Inhoud
CNA CO.1 Neurodegeneratieve aandoeningen ...................................................................................... 2
CNA CO.2 Fysiotherapie bij dementie ................................................................................................... 14
CNA CO.3 Parkinson en fysiotherapie ................................................................................................... 22
CNA CO.4 Fysiotherapie bij Multiple sclerose....................................................................................... 28
CNA BFO.1 Dementie ............................................................................................................................ 35
CNA BFO.2 Parkinson ........................................................................................................................... 36
CNA BFO.3 Parkinson-activiteiten ........................................................................................................ 37
CNA BFO.4 MS ....................................................................................................................................... 37
CNA BFO.5 Behandeling MS .................................................................................................................. 37
CNA V.2 Onderzoek Parkinson ............................................................................................................. 38
CNA V.3 Behandeling Parkinson ........................................................................................................... 38
CNA V.4 MS onderzoek ......................................................................................................................... 39
CNA V.5 Behandelen MS ....................................................................................................................... 40
CNA PGO L.1 .......................................................................................................................................... 42
CNA PGO.L.3.......................................................................................................................................... 42
TGW CO.1 WGBO: zelfbeschikking van de patiënt ............................................................................... 44
,CNA CO.1 Neurodegeneratieve aandoeningen
Leerdoelen:
De student kan:
1. Beschrijven wat de belangrijkste normale fysiologische veranderingen zijn in het centrale
zenuwstelsel bij de ouder wordende mens.
2. Beschrijven wat de pathofysiologische processen zijn van de ziekte van Alzheimer, Multiple
Sclerose en M. Parkinson.
3. Beschrijven en verklaren wat de klinische manifestatie is van de ziekte van Alzheimer,
Multiple Sclerose en M. Parkinson.
4. Beschrijven welke medische behandelstrategieën er worden gebruikt bij de ziekte van
Alzheimer, Multiple Sclerose en M. Parkinson, en wat de werking hiervan is.
5. Beschrijven en verklaren wat de prognose is van de ziekte van Alzheimer, Multiple Sclerose
en M. Parkinson.
Normale fysiologische veroudering CZS
- Afname van witte stof
o Communicatieve functie tussen cellen onderling.
- Afname hersenen (grijs)
o Opslag van informatie
- Afname gyrering
o De bruikbare oppervlak in de hersenen word minder. Het aantal cellen, het structuur
word minder waardoor er minder effectieve communicatie mogelijk is.
- Toename omvang ventrikels
o Vermindering werkbare cellen
Involutie hoe komt dat?
In alle organen verminderd vermogen om fysiologische processen op hoog niveau te houden.
In de hersenen
- Selectieve afname neuronen
- Begint op 25 jarige leeftijd
- Verminderde synaptische capaciteit
o Er vindt minder overdracht plaats, dus minder communicatie van de cellen dus
minder interactie.
- Intraneuronale lichaampjes en afbraakproducten niet goed weggewerkt.
Involutie = normaal
- Oxidanten: zuurstofverbruik hersenen afvalproducten (vrije radicalen) worden niet
weggevangen.
- Apoptose: “geprogrammeerde celdood”. Cellen gaan met functie achteruit, en apoptose
zorgt dat er een verwijderingsproces ontstaat van slechte cellen.
Pathologische degeneratie:
- Meer dan bij de leeftijd passende afname van één of meerdere celtypen.
- Degeneratie van specifieke neuronen specifieke ziektebeelden (Alzheimer, Parkinson,
Multiple sclerose (MS))
, Kenmerken neurodegeneratieve aandoeningen:
- Intra neuronale afzetting van afbraakproducten
- Weten de oorzaak nog niet onbekende etiologie en therapie.
- Selectieve en progressieve neurodegeneratie
o Gaat progressief achteruit
- Familiaire vorm zonder duidelijk genetisch patroon
Ziekte van alzheimer:
Enkelen vormen van dementie:
- Alzheimer 70%
- Vasculaire cognitieve stoornis
o Je hersenen krijgen minder zuurstof en op
basis daarvan kun je dementeren.
- Frontotemporale dementie
- Lewy-body dementie
- Combinatie
Pathofysiologie/diagnostiek:
Diagnose: ZEKER alzheimer
- Op beeldmateriaal pas goed te zien.
- Hippocampus atrofie: MRI
- Amyloïd afzettingen (eiwit afzettingen): PET
o Plaques
o Tangles (kluwes)
o Via lumbaal punctie kan het liquour gezien worden.
- Post mortem
o Corticale atrofie (vooral temporaal en pariëtaal)
o Ventrikelverwijding
o Verlaagd hersengewicht
o Verlies van neuronen en aanwezigheid van plaques en
neurofibrillaire kluwes (tangles), mn. In de hippocampus.
CNA CO.1 Neurodegeneratieve aandoeningen ...................................................................................... 2
CNA CO.2 Fysiotherapie bij dementie ................................................................................................... 14
CNA CO.3 Parkinson en fysiotherapie ................................................................................................... 22
CNA CO.4 Fysiotherapie bij Multiple sclerose....................................................................................... 28
CNA BFO.1 Dementie ............................................................................................................................ 35
CNA BFO.2 Parkinson ........................................................................................................................... 36
CNA BFO.3 Parkinson-activiteiten ........................................................................................................ 37
CNA BFO.4 MS ....................................................................................................................................... 37
CNA BFO.5 Behandeling MS .................................................................................................................. 37
CNA V.2 Onderzoek Parkinson ............................................................................................................. 38
CNA V.3 Behandeling Parkinson ........................................................................................................... 38
CNA V.4 MS onderzoek ......................................................................................................................... 39
CNA V.5 Behandelen MS ....................................................................................................................... 40
CNA PGO L.1 .......................................................................................................................................... 42
CNA PGO.L.3.......................................................................................................................................... 42
TGW CO.1 WGBO: zelfbeschikking van de patiënt ............................................................................... 44
,CNA CO.1 Neurodegeneratieve aandoeningen
Leerdoelen:
De student kan:
1. Beschrijven wat de belangrijkste normale fysiologische veranderingen zijn in het centrale
zenuwstelsel bij de ouder wordende mens.
2. Beschrijven wat de pathofysiologische processen zijn van de ziekte van Alzheimer, Multiple
Sclerose en M. Parkinson.
3. Beschrijven en verklaren wat de klinische manifestatie is van de ziekte van Alzheimer,
Multiple Sclerose en M. Parkinson.
4. Beschrijven welke medische behandelstrategieën er worden gebruikt bij de ziekte van
Alzheimer, Multiple Sclerose en M. Parkinson, en wat de werking hiervan is.
5. Beschrijven en verklaren wat de prognose is van de ziekte van Alzheimer, Multiple Sclerose
en M. Parkinson.
Normale fysiologische veroudering CZS
- Afname van witte stof
o Communicatieve functie tussen cellen onderling.
- Afname hersenen (grijs)
o Opslag van informatie
- Afname gyrering
o De bruikbare oppervlak in de hersenen word minder. Het aantal cellen, het structuur
word minder waardoor er minder effectieve communicatie mogelijk is.
- Toename omvang ventrikels
o Vermindering werkbare cellen
Involutie hoe komt dat?
In alle organen verminderd vermogen om fysiologische processen op hoog niveau te houden.
In de hersenen
- Selectieve afname neuronen
- Begint op 25 jarige leeftijd
- Verminderde synaptische capaciteit
o Er vindt minder overdracht plaats, dus minder communicatie van de cellen dus
minder interactie.
- Intraneuronale lichaampjes en afbraakproducten niet goed weggewerkt.
Involutie = normaal
- Oxidanten: zuurstofverbruik hersenen afvalproducten (vrije radicalen) worden niet
weggevangen.
- Apoptose: “geprogrammeerde celdood”. Cellen gaan met functie achteruit, en apoptose
zorgt dat er een verwijderingsproces ontstaat van slechte cellen.
Pathologische degeneratie:
- Meer dan bij de leeftijd passende afname van één of meerdere celtypen.
- Degeneratie van specifieke neuronen specifieke ziektebeelden (Alzheimer, Parkinson,
Multiple sclerose (MS))
, Kenmerken neurodegeneratieve aandoeningen:
- Intra neuronale afzetting van afbraakproducten
- Weten de oorzaak nog niet onbekende etiologie en therapie.
- Selectieve en progressieve neurodegeneratie
o Gaat progressief achteruit
- Familiaire vorm zonder duidelijk genetisch patroon
Ziekte van alzheimer:
Enkelen vormen van dementie:
- Alzheimer 70%
- Vasculaire cognitieve stoornis
o Je hersenen krijgen minder zuurstof en op
basis daarvan kun je dementeren.
- Frontotemporale dementie
- Lewy-body dementie
- Combinatie
Pathofysiologie/diagnostiek:
Diagnose: ZEKER alzheimer
- Op beeldmateriaal pas goed te zien.
- Hippocampus atrofie: MRI
- Amyloïd afzettingen (eiwit afzettingen): PET
o Plaques
o Tangles (kluwes)
o Via lumbaal punctie kan het liquour gezien worden.
- Post mortem
o Corticale atrofie (vooral temporaal en pariëtaal)
o Ventrikelverwijding
o Verlaagd hersengewicht
o Verlies van neuronen en aanwezigheid van plaques en
neurofibrillaire kluwes (tangles), mn. In de hippocampus.