Om welke ziekte gaat het? (Officiële benaming, andere namen)
Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie.
Symptomatologie: (Bij de patiënt, subjectief en objectief)
- Vergeetachtigheid
- Dingen lukken minder goed (apraxie)
- Verdwalen in tijd en plaats
- Taalproblemen
- Spullen kwijtraken
- Verminderd beoordelingsvermogen
- Terugtrekken uit sociale activiteiten
- Veranderingen in gedrag en karakter
- Onrust
- Visuele problemen
Etiologie: (Waardoor worden de klachten en verschijnselen veroorzaakt?)
Alzheimer is een progressieve ziekte, waarbij er steeds meer hersencellen beschadigd raken. Een
neerslag van eiwitten die de communicatie tussen de hersencellen moeizamer maakt.
Dit gebeurd vaak in het gedeelte van de hersenen wat zorgt voor aanmaak van herinneringen.
Hierdoor zie je vaak vergeetachtigheid bij de ziekte van Alzheimer.
Pathologie en pathofysiologie: (Welke afwijkingen in de anatomie zijn er? En welke
functieverstoringen? Welke complicaties voor het functioneren van de patiënt als geheel kun je
verwachten?)
Er is nog steeds veel onderzoek naar alzheimer, de specifieke oorzaak is nog niet bekend.
Wetenschappers denken dat deze vier veranderingen in de hersenen te maken hebben met de
ziekte:
- Samenklontering van amyloid:
Het eiwit amyloid stapelt zich op tussen neuronen, deze eiwitten vormen ‘plaques’. Wanneer er een
plaque zit, zorgt dit voor een moeizamere communicatie tussen de neuronen. Gezonde mensen
maken ook amyloid aan, maar bij mensen met alzheimer worden er meer plaques gemaakt.
- Tau eiwitkluwen:
In de hersencellen ontstaat een kluwen van een ander eiwit, genaamd ‘tangles’. Hierin zit een
schadelijk product, namelijk ‘tau’. Bij mensen met alzheimer is aangetoond dat dit tau-eiwit
veranderd is, anders gevouwen. Door de afwijkende vorm is het transport van de voedingsstoffen
door de cel niet goed. Uiteindelijk sterft de cel hierdoor.
- Gliacellen:
Naast neuronen hebben bestaan de hersenen ook uit gliacellen. Deze cellen hebben een
ondersteunende rol in de afbraak van amyloid eiwitten. Bij mensen met alzheimer is gebleken dat
deze gliacellen soms overactief en agressief te werk gaan. Hierdoor kan het ziekteproces versnellen.
- Bloed-hersenbarrière:
De cellen van de bloed-hersenbarrière zorgen ervoor dat er geen schadelijke stoffen in het
hersenweefsel terecht komen. Deze barrière zorgt er ook voor dat het amloiyd eiwit vanuit de
hersenen naar het bloed worden getransporteerd.
Diagnostiek: (Welke onderzoeken kan een arts laten verrichten om tot de diagnose te komen? En
welke uitslagen kun je bij deze onderzoeken verwachten?)
Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie.
Symptomatologie: (Bij de patiënt, subjectief en objectief)
- Vergeetachtigheid
- Dingen lukken minder goed (apraxie)
- Verdwalen in tijd en plaats
- Taalproblemen
- Spullen kwijtraken
- Verminderd beoordelingsvermogen
- Terugtrekken uit sociale activiteiten
- Veranderingen in gedrag en karakter
- Onrust
- Visuele problemen
Etiologie: (Waardoor worden de klachten en verschijnselen veroorzaakt?)
Alzheimer is een progressieve ziekte, waarbij er steeds meer hersencellen beschadigd raken. Een
neerslag van eiwitten die de communicatie tussen de hersencellen moeizamer maakt.
Dit gebeurd vaak in het gedeelte van de hersenen wat zorgt voor aanmaak van herinneringen.
Hierdoor zie je vaak vergeetachtigheid bij de ziekte van Alzheimer.
Pathologie en pathofysiologie: (Welke afwijkingen in de anatomie zijn er? En welke
functieverstoringen? Welke complicaties voor het functioneren van de patiënt als geheel kun je
verwachten?)
Er is nog steeds veel onderzoek naar alzheimer, de specifieke oorzaak is nog niet bekend.
Wetenschappers denken dat deze vier veranderingen in de hersenen te maken hebben met de
ziekte:
- Samenklontering van amyloid:
Het eiwit amyloid stapelt zich op tussen neuronen, deze eiwitten vormen ‘plaques’. Wanneer er een
plaque zit, zorgt dit voor een moeizamere communicatie tussen de neuronen. Gezonde mensen
maken ook amyloid aan, maar bij mensen met alzheimer worden er meer plaques gemaakt.
- Tau eiwitkluwen:
In de hersencellen ontstaat een kluwen van een ander eiwit, genaamd ‘tangles’. Hierin zit een
schadelijk product, namelijk ‘tau’. Bij mensen met alzheimer is aangetoond dat dit tau-eiwit
veranderd is, anders gevouwen. Door de afwijkende vorm is het transport van de voedingsstoffen
door de cel niet goed. Uiteindelijk sterft de cel hierdoor.
- Gliacellen:
Naast neuronen hebben bestaan de hersenen ook uit gliacellen. Deze cellen hebben een
ondersteunende rol in de afbraak van amyloid eiwitten. Bij mensen met alzheimer is gebleken dat
deze gliacellen soms overactief en agressief te werk gaan. Hierdoor kan het ziekteproces versnellen.
- Bloed-hersenbarrière:
De cellen van de bloed-hersenbarrière zorgen ervoor dat er geen schadelijke stoffen in het
hersenweefsel terecht komen. Deze barrière zorgt er ook voor dat het amloiyd eiwit vanuit de
hersenen naar het bloed worden getransporteerd.
Diagnostiek: (Welke onderzoeken kan een arts laten verrichten om tot de diagnose te komen? En
welke uitslagen kun je bij deze onderzoeken verwachten?)