18.2 Algemene werking
Afferente informatie= informatie die binnenkomt vanuit je zintuigen. Efferente informatie=
informatie die je gebruikt om een actie uit te voeren. Sensorische input= alles wat
binnenkomt qua informatie. Motorische output= informatie die de spieren aanstuurt. Een
neuron is aan de binnenkant negatiever geladen dan aan de buitenkant. Het ladingsverschil
in ruststand is -70 mV. Rustpotentiaal= een neuron in rust.
In de neuron Buiten de neuron
Hoge concentratie Ka-ionen. Lage concentratie Ka-ionen.
Lage concentratie Na-ionen. Hoge concentratie Na-ionen.
Veel negatief geladen eiwitmoleculen. Weinig negatief geladen eiwitmoleculen.
Lage concentratie Cl-ionen. Hoge concentratie Cl-ionen.
Dit gaat dus over een neuron in rust. Als er een prikkel binnenkomt wordt het rustpotentiaal
verstoord. Om het rustpotentiaal in de neuron te behouden helpen twee mechanismen:
1) Permeabiliteit; De doorlaatbaarheid van het celmembraan is niet voor alle ionen
gelijk.
2) Na/K-ionenpomp; Deze zorgt er voor dat de Na/Ka-verhouding juist blijft. Hij gebruikt
energie van ATP. De pomp werkt Na-ionen actief de cel uit en Ka-ionen actief de cel
in.
Depolarisatie= het verkleinen van het potentiaalverschil. De drempelwaarde voordat er een
stroomschokje gegeven wordt is -50 mV. Depolarisatie kost geen energie (ATP). Als hij dus
verder komt dan -50 mV gaan alle Na-kanaaltjes open en ontstaat er een impuls. Nu is er een
ladingsverandering en dat heet de actiepotentiaal. De ionverhouding tussen binnen en
buiten de cel komt weer in balans, dit heet chemisch herstel. Saltatoire impulsgeleiding=
sprongsgewijs overspringen van het elektrisch schokje van insnoering naar insnoering. Om
een impuls door te geven worden de neurotransmitters vanuit een synaptisch blaasje in de
synaptische spleet ‘vrijgelaten’. De synaptische spleet is de ruimte tussen de twee neuronen.
Het proces van deeltje naar buiten de cel vrijlaten heet exocytose. Andersom heet het
endocytose. De depolarisatie eindigt met de hyperpolarisatie.
Dus het actiepotentiaal nog een keer in 8 stappen:
1) Een neuron in rust
2) Een impuls zorgt ervoor dat de Na-kanaaltjes openen
3) Natrium gaat van buiten naar binnen de cel (actiepotentiaal)
4) Het actiepotentiaal is voorbij
5) Ka-kanaaltjes gaan open en kalium gaan van binnen de cel naar buiten de cel.
6) Na-kanaaltjes sluiten
7) Ka-kanaaltjes sluiten
8) Ka/Na-pomp komt in actie