het beroepsgeheim eindigt bij de dood van de hulpvrager. Tenzij je hier
toestemming voor geeft)
Doorbreking van het geheim:
- Ja dit mag doorbroken worden:
- Toestemming van de geheimgerechtigde / patiënt. Moet je zelf nagaan of je dit wilt vertellen.
- Wettelijk voorschrift. (bijv. bij besmettelijke ziekte of bij toepassen euthanasie. Dit moet
worden aangegeven)
- Conflict van plichten. (bijv. werken in thuiszorg en je ziet dat de kinderen verwaarloosd
worden. Hier mag je over praten met collega’s die dit gezin ook behandelen.)
Richtlijnen/criteria ’s bij conflict van plichten:
- Alles is in het werk gesteld om toestemming tot doorbreken van het geheim te krijgen.
- Het niet doorbreken van het geheim levert voor een ander ernstige schade op.
- De zwijgplichte verkeert in gewetensnood door handhaving zwijgplicht.
- Er is geen andere weg om het probleem op te lossen dan doorbreking van het geheim.
(subsidiariteit)
- Het moet vrijwel zeker zijn dat door geheimdoorbreking schade aan een ander kan worden
voorkomen of beperkt.
- Het geheim moet zo min mogelijk worden geschonden. (proportionaliteit).
, Week 2:
WGBO: Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst.
- Onderdeel van het burgerlijk wetboek.
- Regelt voor een deel de patiënten rechten. En plichten van een hulpverlener.
Geneeskundige behandelingsovereenkomst:
- Autonomie of zelfbeschikking van patiënt: iemand stelt voor zichzelf zijn eigen regels.
Bepaald zelf hoe hij of zij zijn leven regelt. Zelf beschikking van de patiënt. Patiënt mag zelf
beslissen wat er gebeurd met zijn leven of met het lichaam van de patiënt. (uitgangspunt
WGBO)
- Shared decisionmaking: gezamenlijke besluitvorming. WGBO gaat ervan uit dat patiënt zelf
een beslissing neemt maar soms is dit moeilijk en dan beslissen ze samen.
- Zelfmanagement: je hebt zelf de regie over je leven.
Wat houd de WGBO nu in:
Overeenkomst waarbij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, de hulpverlener, zich in de
uitvoering van een geneeskundig beroep of bedrijf tegenover een ander, de opdrachtgever (patiënt),
verbindt tot het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst, rechtstreeks
betrekking hebbende op de persoon van de opdrachtgever( de patiënt zelf) of van een bepaalde
derde (niet wilsbekwaam is, of een ouder van een kind /minderjarig).
Verpleegkundige handelingen:
Verpleegkundige handelingen kunnen voorvloeien uit de afspraken die de opdrachtgever met de
hulpverlener heeft gemaakt, die vallen ook onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst.
Rechten van de patiënt in de WGBO:
- Recht op informatie:
De aard en het doel van het onderzoek of de behandeling en de uit te voeren
verrichtingen.
De te verwachten gevolgen en risico’s daarvan voor de gezondheid van de patiënt.
Andere methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen.
De staat van en de vooruitzichten. (wat is de kans dat het positief afloopt,
slagingskans)
- Uitzondering 1: therapeutische exceptie (doorbreking van de zwijgplicht in het belang van de
patiënt):
De hulpverlener mag de patiënt bedoelde inlichtingen slechts onthouden voor zover
het verstrekken ervan kennelijk ernstig nadeel voor de patiënt zou opleveren.
In het belang van de patiënt kunnen de inlichtingen aan een ander dan de patiënt
worden verstrekt.
De hulpverlener raadpleegt een andere hulpverlener voor dat hij de exceptie
gebruikt. (collegiale toetsing)
- Uitzondering 2: Recht om niet te weten.
Wordt niet veel gebruikt.
Als de patiënt te kennen heeft gegeven geen inlichtingen te willen ontvangen, blijft
het verstrekken daarvan achterwege.
Tenzij het belang dat de patiënt daarbij heeft niet opweegt tegen het nadeel dat
daaruit voor hemzelf.
- Recht op toestemming:
Voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst is de
toestemming van de patiënt vereist.