Rechtsregels uit de verplichte jurisprudentie
Berg/De Bary-arrest:
Artikel 3:84 jo. 3:108 BW
Levering door middellijk houder
Longa manu
Rechtsregel:
Ook een middellijk houder (iemand die het bezit dus niet heeft) kan longa manu het bezit van de zaak
verschaffen (niet overdragen!) aan een derde door een daartoe strekkende overeenkomst aan die
derde en een mededeling daarvan aan de houder.
Ontvanger/De Jong q.q.-arrest:
Artikel 33 Fw jo. 3:276 BW
Beslaglegging
Bescherming bij vervreemding
Geen beschikkingsonbevoegdheid
Let op een eventueel faillissement
Casus:
Rodem is eigenaar van een aantal roerende zaken. Ontvanger legt daar beslag op. Rodem verkoopt
en levert aan Maico. Rodem en Maico gaan failliet. De curator van Maico verkoop de roerende zaken
en zegt dat de Ontvanger zich mag melden naast de andere concurrente schuldeisers van Maico.
In hoeverre wordt de beslaglegger beschermd bij vervreemding van het beslagene?
Rechtsregel:
De Hoge Raad bepaalde dat de blokkerende werking van het beslag niet betekent dat Rodem volledig
beschikkingsonbevoegd is, zij kan de zaken gewoon overdragen. De zaken zijn na verkoop ‘gewoon’
tot het vermogen van Maico gaan behoren. Echter, aan de zaak kleeft nog wel steeds het beslag,
waardoor de beslaglegger zich niks hoeft aan te trekken van de vraag in welk vermogen de zaak is
gaan behoren: zaaksgevolg. Door het faillissement van Maico vervallen echter alle beslagen (33 Fw)
en kan de beslaglegger niet langer buiten het faillissement om verhaal halen. De beslaglegger houdt
zijn beslag, ook als de beslagen zaak vervreemd wordt. Als degene die de zaak inmiddels in eigendom
heeft echter failleert, vervalt het beslag en kan de beslaglegger zich niet los van het faillissement
verhalen op de zaak.
Nijverdal Ten Cate/Wilderink-arrest:
Artikel 3:92 BW:
Eigendomsvoorbehoud
Geen accessoir karakter
Geen eigendomsovergang bij cessie
Casus:
De in cassatie te beslissen vraag is of zekerheidseigendom (in casu het door zekerheidscessie
verkregen recht op vorderingsrechten en rechten uit een verzekeringspolis) in die zin accessoir is, dat
de eigendom van rechtswege overgaat op een derde die als hoofdelijk verbonden debiteur de schuld
van de hoofddebiteur aan de schuldeiser betaalt en daardoor op grond van art. 1438 sub 3 BW (oud) in
de rechten van de schuldeiser tegen de debiteur wordt gesubrogeerd.
De Hoge Raad overweegt dat: ‘Naar beide partijen terecht benadrukken was onder het oude recht
omstreden of aan de zekerheidseigendom een accessoir karakter moet worden toegekend. Het hof
oordeelt dat dit laatste niet het geval was.
, Rechtsregel:
De opvatting dat zekerheidseigendom een accessoir karakter draagt, vindt onvoldoende steun in het
recht. Evenals in het geval dat de onderliggende vordering — tot zekerheid waarvan het
vorderingsrecht is overgedragen — tenietgaat wordt in het geval dat de onderliggende vordering
overgaat op een nieuwe schuldeiser, het lot van het tot zekerheid overgedragen vorderingsrecht
beheerst door wat partijen op dit punt zijn overeengekomen. Ook in laatstgenoemd geval is
uitgangspunt dat indien de vordering overgaat doordat een derde die haar voldoet, in die vordering
wordt gesubrogeerd, die voldoening in beginsel heeft te gelden als een in de overeenkomst van
fiduciaire overdracht opgenomen ontbindende voorwaarde, waarvan de vervulling meebrengt dat het
tot zekerheid overgedragen vorderingsrecht terugkeert in het vermogen van degeen die het had
overgedragen. Een en ander laat evenwel ook hier onverlet dat het partijen onder het vóór 1 jan. 1992
geldende recht vrijstond overeen te komen dat de voldoening door de gesubrogeerde schuldeiser tot
gevolg zal hebben dat daardoor voor de schuldeiser van het tot zekerheid overgedragen
vorderingsrecht de verplichting ontstaat om dit vorderingsrecht over te dragen aan de gesubrogeerde
schuldeiser. Er bestaat geen aanleiding met betrekking tot de gevolgen van de algehele voldoening
verschil te maken tussen enerzijds overdracht tot zekerheid van zaken, en anderzijds zekerheidscessie
van vorderingsrechten.
Revadap-arrest:
Voorwaardelijk eigendom
Mogelijkheid tot verpanding
Ontstaan volledig pandrecht
Artikel 23 Fw: vanaf die dag middernacht treedt het faillissement in werking. Pandrecht kan dus
niet meer tot stand komen
Artikel 35 Fw: ook bij pandrecht gevestigd bij voorbaat
Casus:
Meteor heeft aan Revadap een teeltsysteem geleverd voor de paprikateelt. De eigendom van het
teeltsysteem zou pas aan Revadap overgaan op het moment dat al het verschuldigde aan Meteor zou
zijn voldaan. Een deel van de koopsom is onbetaald gebleven. In de financieringsovereenkomst tussen
Revadap en de Rabobank is een pandrecht opgenomen op onder meer alle huidige en toekomstige
inventaris en voorraden. Op een gegeven moment gaat Revadap failliet. Op dat moment is nog niet de
hele koopsom aan Meteor voldaan. Na het faillissement heeft de Rabobank in overleg met de curator
de restant koopsom aan Meteor voldaan. De curator heeft het voorbehoud gemaakt dat de boedel
recht heeft op de overwaarde van het teeltsysteem. De bank heeft geweigerd de overwaarde te
betalen.
Kan de verkrijger van onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken een geldig pandrecht vestigen op
zijn voorwaardelijk eigendomsrecht?
Rechtsregel:
Het pandrecht is al klaargezet, dus er hoeft niks meer te worden geregeld. Op het moment dat de
eigendom verkregen wordt, komt daar meteen een pandrecht op te rusten. Wat als er bij de verkrijger
failliet gaat? Dan wordt hij onmiddellijk onbevoegd. Je kunt dan ook geen pandrecht vestigen, ook niet
als dit pandrecht al is klaargezet. Ben jij op geen enkel moment beschikkingsbevoegd geworden, is het
pandrecht niet tot stand gekomen. Er is wel al geleverd, er hoeft enkel nog betaald te worden. Er
ontstaat dan het verwachtingsrecht van eigendom, kan dat al bij voorbaat worden verpand? Dat heeft
geleid tot het Revadap-arrest, waar de Hoge Raad deze constructie heeft bevestigd, er werd akkoord
gegaan met de mogelijkheid om een verwachtingsrecht van eigendom te verpanden (de
voorwaardelijke eigendom). Dat mag dus volgens de Hoge Raad al verpand worden. In deze casus
heeft de Rabobank het openstaande gedeelte van de koopprijs betaald, zodat zij kon overgaan tot
executie van het pandrecht. Zij heeft uiteindelijk ook het pandrecht uitgewonnen, maar kreeg ruzie met
de curator over de opbrengst daarvan. Is dit een geldig pandrecht? Behoren de goederen toe aan de
Rabobank of aan de boedel? Curator: je probeert bij voorbaat een pandrecht te vestigen, maar de
eigendom wordt pas verkregen als er reeds een faillissement is. Dit moet dus volgens de curator leiden
tot beschikking onbevoegdheid en reeds gelegde beslagen/rechten vervallen. Rabobank dacht hier
uiteraard anders over. Hoge Raad: Rabobank heeft geleid. Er is géén pandrecht bij voorbaat gevestigd
Berg/De Bary-arrest:
Artikel 3:84 jo. 3:108 BW
Levering door middellijk houder
Longa manu
Rechtsregel:
Ook een middellijk houder (iemand die het bezit dus niet heeft) kan longa manu het bezit van de zaak
verschaffen (niet overdragen!) aan een derde door een daartoe strekkende overeenkomst aan die
derde en een mededeling daarvan aan de houder.
Ontvanger/De Jong q.q.-arrest:
Artikel 33 Fw jo. 3:276 BW
Beslaglegging
Bescherming bij vervreemding
Geen beschikkingsonbevoegdheid
Let op een eventueel faillissement
Casus:
Rodem is eigenaar van een aantal roerende zaken. Ontvanger legt daar beslag op. Rodem verkoopt
en levert aan Maico. Rodem en Maico gaan failliet. De curator van Maico verkoop de roerende zaken
en zegt dat de Ontvanger zich mag melden naast de andere concurrente schuldeisers van Maico.
In hoeverre wordt de beslaglegger beschermd bij vervreemding van het beslagene?
Rechtsregel:
De Hoge Raad bepaalde dat de blokkerende werking van het beslag niet betekent dat Rodem volledig
beschikkingsonbevoegd is, zij kan de zaken gewoon overdragen. De zaken zijn na verkoop ‘gewoon’
tot het vermogen van Maico gaan behoren. Echter, aan de zaak kleeft nog wel steeds het beslag,
waardoor de beslaglegger zich niks hoeft aan te trekken van de vraag in welk vermogen de zaak is
gaan behoren: zaaksgevolg. Door het faillissement van Maico vervallen echter alle beslagen (33 Fw)
en kan de beslaglegger niet langer buiten het faillissement om verhaal halen. De beslaglegger houdt
zijn beslag, ook als de beslagen zaak vervreemd wordt. Als degene die de zaak inmiddels in eigendom
heeft echter failleert, vervalt het beslag en kan de beslaglegger zich niet los van het faillissement
verhalen op de zaak.
Nijverdal Ten Cate/Wilderink-arrest:
Artikel 3:92 BW:
Eigendomsvoorbehoud
Geen accessoir karakter
Geen eigendomsovergang bij cessie
Casus:
De in cassatie te beslissen vraag is of zekerheidseigendom (in casu het door zekerheidscessie
verkregen recht op vorderingsrechten en rechten uit een verzekeringspolis) in die zin accessoir is, dat
de eigendom van rechtswege overgaat op een derde die als hoofdelijk verbonden debiteur de schuld
van de hoofddebiteur aan de schuldeiser betaalt en daardoor op grond van art. 1438 sub 3 BW (oud) in
de rechten van de schuldeiser tegen de debiteur wordt gesubrogeerd.
De Hoge Raad overweegt dat: ‘Naar beide partijen terecht benadrukken was onder het oude recht
omstreden of aan de zekerheidseigendom een accessoir karakter moet worden toegekend. Het hof
oordeelt dat dit laatste niet het geval was.
, Rechtsregel:
De opvatting dat zekerheidseigendom een accessoir karakter draagt, vindt onvoldoende steun in het
recht. Evenals in het geval dat de onderliggende vordering — tot zekerheid waarvan het
vorderingsrecht is overgedragen — tenietgaat wordt in het geval dat de onderliggende vordering
overgaat op een nieuwe schuldeiser, het lot van het tot zekerheid overgedragen vorderingsrecht
beheerst door wat partijen op dit punt zijn overeengekomen. Ook in laatstgenoemd geval is
uitgangspunt dat indien de vordering overgaat doordat een derde die haar voldoet, in die vordering
wordt gesubrogeerd, die voldoening in beginsel heeft te gelden als een in de overeenkomst van
fiduciaire overdracht opgenomen ontbindende voorwaarde, waarvan de vervulling meebrengt dat het
tot zekerheid overgedragen vorderingsrecht terugkeert in het vermogen van degeen die het had
overgedragen. Een en ander laat evenwel ook hier onverlet dat het partijen onder het vóór 1 jan. 1992
geldende recht vrijstond overeen te komen dat de voldoening door de gesubrogeerde schuldeiser tot
gevolg zal hebben dat daardoor voor de schuldeiser van het tot zekerheid overgedragen
vorderingsrecht de verplichting ontstaat om dit vorderingsrecht over te dragen aan de gesubrogeerde
schuldeiser. Er bestaat geen aanleiding met betrekking tot de gevolgen van de algehele voldoening
verschil te maken tussen enerzijds overdracht tot zekerheid van zaken, en anderzijds zekerheidscessie
van vorderingsrechten.
Revadap-arrest:
Voorwaardelijk eigendom
Mogelijkheid tot verpanding
Ontstaan volledig pandrecht
Artikel 23 Fw: vanaf die dag middernacht treedt het faillissement in werking. Pandrecht kan dus
niet meer tot stand komen
Artikel 35 Fw: ook bij pandrecht gevestigd bij voorbaat
Casus:
Meteor heeft aan Revadap een teeltsysteem geleverd voor de paprikateelt. De eigendom van het
teeltsysteem zou pas aan Revadap overgaan op het moment dat al het verschuldigde aan Meteor zou
zijn voldaan. Een deel van de koopsom is onbetaald gebleven. In de financieringsovereenkomst tussen
Revadap en de Rabobank is een pandrecht opgenomen op onder meer alle huidige en toekomstige
inventaris en voorraden. Op een gegeven moment gaat Revadap failliet. Op dat moment is nog niet de
hele koopsom aan Meteor voldaan. Na het faillissement heeft de Rabobank in overleg met de curator
de restant koopsom aan Meteor voldaan. De curator heeft het voorbehoud gemaakt dat de boedel
recht heeft op de overwaarde van het teeltsysteem. De bank heeft geweigerd de overwaarde te
betalen.
Kan de verkrijger van onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken een geldig pandrecht vestigen op
zijn voorwaardelijk eigendomsrecht?
Rechtsregel:
Het pandrecht is al klaargezet, dus er hoeft niks meer te worden geregeld. Op het moment dat de
eigendom verkregen wordt, komt daar meteen een pandrecht op te rusten. Wat als er bij de verkrijger
failliet gaat? Dan wordt hij onmiddellijk onbevoegd. Je kunt dan ook geen pandrecht vestigen, ook niet
als dit pandrecht al is klaargezet. Ben jij op geen enkel moment beschikkingsbevoegd geworden, is het
pandrecht niet tot stand gekomen. Er is wel al geleverd, er hoeft enkel nog betaald te worden. Er
ontstaat dan het verwachtingsrecht van eigendom, kan dat al bij voorbaat worden verpand? Dat heeft
geleid tot het Revadap-arrest, waar de Hoge Raad deze constructie heeft bevestigd, er werd akkoord
gegaan met de mogelijkheid om een verwachtingsrecht van eigendom te verpanden (de
voorwaardelijke eigendom). Dat mag dus volgens de Hoge Raad al verpand worden. In deze casus
heeft de Rabobank het openstaande gedeelte van de koopprijs betaald, zodat zij kon overgaan tot
executie van het pandrecht. Zij heeft uiteindelijk ook het pandrecht uitgewonnen, maar kreeg ruzie met
de curator over de opbrengst daarvan. Is dit een geldig pandrecht? Behoren de goederen toe aan de
Rabobank of aan de boedel? Curator: je probeert bij voorbaat een pandrecht te vestigen, maar de
eigendom wordt pas verkregen als er reeds een faillissement is. Dit moet dus volgens de curator leiden
tot beschikking onbevoegdheid en reeds gelegde beslagen/rechten vervallen. Rabobank dacht hier
uiteraard anders over. Hoge Raad: Rabobank heeft geleid. Er is géén pandrecht bij voorbaat gevestigd