Samenvatting verandermanagement 2.1
Definities verandermanagement:
Effectief en planmatig of procesmatig sturing geven aan activiteiten die gericht zijn op het
aanpassen van een organisatie aan strategische wijzigingen.
Het doelgericht en doordacht beïnvloeden van verwachtingen, opvattingen, waarden,
normen denkbeelden en attitudes van organisatieleden, opdat hun gedrag aansluit op waar
de organisatie naar toe wil.
Waarom verandermanagement?
Organisaties opereren in een vaak complexe en snel veranderende omgeving, die veel invloed heeft
op die organisaties. Iedere verandering die plaatsvindt op zowel lokaal als interlokaal niveau kan
consequenties hebben voor de bedrijfsvoering. Wanneer organisaties veranderingen in hun omgeving
niet waarnemen en/of er niet op reageren, dan kan hun bestaansrecht vervolgens in gevaar komen.
Veel voorkomende veranderingen:
- Nieuwe wet- en regelgeving
- Opkomst en neergang van concurrentie
- Veranderende behoeften van de consument
- Politieke ontwikkelingen in binnen- en buitenland
- Maatschappelijke opinie
Bij verandermanagement staan de volgende drie vragen centraal:
1. Wat moet er veranderd worden, waarom en met welk resultaat?
2. Hoe moet er veranderd worden/welke aanpak past het best bij de situatie?
3. Wie veranderen en hoe beleven betrokkenen de veranderingen?
Bedrijfskunde vs. verandermanagement
Bedrijfskunde = het vakgebied dat zich bezighoudt met de organisatie en marktomgeving van
bedrijven. Doel effectiviteit en efficiency.
Veranderkunde = het vak dat helpt om veranderingen te concretiseren én te realiseren.
Doel mensen in beweging te krijgen.
Waarom is veranderen lastig?
In het veranderproces is de mens vaak een bron van weerstand en succes.
In het proces krijgt het management te maken met factoren zoals:
- Belangen
- Dromen
- Emoties: onzekerheid, teleurstelling, angst
- Relaties
- (Eigen) vaardigheden
- Kennis, ervaring, creativiteit
Het bestaansvoorwaardenmodel
Het bestaansvoorwaardenmodel bestaat uit twee zaken
- Drie voorwaarden namelijk:
- Het bestaansrecht
, - De inrichting
- De leefbaarheid
- Onderlinge relaties
Bestaansrecht - Wat doen we voor wie en waarom?
Het bestaansrecht bestaat uit de wil van een externe groepering om middelen aan de organisatie af
te staan in ruil voor door de organisatie te leveren middelen en diensten. De reden hiervoor is dat op
deze manier de organisatie kan blijven voortbestaan.
- Externe groeperingen
- Het doel: voorzien in behoefte van de (betalende) consument
- Uniciteit uniek zijn
Inrichting - Middelen, mensen, regels en afspraken.
Bij de inrichting staat centraal hoe de middelen, in het bijzonder de medewerkers, ten opzichte van
elkaar zowel formeel (structuur) als informeel (cultuur) zijn gerangschikt ter waarborging van het
bestaansrecht.
- Structuur + Cultuur (S + C)
- S = materiële en intellectuele middelen
- S = ordening: onderling op elkaar afgestemd en afgestemd op het bestaansrecht
- C = manier van omgaan met elkaar
Leefbaarheid - Motivatie om mee te doen in de organisatie; betrokkenheid bij de visie.
Bij leefbaarheid gaat het om de activiteiten die een organisatie moet verrichten om het menselijk
kapitaal zodanig in te zetten dat het bestaansrecht wordt versterkt, en het personeel een leefbare
werksituatie heeft.
Leefbaarheid = Lusten minus Lasten
- Lusten:
- Vereenzelviging (meepraten)
- Zinvolheid (uitdagende functies)
- Leefbaarheid afstemmen met inrichting en bestaansrecht
- Leefbaarheidsindicatoren:
- Ziekteverzuim
- Verlooppercentage
FIT
FIT = een consistente samenhang tussen bestaansvoorwaarden in relatie tot de omgeving op een
bepaald moment.
Taak van het management:
Realiseren van de ‘fits’ nu en voor de toekomst.
Diagnose en ontwerp
Er zijn twee modellen waarmee je de gewenste situatie van je organisatie kunt karakteriseren. Zo is
het gemakkelijk om in een oogopslag te kunnen zien wat er veranderd dient te worden.
Model A Model B
Productgericht Klant (markt) gericht
Efficiency Effectiviteit
Volgers Intrapreneurs